De TU/e campus heeft er een nieuwe broedplaats voor robotica bij. In het Meulensteen House of Robotics kunnen startups terecht die zich bezighouden met automatisering en robotica. Het gebouw is vanaf maart al in gebruik genomen door Eindhoven Medical Robotics (EMR), het bedrijf opgericht door Maarten Steinbuch en Anupam Nayak, huurt de tweede verdieping met voldoende ruimte voor testopstellingen en labruimte. EMR was een belangrijk aanjager van het project, en zal zijn eigen opening begin volgend jaar vieren. Gisteren vond de officiële opening plaats van het Meulensteen House of Robotics.

Het oude Meulensteen Art Center is flink onder handen genomen door Kadans science partner, een vastgoedontwikkelaar die zich richt op exploitatie van gebouwen op en rond wetenschapsparken en universiteitscampussen. “Dat was nodig, want het gebouw heeft zo’n zeven jaar leeggestaan”, vertelt Johan van Gerven van Kadans. “ De opgeknapte versie van het pand biedt ruimte aan vijf ateliers en heeft een gezamenlijke ruimte om onderlinge activiteiten te stimuleren. “Hier ligt een link tussen bedrijven en kennis van de universiteit. Deze plek moet het robotica-ecosysteem in de regio versterken.”

Van de vijf ruimtes zijn er twee verhuurd, naast EMR heeft Vanderlande een deel van de R&D-faciliteiten hier ondergebracht. Van Gerven geeft aan dat twee andere ruimtes ‘zo goed als verhuurd zijn’. Binnenkort hoopt hij de nieuwe huurders bekend te kunnen maken. Als het allemaal meezit, is er heel binnenkort nog één ruimte over. En ook voor dit atelier verwacht Van Gerven snel een huurder te vinden. Kadans laat er geen gras over groeien op de TU/e-campus, binnenkort start de verbouwing van het Multi Media Paviljoen dat de ontwikkelaar in juli kocht. Het derde pand van de ontwikkelaar op het TU/e-terrein. “Hier kunnen spin-offs van de universiteit terecht en ook de verschillende onderzoeksprojecten van Eindhoven Engine (Lees hier meer over Eindhoven Engine) vinden hier een onderkomen”, legt Van Gerven uit. En plannen voor een nieuw gebouw zijn er ook al.

Nieuwbouw op de campus

Eindhoven Engine, Kadans en de TU/e verwachten dat de groei zo groot zal zijn dat ook dit gebouw volgend jaar vol zit. Eindhoven Engine wil bijvoorbeeld doorgroeien naar vijfhonderd deelnemers. “De vraag naar huisvesting zal toenemen, de universiteit stimuleert bedrijvigheid onder studenten. En ook Eindhoven Engine zal meer ruimte nodig hebben voor de projecten. We willen hiervoor binnen drie jaar een nieuw gebouw neerzetten. We zijn bereid hierin te investeren en dat risico te dragen”, aldus Van Gerven.

Robert-Jan Smits, collegevoorzitter van de TU/e geeft aan dat ook vanuit het bedrijfsleven aan de campus wordt getrokken voor ruimte.  “Als universiteit zijn we een broeinest voor spin-offs, een motor voor startups en andere bedrijven. Ik vind het prima als bedrijven zich hier willen vestigen, mits het ten goede komt aan de ontwikkeling van jong talent. Want dat heeft onze prioriteit en zullen we altijd voorrang geven. Ik zie graag dat er bedrijvigheid ontstaat vanuit studenten en onderzoekers. Daar zie ik een rol voor de universiteit om dat te faciliteren.” Om hiervoor samen te werken met het bedrijfsleven, is al lang geen vies woord meer. Het liefst ziet de collegevoorzitter een combinatie ontstaan waar het bedrijfsleven profiteert van de studenten en andersom.

Internationaal netwerk

Een voorbeeld hiervan is het R&D-lab van Vanderlande in het Meulensteen House of Robotics. Hier test het bedrijf niet alleen nieuwe producten voor klanten, maar krijgen TU/e-studenten of onderzoekers ook de kans om ideeën uit te werken. Dit kan gebeuren in de vorm van een stage of onderzoeksproject. Vincent Kwaks, CTO bij Vanderlande legt de keuze voor de campus uit: “We zijn al breder actief op de campus, we ondersteunen verschillende studententeams. We vinden het belangrijk om te volgen wat er allemaal gebeurt. Zeker robotica ontwikkelt zich razendsnel, deze R&D-locatie is een stepping stone om die ontwikkelingen bij te houden. We staan voor enorme logistieke uitdagingen en op deze locatie willen we de kennis van de TU/e en de creativiteit van jong talent samen met de inzet van onze specialisten vertalen in nieuwe dingen.” Volgens Kwaks moet dit een wisselwerking zijn, waarin Vanderlande niet alleen profiteert van de creativiteit van jong talent, maar ook kennis inbrengt. “In de internationale robotica-gemeenschap zijn wij een bekende speler, we hebben contacten over heel de wereld. We ondersteunen het ecosysteem met kennis uit het buitenland en het internationale netwerk dat we hebben.”

Ook Maarten Steinbuch, naast professor aan de TU/e, betrokken bij EMR en Eindhoven Engine, is enthousiast over de ontwikkelingen op het campus-terrein. “Ik hoop dat hier een bruisende omgeving ontstaat, het zou zonde zijn om alle mooie dingen die hier op de universiteit worden bedacht binnenskamers te houden. Het gebouw is niet voor niets vernoemd naar Gerard Meulensteen. Hij wist – in een tijd dat dat nog niet zo werd gewaardeerd – een link te leggen tussen universiteit en bedrijfsleven.”