Af en toe duiken er in het straatbeeld waterstofpompen op, zoals hier in Berlijn. Maar de grootste afnemers van waterstof worden de industrie, de lucht- en de scheepsvaart. Foto Maurits Kuypers

De vraag naar waterstof zal vanaf 2030 echt vaart opnemen. In Duitsland gaat het volgens een schatting van de Fraunhofer Gesellschaft om 80 terrawattuur (TWh) in 2030 en 400 tot 800 TWh in 2050.

Dat staat in een nog niet gepubliceerde studie, waar verschillende Duitse media verslag van doen. “We weten nu, op basis van deze studie, dat de vraag naar waterstof nog veel groter zal zijn dan tot dusver aangenomen”, zegt Katherina Reiche tegenover de Duitse krant Handelsblatt. Reiche is voorzitter van de nationale “Wasserstoffrat”, die de studie in opdracht heeft gegeven. Haar appel aan de politiek: “We hebben meer waterstof nodig, en we hebben het sneller nodig”.

95% minder broeikasgassen

De Fraunhofer instituten ISI, ISE en IEG hebben in hun zogenoemde metastudie acht nationale en vier internationale studies met elkaar vergeleken en gecombineerd. Hun uitgangspunt is dat de uitstoot van broeikasgassen in Duitsland in 2050 moet zijn gezakt met 95%.

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Katharina Reiche, voorzitter van de Wasserstoffrat en ceo van Westenergie. Foto: Rat für Nachhaltige Entwicklung

    Het zal niet verwonderen dat tegen die tijd de grootste vraag naar waterstof – ongeveer 500 TWh – uit de maakindustrie zal komen. Vooral de metaal- en chemiesector kunnen zonder waterstof praktisch niet CO2-neutraal produceren.

    Verder zal ook in de transportsector de vraag exponentieel stijgen. Bij het luchtverkeer en de scheepvaart wordt gerekend op een vraag in 2050 van 140 tot 200 TWh.

    Stroomverbruik Nederland

    Even ter vergelijking: het jaarlijks stroomverbruik in Nederland schommelt al jaren rond de 120 TWh. Het gaat dus om heel veel waterstof, terwijl er nu nog bijna niks wordt geproduceerd.

    Fraunhofer komt uit op een jaarlijkse productie in Duitsland nu van 57 TWh. Maar dat is bijna allemaal grijze waterstof, gemaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen. De 80 TWh in 2030 moet daarentegen helemaal groen zijn.

    Volgens Fraunhofer zijn er nog wel een paar onzekerheden rondom het thema waterstof. Zo kan bijvoorbeeld een succesvolle ontwikkeling van CO2-opslag (CCS), de vraag nog drukken. Vandaar de grote bandbreedte in 2050 tussen 400 en 800 TWh. Verder gaat Fraunhofer ervan uit dat al die waterstof nooit allemaal in eigen land kan worden geproduceerd. Een groot deel zal moeten worden geïmporteerd.

    Wat is de nationale waterstofraad?

    De nationale Wasserstoffrat is vorig jaar opgericht tegelijk met de nationale “Wasserstoffstrategie“. De raad bestaat uit 26 hooggeplaatste deskundigen uit het bedrijfsleven, de wetenschap en het maatschappelijk middenveld. De taak van de raad is om de regering in Berlijn te adviseren en te ondersteunen bij voorstellen rondom het thema waterstof.

    Voorzitter Katherina Reiche is een prominent lid van de CDU, de partij van Angela Merkel waarvoor ze tot 2015 in het parlement (Bundestag) zat. Daarna stapte ze over naar het bedrijfsleven en werkte onder meer voor energiereus Eon. Reiche is nu ceo van Westenergie, een dochter van Eon.

    Steun ons!

    Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

    Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van de artikelen dat je ons een bedankje wil geven? Gebruik dan de donatie-knop hieronder:

    Doneer

    Persoonlijke informatie

    Over de auteur

    Author profile picture Maurits Kuypers is als macro-econoom afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam met als specialisatie internationale betrekking. Sinds 1997 is hij actief als journalist, eerst 10 jaar op de redactie van Het Financieele Dagblad in Amsterdam, daarna als freelance correspondent in Berlijn en Centraal-Europa. Bij technologische innovaties heeft hij ook altijd oog voor de financiële haalbaarheid van een project.