“High tech Bayern!” klinkt het door de vergaderruimte als het scherm weer aanschiet, de presentatie verschijnt in beeld dankzij een ‘Duitse’ dongel die één van de aanwezige bezoekers uit zijn tas haalt. Probleem opgelost. Een Beierse bedrijvendelegatie bezoekt Nederland om het contact uit te breiden en nauwer samen te werken met Nederlandse bedrijven. Van Rotterdam naar Eindhoven en Tilburg. Van Utrecht naar Amsterdam. Tijdens het bezoek aan de Brainport Industries Campus hoort de Duitse delegatie alles over het gedachtegoed van de BIC en krijgen ze een rondleiding door het complex.

“Uit Nederlands onderzoek blijkt dat 77 procent van het innovatiesucces bestaat uit sociale innovatie en maar 23 procent is technologische vernieuwing. Daarom is het sociale aspect hier bij BIC zo belangrijk”, legt Bert-Jan Woertman, directeur van de campus uit.

Na zijn uitleg is vooral Ansgar Rudolph van Chemie-Cluster Bayern hierin geïnteresseerd. “In Beieren zie ik dat we ons vooral op technologische ontwikkeling richten, maar juist dat sociale systeem eromheen vergeten. Op dit gebied kunnen we veel van Nederland leren denk ik. Het is goed om deze voorbeelden te zien”, geeft Rudolph aan.

Harald Faulhaber bekijkt schoolopdrachten.

Duitse experts
Rudolph is een groot voorstander van open innovatie. In Beieren probeert hij anderen ervan te overtuigen meer samen te doen: “Duitse experts zijn er genoeg, de technische kennis ontbreekt zeker niet. Er zijn te weinig mensen die opstaan en zeggen wie waar verantwoordelijk voor zou moeten zijn. Het systeem om innovatie op te zetten ontbreekt nog een beetje. Duitsers zijn wat dat betreft misschien terughoudender. Dat gaat in Nederland stukken beter.”

Rudolph geeft – net als Woertman in zijn presentatie- het belang van onderling vertrouwen in elkaar aan: “Je moet altijd discreet zijn, ook wanneer je nauw samenwerkt. Je kunt niet alles delen daar komt IP verdeling kijken. Maar wanneer je open de discussie aangaat en je van elkaar weet wie wat heeft bijgedragen, vergroot dat het vertrouwen in elkaar.”

Als laatste heeft hij nog een tip voor Nederlandse bedrijven. Rudolph: “Duitse bedrijven zijn er erg goed in snel een focusgebied te kiezen, daarin doen ze geen concessies in kwaliteit. Ze kijken snel naar een internationale markt.”

Martin Grossmann (staand voor de tafel) bedankt BIC voor de ontvangst.

Ooghoogte
De netwerkreis is opgezet door het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland en het Beierse staatsministerie van Economische Zaken, Energie en Technologie. Martin Grossmann,  in Beieren verantwoordelijk voor de internationalisering van de deelstaat, geeft het belang van over de eigen grenzen kijken aan: “Slimme fabrieken en smart logistics worden steeds afhankelijker van slimme technologie en goed verwerken van de toenemende datastromen, dat is in heel Europa het geval iedereen staat voor ongeveer dezelfde uitdagingen. Maar iedereen pakt dit anders aan. Er is geen vast recept voor succes, daarom is het belangrijk om van elkaar te leren en intensiever samen te werken. De grote bedrijven doen dit al wel, maar het is ook belangrijk om de kleinere spelers aan tafel te krijgen.”

Sinds 2016 werken Nederland en de Duitse deelstaat aan nauwere banden. Marijn van Haaren senior adviseur op de economische afdeling van het Nederlandse consulaat in München, ziet daarin aan beide kanten veel mogelijkheden: “Zuid Duitsland ligt praktisch op ooghoogte van Nederland, de industrie blijft groeien daar liggen erg veel kansen op samenwerking. Met verschillende projecten – waaronder deze – proberen we deze te benutten.”

Edwin Wolterink van Anteryon leidt de Duitse delegatie door de fabriekshal

Uitbreiden naar Nederland
Harald Faulhaber is algemeen directeur van Membrain GmbH, een softwareproducent die werkt voor meer dan 300 klanten in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. “En binnenkort misschien wel in Nederland”, zegt Faulhaber terwijl hij zijn visitekaartje achterlaat bij Anteryon. “Binnen het bedrijf zijn we al langer aan het oriënteren of Nederland een goede locatie kan zijn. Zo’n reis als deze is ideaal om te zien hoe ze hier werken en of dat aansluit bij onze filosofie. Nederland heeft een uitstekende data infrastructuur die voor ons ideaal is. We zoeken de beste partners om mee samen te werken.”

Anderen hebben minder concrete plannen in Nederland en willen vooral hun netwerk uitbreiden. Zo ook Andreas Johannes Estner van VDMA Bayern, een van de grootste netwerkorganisaties van Europa op het gebied van machinebouw. “Wij hebben een enorm netwerk en door overzicht te krijgen wat er in Nederland speelt kunnen we bedrijven in Beieren in contact brengen met partijen uit Nederland”, zegt Estner.

Tussen de lashokjes en freesmachines die door Summa College en andere bedrijven worden gebruikt, vertelt Estner dat hij deze vorm van samenwerking interessant vindt: “Op deze locatie werken veel verschillende partijen, overheid en onderwijs samen, dat zou bij ons langzamer gaan denk ik. Voordat er iemand in actie komt, moet alles zwart op wit staan. Alles moet volgens plan verlopen, dat maakt iets opzetten natuurlijk wel moeilijker. Maar, dat wil niet zeggen dat het niet mogelijk is. Kijk maar naar de startup-hub in München, daar zijn ook veel partijen betrokken.”