WikimediaImages from Pixabay
Author profile picture

Een nieuw coalitie-akkoord is als een kraslot. Je opent het kaartje met trillende vingers, krast de grijze laag weg en meestal heb je niks. Soms krijg je een “troostprijs” en heel zelden win je echt.

De nieuwe Duitse regeringscoalitie, ook wel ‘verkeerslichtcoalitie’ genoemd vanwege de politieke kleuren van de deelnemende partijen SPD, FDP en Die Grünen, is gepresenteerd. De portefeuilles zijn verdeeld. Over sommige hoofdrolspelers is nog geen beslissing genomen, maar we weten dat het ministerie van Vervoer naar de FDP zal gaan.

Ministerie van Verkeer zonder ‘Grünen’

Dit is minstens even verrassend als het opgeven van de snelheidsbeperking van 130 km/u meteen bij het begin van de coalitieonderhandelingen. Insiders hadden stellig verwacht dat het sleutelministerie zou vallen voor de Beierse hardliner van de Grünen, Anton Hofreiter.

Veel verrassender zijn echter de onduidelijke lijnen die in het regeerakkoord te zien zijn. Politiek gezwets heeft de aanvankelijke euforie verdrongen. De realiteit heeft wreed toegeslagen; maar dat werd verwacht.

E-brandstoffen? Binnenlandse vluchten? Maximum snelheid 30?

Voor velen betekenen deze drie modewoorden pure horror. Feit is: alles is anders. Er is bijvoorbeeld geen toezegging om te bezuinigen op de aanleg van wegen, en binnenlandse vluchten zullen blijven bestaan. Ze moeten overbodig gemaakt worden door “controle”. Betere spoorwegverbindingen zouden het aantal korteafstandsvluchten alleen al moeten verminderen.

In het verdrag is geen sprake van een algemene snelheidsbeperking van 30 km/u in steden. In plaats daarvan moet veel meer geld worden geïnvesteerd in de spoorwegen – er wordt gesproken over een “Deutschlandtakt” voor spoorverbindingen. Althans wat de regelgeving betreft, kunnen in regeerakkoorden altijd creatieve benaderingen worden gevonden.

Klimaatneutraliteit, iemand?

Vliegen moet klimaatneutraal worden – onder meer door e-brandstoffen. Die moeten er ook voor zorgen dat in 2035 alleen nog maar CO2-neutrale voertuigen worden geregistreerd. Dit betekent dat de verbrandingsmotor niet zal uitsterven. De registratie van “voertuigen die op e-brandstoffen kunnen rijden” moet mogelijk worden.

De milieubeweging zal waarschijnlijk niet gelukkig zijn met deze eerste kernpunten. Zelfs als de coalitie ernaar streeft om 15 miljoen elektrische auto’s op de weg te hebben tegen 2030.

Ook interessant: Nieuwe Bondsregering wil meer lef tonen bij modernisering van de maatschappij

Volgens de federale dienst voor het wegvervoer zijn in Duitsland momenteel meer dan 48 miljoen auto’s geregistreerd. In 2030 zullen er nog ten minste 32 miljoen verbrandingsmotoren op de weg zijn. Dit is een bittere realiteit die waarschijnlijk niet kan worden veranderd.

Of de “Deutschlandtakt”, d.w.z. het spoorwegnet, werkelijk zo slim en snel zal worden uitgebreid zodat binnenlandse vluchten grotendeels overbodig zullen worden, is waarschijnlijk ook wishful thinking. Alleen al de goedkeuring van nieuwe routes, die daarvoor nodig is, neemt gewoonlijk tientallen jaren in beslag. NIMBY’s en milieuactivisten zijn hier niet geheel onschuldig aan. Natuurlijk is het de bedoeling de goedkeuringsprocedures te “versnellen”.

Energieprobleem

Geen woord in het regeerakkoord over hoe het energieprobleem moet worden aangepakt. 15 miljoen elektrische auto’s hebben veel betrouwbare elektriciteit en oplaadfaciliteiten nodig. Bovendien exploderen de energieprijzen momenteel. Daarenboven kost de productie van e-brandstoffen vele malen meer dan de hernieuwbare elektriciteit die vandaag beschikbaar is. Dit komt omdat voor de productie van e-brandstoffen waterstof nodig is.

Wat overblijft is een opengevouwen kraslot, waarop nu eerder staat “Helaas niets gewonnen, probeer het nog eens”.

De grote overwinning, de echte “groene ommekeer in het vervoer” -maar dat hebben we al geraden- laat dus nog even op zich wachten.

De vorige columns van Bernd Maier-Leppla lees je hier.

Over deze rubriek:

In een wekelijkse column, afwisselend geschreven door Bert Overlack, Eveline van Zeeland, Eugène Franken, Helen Kardan, Katleen Gabriels, Carina Weijma, Bernd Maier-Leppla en Colinda de Beer, probeert Innovation Origins uit te vinden hoe de toekomst eruit zal zien. Deze columnisten, soms aangevuld met gastbloggers, werken allemaal op hun eigen manier aan oplossingen voor de problemen van onze tijd.