Uitvindingen sneller naar de markt brengen. Dat is het doel van Eindhoven Engine, een nieuwe accelerator voor innovaties en onderzoeksprojecten van kennisinstelling en bedrijven. De oproep (Open Call) om projecten in te dienen is gestart. Algemeen directeur Katja Pahnke: “We zijn op zoek naar multidisciplinaire teams die bezig zijn met een specifieke, iconische oplossing voor een maatschappelijk probleem.”

De drie belangrijkste ingrediënten van de accelerator: een mix van kennisinstellingen en bedrijven, teamleden uit verschillende domeinen en disciplines en tot slot één locatie om samen te werken. Volgens Pahnke zijn dit de belangrijkste elementen voor goede innovaties. “Wij zijn ervan overtuigd dat innovaties bijna uitsluitend op de kruispunten van disciplines ontstaan.” Het gaat voornamelijk om projecten waarbij sectoren, bijvoorbeeld werktuigbouw, en vakgebieden, bijvoorbeeld mobiliteit, samenkomen.

“Het gaat om exponentiële innovatie”, gaat Pahnke verder. “We zijn bijvoorbeeld op de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) heel goed in lineaire innovatie. Stap voor stap werken naar een doel. Hier moeten mensen heel veel stappen gelijktijdig doen door samen te werken.” Bovendien moeten de deelnemers die zich melden via de Open Call volgens haar werken aan specifieke oplossing voor een maatschappelijk probleem. Zoals bijvoorbeeld een baanbrekend slaaponderzoek in de gezondheidszorg. “De deelnemers moeten kijken naar praktische toepassing van hun onderzoek en daarbij het grotere geheel niet uit het oog verliezen.” Dat maakt deze accelerator volgens haar anders dan anderen binnen de kennisinstellingen. “Op echte wetenschapsvragen kunnen mensen soms meer dan vijf jaar broeden. Wij willen dat het toegankelijker is en dat deelnemers snel een stap verder zijn richting de markt.”

Lees hier meer over de lancering van de Eindhoven Engine.

Eisen aan projecten

Verschillende grote bedrijven sloten zich al aan bij Eindhoven Engine. Zoals Philips, ASML, Signify, VDL, NTS en NXP. Ook kennisinstellingen Fontys, TU/e en TNO nemen prominent deel in Eindhoven Engine. “Ik hoop dat zij in hun omgeving in ieder geval gaan kijken naar een project dat zich in kan schrijven”, stelt Pahnke. Hoeveel aanvragen er gaan komen is volgens haar nog heel lastig te zeggen. Al leeft het initiatief wel in de omgeving. Teams hebben ook nog even de tijd. De Open Call is open tot 19 september.

“We hebben in ieder geval ruimte voor drie tot vier grotere projecten. Zij draaien dan ongeveer drie jaar mee”, zegt Pahnke. Dat heeft onder andere te maken met de subsidie die wordt toegekend aan de deelnemers. “Ik heb vijftien miljoen euro subsidie ontvangen. Hiervan wordt tien miljoen door de jaren heen beschikbaar gesteld om een impuls te geven aan impactvolle projecten”, legt Pahnke uit. “We hebben het maximale bedrag per project in deze ronde vastgesteld op een half miljoen.” Al gaat Eindhoven Engine volgens haar vooral om de ontwikkeling van projecten. “Voor mij is subsidie nooit een reden om ergens aan mee te doen. Het is een middel om een project waar ik mee bezig ben te versnellen.”

Ecosysteem bouwen

Door de verschillende mensen met verschillende achtergronden samen te brengen op één plek, wil Eindhoven Engine een ecosysteem bouwen. Die plek is het Multi Media Paviljoen op de TU/e-campus geworden. Pahnke: “Het is een speels gebouw dat zich leent voor het mixen van projecten en onderzoeken.” Een kwart van het gebouw is sinds 1 juli van de accelerator. “Het ademt nog niet de dynamiek uit die we zouden willen, dat moet nog groeien. De projecten die we vanuit de pilot Open Call van begin dit jaar hebben aangenomen komen hier nu langzaam naartoe.” Daarnaast wil de algemeen directeur ook verschillende faciliteiten en programma’s aanbieden om de deelnemers te ondersteunen.

Persoonlijke ontwikkeling

Voor de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemers is er een Academy opgezet binnen Eindhoven Engine. “Daar gaat het vooral over de persoonlijke ontwikkeling van mensen. Zodat deelnemers zich verrijkt voelen als ze het traject verlaten”, vertelt Pahnke. “Hier leren zij hoe ze sneller kunnen innoveren. Denk bijvoorbeeld aan cursussen over innovatie management, maar ook de ontwikkeling van sociale vaardigheden met behulp van coaches.”

Naast de accelerator voor onderzoeksprojecten gaan ook studenten van de universiteit en Fontys Hogescholen in projecten meewerken. “Dat zijn voorbeelden van multidisciplinaire teams en het is de toegang van bedrijven tot talent.” Volgens Pahnke kunnen deze groepen heel veel van elkaar leren. “Het levert mooie resultaten op wanneer mensen vanuit verschillende disciplines samenwerken. Dat geldt ook voor samenwerkingsverbanden tussen jonge en ervaren mensen.”

Intelligentie aanboren

Dat gebeurt volgens haar minder snel in de dagelijkse gang van zaken. “Terwijl samen aan innovaties werken heel waardevol is.” Dat is een van de redenen om Eindhoven Engine op te richten, beaamt ook Maarten Steinbuch. Hij is wetenschappelijk directeur van Eindhoven Engine. Pahnke: “Ik vind het leuk om het ondernemerschap te brengen in de cultuur van de universiteit.” Dat zorgt voor successen op technisch en sociaal gebied. “Slimme mensen lopen hier genoeg rond, maar wij willen die kennis op een goede manier aanboren. Dat vereist lef en energie, van beide kanten. Het is heel belangrijk om die intelligentie optimaal te benutten.”

Steun ons!

Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van dit artikel dat je onafhankelijke journalistiek wil steunen? Klik dan hier: