In een wekelijkse column, afwisselend geschreven door Maarten Steinbuch, Carlo van de Weijer, Lucien Engelen en Tessie Hartjes, probeert E52 uit te vinden hoe de toekomst eruit zal zien. De vier columnisten, aangevuld met gastbloggers, zijn allemaal op hun eigen manier bezig met technologieën die oplossingen voor de problemen van onze tijd kunnen leveren. Deze zondag is Bart Brouwers aan de beurt.

Hier alle afleveringen van [MORGEN BETER]

Als 50-plusser ben ik van de generatie-krant. Opgegroeid met de vanzelfsprekendheid dat je wereldbeeld kon worden gevormd als je maar braaf elke ochtend je dagelijkse hoeveelheid nieuws en achtergronden consumeerde. Om elk wereldbeeld aan zijn trekken te laten komen waren er verschillende typen kranten, zodat links en rechts met hetzelfde ritueel zijn denkraam gevuld konden houden. Omroepen waren er om geluid en beeld – en daarmee kleur – toe te voegen aan het nieuwsfundament dat van de papieren media kwam.

Dat was toen.

“De journalistiek staat nog veel moois te wachten”,

Afgelopen week had ik het grote genoegen om met 20 studenten op een zomerkamp te mogen werken aan de journalistiek van morgen. Acht teams puzzelden er aan evenzoveel prototypes voor problemen die met een journalistieke oplossing uit de wereld geholpen zouden kunnen worden. Niet geremd (maar ook niet geholpen) door hoe het vroeger allemaal werkte, stortten ze zich op hun missie. Vijf dagen en vijf nachten werden slechts onderbroken door bier, spaghetti, croissants en roze koeken; slapen deden we – zo kort mogelijk – in gezamenlijke barakken. De rest? Leren, bouwen, testen, leren, bouwen, testen, leren…

Dat was tof.

Iedereen die reden heeft om te twijfelen aan 1) de toekomst van de journalistiek, 2) het verantwoordelijkheidsgevoel van een jonge generatie of 3) hun nieuwskennis en -behoefte had erbij moeten zijn. Nee, de toekomst van de journalistiek is er niet mee gered (had iemand dat dan als doel gesteld?), laat staan van de huidige mediasector. En evenmin is dit het bewijs dat het allemaal vanzelf goed komt – daarvoor was deze groep eenvoudigweg te klein en te weinig representatief. Maar het is wel een teken dat er manieren zijn om de breed levende ideeën omgezet kunnen worden in concrete (werkende!) prototypes en producten. Met designers, technici, developers, wiskundigen, economen, marketeers, bedrijfskundigen en ja, ook journalisten.

Dat is straks.

Nee, dat is nu. Leergierige, ondernemende jonge mensen kunnen wel degelijk een maatschappelijk en commercieel doel combineren. Misschien wel veel beter dan wij dat vroeger konden. Ze snappen dat er meer toepasbare technologieën voor handen zijn dan waar wie dan ook zicht op kan hebben, en handelen daar ook naar. Ze staan open voor geluiden van buiten hun eigen sector, zijn er zelfs benieuwd naar. Ze luisteren naar de mensen met een probleem voordat ze met een oplossing komen. Ze willen begrijpen, ze willen uitleggen. De journalistiek staat nog veel moois te wachten; het beste moet nog komen.

Morgen is beter.