Voor bestuurders en politici zijn het spannende en drukke tijden: de gemeenteraadsverkiezingen komen eraan. Hét moment dat Brabanders zich uitspreken over belangrijke, lokale zaken. Die lokale zaken worden veelal beïnvloed door trends en ontwikkelingen van buiten de gemeente. Wat vraagt dat van de gemeente van de toekomst, van de lokale politici en bestuurders van de toekomst?

Het klimaat, onze veiligheid, de economie en technologie, ze overstijgen alle gemeente- en zelfs landsgrenzen. Hoe (her)waarderen we het lokale en ambachtelijke in tijden van onbegrensde globalisering? Hoe borgen we de menselijke maat in tijden van oprukkende technologie? Hoe zorgen we voor verbinding in tijden van toenemende tegenstellingen? Stilstaan bij dit soort grote vragen in tijden van drukte, schiet er vaak bij in. Om die reden ging BrabantKennis ging alvast op verkenning en zocht naar de vragen en de antwoorden. Het begin van de reis heeft geleid tot een handzame ‘reisgids’ die op 1 maart officieel verschijnt.

In de ‘Toekomstgids voor Brabantse gemeenten’ kijken deskundigen op diverse deelterreinen vooruit en brengen op die manier de toekomst dichterbij – in woord, beeld en getal. Toekomstpsycholoog Tom Kniesmeijer (initiator TrendRede) koppelt mondiale uitdagingen aan lokale kansen, en andersom. E52 publiceert vooruitlopend op de publicatie van de Toekomstgids drie interviews met (inter)nationale en lokale pioniers. De Gids zelf biedt daarnaast reistips en ‘inpaklijsten’ vol Brabantse initiatieven. Zodat iedereen de mogelijkheid krijgt om ook zelf de toekomst vorm te gaan geven. Een handig kompas voor iedereen die lokaal met de toekomst aan de slag gaat.

De gids is vanaf 1 maart 2018 beschikbaar, maar nu al te bestellen.

Lees hier de andere twee delen van de voorpublicatie

Vandaag deel 1 van de voorpublicatie, een interview met Melanie Peters, directeur Rathenau Instituut.

In het zo gemoedelijke Brabant trekt een technologische wervelstorm voorbij, met een gigantische data-explosie tot gevolg. We staan erbij en kijken ernaar. Vol verwondering. Maar ook met de handen in het haar. Met vraagtekens. Hoe ziet de toekomst eruit? Moeten we blij zijn? Of een beetje bang? Houden we grip op de situatie? Blijven we de robot de baas? Hoe zorgen Brabantse gemeenten voor de menselijke maat in tijden van razendsnelle digitalisering en automatisering?

Stap in de wereld van technologie… en ontdek hoe technologie ons leven verandert. Het neemt ons (bijna) over. Maar de mens is de bouwsteen van de samenleving. Daarom moeten we − tussen alle data, algoritmes, draadloze netwerken en fysieke hardware − de menselijke maat zoeken. De toekomst is niet alleen aan de uitvinding, maar vooral ook aan de inventiviteit van degene die hem toepast.

Lees hieronder het interview met Melanie Peters, directeur Rathenau Instituut: “Beleid met een gezicht”

“Laat je niet overdonderen in het digitale domein. Houd vast aan je waarden! Realiseer dat bij die waarden een menselijk gezicht hoort.”Melanie Peters, directeur Rathenau Instituut

Het recht om niet gemeten en geanalyseerd te worden en het recht op betekenisvol menselijk contact: nu technologie steeds dieper ingrijpt op ons dagelijks leven en steeds meer partijen informatie over burgers verzamelen, pleit het Rathenau Instituut bij monde van directeur Melanie Peters voor nieuwe mensenrechten. “De robotoverheid vind ik persoonlijk geen aantrekkelijk toekomstbeeld.”

De vader van Melanie Peters was altijd behoorlijk handig met computers, tótdat hij enkele jaren geleden een beroerte kreeg en zijn digitale vaardigheid afnam. Dat is éxtra onhandig nu de overheid steeds meer zelfredzaamheid van burgers verwacht, schetst Peters. “Vroeger kon je nog wel eens meekijken met een brief van de belastingdienst of een overheidsinstantie. Je dacht mee en hielp familie of buren waar nodig met het invullen van formulieren. Nu is die hele communicatie gedigitaliseerd en geïndividualiseerd. Je moet eerst inloggen, bestanden downloaden en online formulieren invullen. Voor veel burgers is het communiceren met de overheid lastiger geworden.”

