Het Corps Diplomatique was in Eindhoven. Vorige week trokken ruim vijftig ambassadeurs van over de hele wereld langs ASML, de High Tech Campus en de Dutch Design Week. Doel: de schijnwerper plaatsen op de kracht en internationale positie van de Brainport-regio.

Deense ambassadeur
“Denemarken ziet Nederland als een partner, niet als een concurrent”, zegt Ole Emil Moesby, de ambassadeur van Denemarken. Volgens hem hebben Nederland en Denemarken veel economische overeenkomsten.

Beide landen hebben -volgens de Deen- weinig natuurlijke grondstoffen om een industrie op te bouwen. “De enige kracht die we hebben zit tussen onze oren”, zegt Moesby. “In Denemarken kijken we vaak met een schuin oog naar Nederland. We zien wat hier in de afgelopen tien jaar is opgebouwd.”

Luister nu naar De IO Show!

Elke week het nieuws van Innovation Origins in je oren!

Volgens Moesby is Denemarken in vergelijking met Nederland nog te veel bezig om haar intellectueel kapitaal te beschermen. “We willen te zeer vasthouden aan een leiderschapspositie, daardoor is het soms moeilijk om te blijven innoveren. En dat is precies wat hier in Brainport wel gebeurt.”

In Denemarken kijken we vaak met een schuin oog naar Nederland.

Een ander verschil tussen de kenniseconomie van de twee landen is een samenwerking tussen de overheid, industrie en academische instituten. “Dat zien we bij ons heel erg weinig.”

Duitse ambassadeur
Datzelfde ondervindt Dirk Brengelmann. Desondanks ziet de Duitse ambassadeur dat de staat in zijn thuisland meer investeert in onderzoek dan in het bedrijfsleven. “In Nederland is dat anders”, zegt hij. “Hier wordt veel meer gefinancierd door het bedrijfsleven zelf.”

Dat heeft voor- en nadelen volgens Brengelmann. “Door de staat gefinancierd onderzoek kan rekenen op langere trajecten en is niet altijd zo doelgericht  als onderzoek dat door het bedrijfsleven gefinancierd wordt. De keerzijde daarvan is dat het onderzoek dan weer te zelden concreet wordt.”

Wat de Duitser verder opviel tijdens zijn bezoek aan Eindhoven was de hoge mate waarin verschillende landen samenwerken aan producten die hier gemaakt worden. “Duitsland levert dertig procent van de materialen waar ASML mee werkt. Daar had ik nooit bij stilgestaan.”

Bulgaarse ambassadeur
De Bulgaarse ambassadeur verbaasde zich voornamelijk over een feit dat de burgemeester van Veldhoven benoemde tijdens de openingsspeech aan het begin van de dag. “35 jaar geleden was dit er nog allemaal niet, en nu is er een kennis-ecosysteem dat tussen gebieden als Sillicon Valley en Shanghai genoemd kan worden”, zegt hij.

De ambassadeur wil in zijn thuisland erop aansturen dat het waardevol is te investeren in hoge opleidingen die zich richten op één specifiek gebied. Zoals dat in Eindhoven vooral op het vlak van techniek en  design is gebeurd.

Corps Diplomatique
In totaal bestaat het Corps Diplomatique uit een groep van ongeveer zeventig ambassadeurs van over de hele wereld. De ambassadeurs opereren vanuit Den Haag.