Jaarlijks wordt in Nederland momenteel 100 miljard euro aan de gezondheidszorg besteed. De verwachting is dat dit bedrag naar 2040 toe kan oplopen tot 170 miljard. Technologische innovaties kunnen uitkomst bieden om de kosten van de gezondheidszorg te reduceren. Voorbeelden daarvan zijn health patches en smart wearables: pleisters en kledingstukken met ingebouwde slimme sensoren, waarmee allerlei informatie over de patiënt kan worden verzameld en gedeeld. Kostenbesparing is voor de ontwikkeling van deze en andere technologische innovaties echter niet de doorslaggevende reden, aldus Carla Rombouts, Business Development Manager Healthy Living bij TNO.

Wat dan wel? 

“Het gaat erom hoe je data van de patiënt kunt inzetten voor diens eigen bestwil, zodat je al in een vroeg stadium kunt beginnen met persoonlijke interventies. Een huisarts ziet je pas als je ziek bent. En een specialist al helemaal. Terwijl je in het voortraject al heel veel kunt doen op het gebied van leefstijl, maar ook met het detecteren van erfelijke ziektes. Met behulp van data kun je medicatie en interventies veel beter toespitsen op de persoonlijke situatie van mensen.

Zo heb ik een collega die last heeft van allergische reacties. Door zelf bij te houden hoe ze op bepaalde histaminen reageert, kan ze uiteindelijk een keuze maken voor wat het beste voor haar persoonlijk werkt.

Meld je aan voor IO op Telegram!

Elke dag om 20 uur exact één innovatief verhaal op je smartphone? Dat kan! Meld je aan voor onze Telegram-service en blijf op de hoogte van de laatste innovaties!

Meld je aan!

Door het verzamelen van zulke data, en daar vervolgens slimme algoritmes op los te laten, kun je veel beter inschatten wanneer je welke werkbare stoffen in histamine voor een bepaald type persoon kunt toepassen. De arts wordt in zo’n geval dus ondersteund door die data en die algoritmes.”

Carla Rombouts, Business Development Manager Healthy Living bij TNO

Welke voordelen biedt dit? In de eerste plaats voor de patiënt zelf?

“Naast leefstijlpreventie en gepersonaliseerde zorg bieden technologische innovaties zoals health patches ook betere mogelijkheden tot thuiszorg. Daardoor mag je na een operatie bijvoorbeeld eerder naar huis en in je thuisomgeving verder genezen, wat voor veel mensen een prettige gedachte is. Tot slot vindt de monitoring van patiënten plaats zonder invasieve ingrepen, zoals bloedafname of een vingerprikje.”

Het klinkt allemaal bijna te mooi om waar te zijn. Zitten er ook nog nadelen aan al die innovatieve technologie?

“Het blijft technologie. Het kan dus gebeuren dat een apparaat niet werkt, omdat de batterij op is. Of, zoals in het geval van een smartwatch, omdat je bent vergeten het te callibreren.

Daarnaast kunnen mensen, doordat ze continu toegang hebben tot hun gezondheidsgegevens, daar behoorlijk gestresst van raken. Zeker als ze daar vervolgens de verkeerde conclusies aan verbinden. Voor de interpretatie van de gegevens maar ook om de reactie van de patiënt te peilen blijft de dokter dan ook onmisbaar. Artsen willen ook graag inzicht hebben in al die bronnen waartoe ze nu geen toegang hebben. Maar het is heel belangrijk dat daarbij de privacy wordt gewaarborgd.

Daardoor heeft het lanceren van de CoronaMelder nog best een tijdje geduurd. Maar het feit dat je daarmee kunt detecteren of iemand wel of niet met een coronageïnfecteerde persoon contact heeft gehad, is natuurlijk enorm belangrijke informatie.”

Het klinkt een beetje cru misschien, maar COVID heeft al die technologische ontwikkelingen dus een flinke slinger gegeven?

“Absoluut. De urgentie werd daardoor veel groter. Maar ook het feit dat je op afstand informatie met elkaar kunt delen. Het analyseren van gegevens binnen de gezondheidszorg, op een privacy-respecterende manier, heeft door de corona een enorm belangrijke functie gekregen. 