Melanie Peters

Waar komen we vandaan?
“Het verhaal van mijn vader is natuurlijk maar een voorbeeld, maar het is tekenend voor de tijd waarin we leven. Vroeger communiceerde je met de overheid via de telefoon of aan het loket. Van DigiD of een website als mijnoverheid.nl had niemand gehoord. De overheid maakte beleid voor burgers, maar kwam daarbij niet verder dan de voordeur. Burgers betrekken bij beleidsvorming gebeurde hooguit door het organiseren van een bijeenkomst in het buurthuis. Wie zich in de openbare ruimte begaf, kon dat in betrekkelijke anonimiteit doen. Er waren geen camera’s of sensoren die je bewegingen volgden. En wie in een verpleeghuis of in het ziekenhuis belandde, kon rekenen op zorgverleners van vlees en bloed.”

Waar staan we nu?
“Dankzij voortschrijdende technologie is de overheid beter in staat om realtime, op wijk- en straatniveau, gegevens te meten en ons te volgen zodra we de deur uitstappen. Neem de Eindhovense uitgaansstraat Stratumseind. Dat gebied is aangewezen als Living Lab: een testomgeving in de openbare ruimte voor experimenten op het gebied van dataverzameling. Sensoren, camera’s en andere meetinstrumenten verzamelen niet-privacygevoelige gegevens over het uitgaanspubliek en slaan alarm zodra er iets voorvalt. In de toekomst moet het systeem ook voorspellen waar het fout zal gaan.”

Digitale burgerparticipatie
“Technologie maakt het ondertussen ook makkelijker om mensen bij beleidsvorming te betrekken. Je hoeft niet meer per se in het buurthuis te komen om de mening van burgers te vragen. Digitale burgerparticipatie wordt ook in Brabant vaker toegepast. Via de digitale weg wordt de mening van burgers gepeild en kunnen bewoners vragen stellen. Wij onderzoeken in hoeverre deze vorm van burgerparticipatie ook echt werkt. Had iedereen voldoende kennis en mogelijkheden om mee te denken? Zijn burgers voldoende betrokken bij de besluitvorming? Digitalisering biedt voordelen, maar hoe zit het met mensen die minder digitaal vaardig zijn?”

Bureaucratische logica
“Overheidsdiensten verzamelen steeds meer data over burgers. Vanuit een bureaucratische logica is het de droom van beleidsmakers om al die data aan elkaar te koppelen: je zou het bestuur veel effectiever kunnen maken. Maar van wie zíjn die data? En mág je eigenlijk wel een digitaal profiel opbouwen van mensen en op basis daarvan beslissingen nemen? Uiteindelijk gaan die data over het leven van mensen. Er komen dus allerlei privacy-issues bij kijken. Er is geen enkele reden te bedenken waarom de belastingdienst informatie over jouw psychische gezondheid moet hebben, om een voorbeeld te noemen.”

Robotoverheid
“Beleidsmakers zijn voortdurend op zoek naar evidence based legitimatie van beleidsmaatregelen. In Nieuw-Zeeland worden nu al op individueel niveau risicoprofielen opgesteld van kinderen op basis van beschikbare data. Dat gaat behoorlijk ver, vind ik. Een risicoprofiel is uiteindelijk niet meer dan een kans dat iets gebeurt. Welk mensbeeld zit erachter als je individuen terugbrengt tot een set aan elkaar gekoppelde data? Zo’n robotoverheid vind ik persoonlijk geen aantrekkelijk toekomstbeeld. Beleid moet een gezicht hebben. Als burger heb je het recht te weten waarom de overheid een bepaalde beslissing in jouw voor- of nadeel neemt. Uiteindelijk gaat het om een oordeel door een professional, niet door een algoritme.”

