Windmolens op de zeebodem kunnen beter worden vastgezet door te draaien dan te slaan. De methode is stiller, waardoor zeedieren minder hinder hebben van geluidsoverlast, en is goedkoper. Het is een methode die momenteel wordt getest op de Tweede Maasvlakte.

De techniek heet Gentle Driving of Piles (GDP) en is ontwikkeld door TU Delft. Dat meldt Shell, die een van de partners is.

Windmolens zijn niet meer weg te denken anno 2020. Niet alleen op het land, maar op de windgevoelige zee worden er steeds meer geplaatst. De turbines leveren duurzame energie op, wenselijk in deze tijden van klimaatverandering en pogingen om zuiniger met de aarde om te gaan.

Luister nu naar De IO Show!

Elke week het nieuws van Innovation Origins in je oren!

Windturbines moeten met name op zee tegen een stootje kunnen. Ze moeten bestand zijn tegen harde wind en golven. Normaliter worden de funderingspalen voor windmolens de bodem ingeslagen. Het nadeel zijn trillingen en herrie onder water. Om dit te voorkomen moet geluidbeperkende maatregelen worden genomen. Als wordt beseft dat de turbines steeds groter worden en de funderingen daarom steeds zwaarder dan nemen ook de kosten voor de funderingen toe.

De palen kunnen wel tachtig meter lang zijn en een diameter van acht meter hebben. Ze moeten voor een flink deel de grond in. Een lastige klus, gelet op de grootte en het gewicht. Nederland loopt voorop bij de installatie van windturbines op zee, dus het is belangrijk dat het funderingsproces wordt geperfectioneerd.

Positieve ervaring

Andrei Metrikine van TU Delft, hoofd afdeling Offshore Engineering, bedacht een oplossing voor de nadelen van de huidige methode voor het vastzetten van windmolens op de zeebodem. Simpelweg door te draaien en niet meer te heien. Draaien is goedkoper en bezorgt zeezoogdieren en vissen minder geluidshinder. „Door te draaien, zorgen we voor minder frictie en dat verstoort de grond minder en zorgt voor minder geluid,” zegt Metrikine.

De bevindingen zijn tot nu toe positief. Bij de Tweede Maasvlakte van de Rotterdamse haven zijn acht palen de grond in gegaan. Een aantal ‘old school’, andere volgens de nieuwe methode GDP. Zo kunnen de methodes worden vergeleken. Een volgende stap is de innovatie op het gebied van funderen van windturbines op grotere schaal toe te passen. Denk aan grote windparken op zee.

GDP is een project van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Behalve TU Delft en Shell doen onder meer ook mee Topsector Energie, Boskalis, Deltares, Eneco, TNO en Van Oord.