©Delva
Author profile picture

Het regent awards zo aan het einde van het jaar. Onophoudelijk is het feest. Een bonte zondvloed overspoelt je. In mijn vakgebied is het niet anders. Een uitstekende gelegenheid de bekroonde avant-garde eens door te pluizen op zoek naar nog onbewandelde wegen. Dat blijkt nog niet mee te vallen. Zoals inflatie de waarde van munten aantast, leiden bizarre hoeveelheden onderscheidingen tot een waterige overmaat waarin vooral de beeldbepalende projecten lijken te gedijen. Aandacht voor inhoudelijke vernieuwing is met een lantaarntje te zoeken en ook de legitimiteit is soms wat kwestieus met opmerkelijk veel vakkundige lof voor projecten met tamelijk ontevreden gebruikers. Ik zie ruimte voor een keurmerk 🙂

Dat gezegd hebbende. In vrijwel alle rivieren is goud te vinden. Zo ook hier. Soms fonkelen er nuggets op de zeef. Wat te denken van landschapsarchitectenbureau DELVA. Verrassend verkozen tot tatata: ‘Architect van het Jaar 2021’. Oprichter Steven Delva wilde niet als persoon onderscheiden worden om te benadrukken dat het hele team van het Belgisch-Nederlandse bureau hiervoor de credits verdient. Dat is al leuk. Zeker als je beroepsmatig aan communities bouwt. Daarnaast onderstreept het nog maar eens het belang van vergroening van de stedelijke omgeving.

Maar dat is nog lang niet alles. Het ontwerpen van groen en water in stedelijke gebieden is niet meer los te zien van het ontwerp van gebouwen. Daar is een bijzondere integrale benadering voor nodig met het groen als basis. Dat doet DELVA door mee te schrijven aan de business case van projecten en als het even kan zelf ook eigenaar van het groen te worden en de aanleg en het beheer van het groen in eigen hand te nemen.

Verdienmodel met tijdfactor als kracht

Zo kan het groen onderdeel worden van een economisch model waarbij een hoge ruimtelijke kwaliteit en regie gekoppeld worden aan financiële opbrengsten. Door het slim programmeren van combinaties kan geld verdiend en bespaard worden én de waarde voor de buurt en de samenleving als geheel worden vergroot. Een verdienmodel met de tijdfactor als kracht: ‘Gebouwen kunnen na oplevering alleen maar minder worden, natuur gaat alleen maar mooier worden’ is een prikkelende uitspraak.

Hoe werkt het concreet, groen en water als onlosmakelijk onderdeel van de economische betekenis van een gebied? Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat toegang tot groene buitenruimtes het welzijn en de productiviteit van werknemers aanzienlijk verhoogt. Voilà, wat is een gezonde leefomgeving u waard? De groene omgeving kan onderdeel zijn van de marketing van bedrijven die er zitten en dienen voor presentaties. Groen en water zijn inzetbaar voor klimaatbestendigheid bijvoorbeeld door gebruik als waterretentie, -buffering en -zuivering en uiteraard worden gebruikt voor recreatieve doeleinden. Allemaal zaken die te beprijzen zijn.

Het activeren van het gebruik van groen en water raakt dan natuurlijk nog meer de vraag van eigenaarschap. Ik zou ervoor willen pleiten het zo te organiseren dat de bevolking (mede-) eigenaar is. Dan kan de perceptie en benutting van gebieden nog verder transformeren. Ondernemen is naar de toekomst kijken.

Over deze column

In een wekelijkse column, afwisselend geschreven door Eveline van Zeeland, Eugène Franken, Katleen Gabriels, Carina Weijma, Bernd Maier-Leppla, Willemijn Brouwer en Colinda de Beer probeert Innovation Origins te achterhalen hoe de toekomst eruit zal zien. Deze columnisten, soms aangevuld met gastbloggers, werken allemaal op hun eigen manier aan oplossingen voor de problemen van deze tijd. Morgen zal het dus goed zijn. Hier zijn alle voorgaande afleveringen.