Nee, Eindhoven is nog lang geen smart city, hoe hard dat zowel binnen als buiten de stad ook af en toe wordt geroepen. Maar de weg naar dat doel is inmiddels wel stevig geplaveid. Niet alleen is er volop zelfvertrouwen over de lokaal aanwezige voorwaarden, er is zelfs al een werkprogramma dat een eerste invulling moet verschaffen. e52 gaat in een serie artikelen in op de transitie die de stad moet doormaken om daadwerkelijk een smart society te kunnen worden. Vandaag deel 12: Slimme systemen blijven zichzelf aanpassen. Lees hier alle eerdere bijdragen.

Deelname van alle 225.000 Eindhovenaren aan de “living labs” in de zich ontwikkelende smart ity is vrijwel zeker een illusie. Veel mensen hebben er geen zin in, of staan er zelfs afwijzend tegenover. Maar zelfs als inwoners niet actief willen deelnemen aan de proeven rondom de vorming van de smart society, kunnen ze nog een waardevolle bijdrage leveren, zegt Elke den Ouden, programmamanager smart lighting & smart city aan de TU/e.

“Gelukkig doen de meeste inwoners heel graag mee, gewoon omdat ze merken dat hen dat helpt. Maar een andere vorm van deelname is via de slimheid van het systeem. Slimme systemen bieden vaak ook mogelijkheden om gebruikers op een meer passieve manier te betrekken. Bijvoorbeeld door te monitoren of mensen vaker en langer buiten zijn in een wijk – wat een teken is dat ze het op straat als prettiger ervaren. Uiteraard moet een en ander wel in goed overleg met de bewoners en met oplossingen die privacy garanderen, zeker in de openbare ruimte.”

Schermafbeelding 2015-11-11 om 16.08.09Den Ouden legt uit dat “de systemen” kunnen helpen bij het identificeren van de behoeften en kansen in een specifieke wijk of buurt: “Wat speelt er in die wijk, wat voor soort mensen leven er en wat zijn hun specifieke behoeften. In de ene wijk voelen mensen zich bijvoorbeeld niet zo veilig op straat. In een andere wijk is er weinig contact tussen de bewoners. Weer ergens anders wordt er te hard gereden op plaatsen waar ook veel kinderen spelen. Bewoners kennen hun wijk het beste, en kunnen goed betrokken worden in het vaststellen van de behoeften, maar hebben soms ook ideeën over mogelijke oplossingen. Die kunnen we in de proeftuinen zichtbaar maken.”

Economische afwegingen kunnen daarbij ook als trigger dienst doen. De Ouden: “Bij het zoeken naar oplossingen kunnen bewoners betrokken worden door ze mee te nemen in de afweging van de ‘kosten en baten’ van verschillende oplossingen. Door goed te luisteren naar wat hun overwegingen zijn om een bepaalde oplossingen te kiezen komt er vaak ook beter zicht op de dieper liggende behoeften. Dit kan via bijeenkomsten in de wijk, maar ook online discussieplatforms kunnen daarin helpen.”

Slimme oplossingen zijn vaak ook efficiënter. “Dergelijke systemen hebben het voordeel dat je veel verschillende scenario’s kunt realiseren zonder dat de ‘hardware’ daarvoor hoeft te worden aangepast. Licht bijvoorbeeld, een van onze speerpunten, is een lastig fenomeen om te kunnen beoordelen zonder het in het echt te ervaren. Maar omdat je met de bewoners samen de lichtniveaus en dimschema’s nog kunt vaststellen, kunnen ze toch van begin tot eind betrokken worden. Niet alleen bij de installatie van het systeem dus, maar ook tijdens de gebruiksfase kun je het nog met betrokkenheid van gebruikers ‘bijregelen’.”