Dat heb ik ook gezien bij het gebruik van medicijnen: dat medicijnen tijdens de coronacrisis werden ingezet voor COVID-patiënten met een bepaalde comorbiditeit. Dat wil zeggen, welke onderliggende ziektes iemand nog meer heeft.

Bij COVID waren opeens heel veel data beschikbaar over vergelijkbare gevallen. Daar kun je heel goed analyses van maken. Op een gegeven lagen de IC’s vol met mensen op leeftijd mét overgewicht. Dan is die relatie met obesitas wel duidelijk. Evenals leeftijd. Maar eigenlijk zat die informatie over die comorbiditeit al lang in die data opgeslagen!”

We lezen dagelijks berichten over datalekken en over het doorverkopen van gegevens. Hoe garandeer je nu de veiligheid van al die data?

“Wij zijn bij TNO bezig met het ontwikkelen van een technologie die afkomstig is van Defensie. Die willen we ook betaalbaar inzetten voor de medische zorg. Daarvoor werken wij samen met een ICT-startup. De gedachte achter die technologie is dat je wèl gebruik kunt maken van elkaars gegevens, echter zonder de oorsprong van je bronnen prijs te geven. 

Het is aan het bedrijfsleven om technologische innovaties te ontwikkelen. Maar je weet ook, als je bijvoorbeeld een smartwatch draagt, zoals ik, dat Apple je gegevens doorverkoopt. Het is dan ook aan overheid om dit te reguleren. Daar wordt momenteel ook hard aan gewerkt.”

Toch bleef de veiligheid van die CoronaMelder nog een hele tijd een heet hangijzer.

“Dat je op de veiligheid van je data kunt vertrouwen. Daar ligt de grootste pijn. Je kunt zo’n app nog zo veilig maken. Maar als niemand erop vertrouwt heb je er nog niets aan!”

Je moet dus bovenal het vertrouwen van de patiënt of gebruiker winnen. Hoe zorg je nu dat je ook het vertrouwen van digitaal laaggeletterden en mensen met een lagere sociale-economische status wint? 

“Daar worden we bij TNO vanuit de overheid echt in gestimuleerd. Om ook de groep die minder goed benaderbaar is, te omarmen en te vinden. Zoals mensen met minder gezondheidsvaardigheden, onder wie mensen op leeftijd. Dat kun je doen via de digitale weg. Digitalisering zorgt er namelijk ook voor dat je mensen vanaf een afstand kunt benaderen. Het is ook niet per se zo dat mensen met minder gezondheidsvaardigheden minder digitale vaardigheden bezitten. Wel beschikken ze vaak over minder digitale middelen.”  

Het bereiken van bepaalde groepen mensen bij de corona-aanpak, zoals inwoners van achterstandswijken, blijft desalniettemin ingewikkeld. 

“Dat klopt. In zo’n geval moet je dan ook kijken welke assets je kunt inzetten om die doelgroep wèl te bereiken. Soms zijn dat bepaalde personen uit die groep zelf, maar ook huisartsen. In bepaalde regio’s kun je mensen het beste bereiken via buurtgemeenschappen. Daarnaast heb je allerlei zelfhulpgroepen. Die proberen we ook altijd mee te nemen in onze studies. Dat doen wij juist om groepen, die lastiger vanaf onze kant te benaderen zijn, alsnog te kunnen bereiken. Want daar ligt uiteindelijk de grootste gezondheidswinst!”

Foto: Een voorbeeld van een wearable waarmee je je gezondheid in de gaten houdt. Foto TNO.

Lees via deze link nog veel meer IO-artikelen over TNO

Samenwerking

Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen TNO en onze redactie. Innovation Origins is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen. Wil je meer weten over hoe Innovation Origins samenwerkt met andere bedrijven? Klik dan hier

Over de auteur

Author profile picture Erzsó Alföldy is een veelzijdige en ervaren journalist met een achtergrond in wetenschap en cultuur. Schrijft onder meer over duurzaamheid, de energietransitie en gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Volgt nauwlettend de ontwikkelingen in haar geboorteland Hongarije. Voor Innovation Origins maakt zij momenteel een serie artikelen over vrouwelijke ondernemerschap en de funding gap.