Wie beslist: een algoritme of de mens?
“Ook bij technologie in de zorg kun je vraagtekens plaatsen. Natuurlijk is het goed dat mensen dankzij technologie langer thuis wonen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen het recht houden om door een mens behandeld te worden. Patiënten zijn dankzij digitaal ontsloten kennis in staat om zelf veel uit te zoeken. Technologie kan ondersteunen bij het komen tot een adequate diagnose en behandeling. Maar uiteindelijk mis je tóch het beoordelingsvermogen van een arts van vlees en bloed. Een algoritme kan in negentig procent van de gevallen correct voorspellen dat een bepaalde ingreep de beste weg is, maar het gaat juist om die resterende tien procent waarin dat níet het geval is. De beschikbare kennis helpt dus wel, maar uiteindelijk gaat het om een beslissing door een mens.”

Airbnb ‘slechts’ een app?
“De deeleconomie is een ander voorbeeld van hoe technologie ingrijpt in het dagelijks leven. Handig dat je via Airbnb een woning kunt (ver)huren, maar de keerzijde is dat binnensteden, met Amsterdam voorop, overspoeld worden door toeristen. Bovendien onttrekken via Airbnb verhuurde woningen zich aan toezicht en belastingen. Amsterdam is daarom met Airbnb in gesprek gegaan, vanuit de gedachte dat zij verantwoordelijk is voor de openbare orde en leefbaarheid. Lange tijd wees Airbnb elke verantwoordelijkheid van de hand, met als argument dat het bedrijf ‘slechts’ een app is. Bemoedigend om te zien dat een bedrijf als Airbnb nu erkent dat het een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. In overleg met de gemeente is er een maximaal aantal verhuurdagen afgesproken en moet er toeristenbelasting worden afgedragen. Juist als gemeente kun je, vanuit je verantwoordelijkheid voor de publieke ruimte, een vuist maken tegen dit soort bedrijven.”

Waar gaan we naar toe?
“Steeds meer partijen beseffen dat technologie handig en dienstbaar kan zijn, maar dat digitalisering zeker niet altijd zaligmakend is. Uitkeringsinstantie UWV kwam recent tot de conclusie dat digitale dienstverlening alléén niet werkt. Klanten worden daarom verleid om online hun zaken te regelen, maar zijn dat niet verplicht. Mensen kunnen ook gebruikmaken van ouderwetse kanalen, zoals het papieren aanvraagformulier, de telefoon of het inloopspreekuur. Een goede zaak. We zijn nu eenmaal niet allemaal even digitaal vaardig.”

Nieuwe mensenrechten
“Vanuit het Rathenau Instituut denken we na hoe we de gulden middenweg kunnen bewandelen, nu nieuwe technologieën en grootschalige dataverzameling onze grondrechten soms onder druk zetten. Onlangs hebben we twee nieuwe, aanvullende mensenrechten geformuleerd: het recht om niet gemeten en geanalyseerd te worden en het recht op betekenisvol menselijk contact. Nu steeds meer partijen gegevens over ons verzamelen, moeten burgers óók het recht hebben om online profilering, tracking en beïnvloeding te weigeren. Daarnaast moet je áltijd kunnen kiezen voor contact met een mens. Vooral in de zorg is dat een relevante discussie. Een robot kán een goed, ondersteunend hulpmiddel zijn, maar uiteindelijk draait het om dat goede gesprek in de spreekkamer of aan de keukentafel.”

Wat is je advies aan de gemeentelijke overheid?
“Om te beginnen wil ik gemeenten meegeven: laat jezelf niet overdonderen in het digitale domein. Technologie kan handig zijn, maar vraag jezelf geregeld af: voor welke publieke waarden staan we eigenlijk als gemeente? Hoe kunnen we die publieke waarden het beste realiseren? En: welke verantwoordelijkheden kunnen burgers zelf aan, en welke niet? Burgers kunnen en wíllen niet over alles meepraten.”

Ervaringen delen
“Ook adviseer ik gemeenten om hun kennis en ervaringen met elkaar te delen en van elkaar te leren. Ga in gesprek en voorkom dat je steeds opnieuw het wiel uitvindt.”

Vasthouden aan waarden
“Ten slotte nog een welgemeend advies: houd vast aan je waarden! Realiseer dat bij die waarden ook een menselijk gezicht hoort. Amsterdam stond op tegen Airbnb en liet duidelijk zien: wíj zijn van de openbare orde. Een goed voorbeeld van hoe je burgers als overheid kunt beschermen in deze digitale tijden.”