Dutch Game Garden in Utrecht begeleidt start-ups die games maken en die leveren veel geld op. De keerzijde van de stevig groeiende markt voor games is dat er mensen aan verslaafd raken. Volgens directeur Jan Pieter van Seventer is dat onvermijdelijk, en zit verslaving in sommige mensen. ,,Je kunt games niet minder leuk maken omdat 5 procent er niet op tijd mee kan stoppen.”

Is die groei van de game-industrie nu alleen maar goed voor de maatschappij? Je hebt ook game verslaving.

„Ja, het bestaat. Verslaving is sowieso slecht. Het vervelende is, aan alles wat we leuk vinden kunnen we verslaafd raken. Dus ook aan games.”

Maar voel je je daarvoor verantwoordelijk?

„Ja, natuurlijk denk ik daar over na. Verslaving is sowieso ernstig. Er zijn mensen wiens leven kapot gaat door het spelen van games. “

Lees ook: Utrecht is de gamestad van Europa en dat levert miljoenen op

Ook van games die hier gemaakt zijn?

„Niet dat ik weet. Maar het zou kunnen dat er iemand is die een van die games zo leuk vindt dat hij daardoor zijn school en vrienden verwaarloost. Belangrijk om te beseffen is dat de verslavingspercentages van alle gamers wereldwijd schommelen tussen de 3 en de 6 procent. Dat is vergelijkbaar het percentage mensen dat verslaafd raakt aan alcohol. Dat heb ik opgezocht omdat ik me afvroeg of die percentages nu heel anders zouden zijn. Dat was dus niet zo. Sommige mensen zijn zeer verslavingsgevoelig. Vaak hebben ze sociale problemen en is er van alles aan de hand.”

Maar is er iets dat je kan doen bij het maken van een game om verslaving te voorkomen?

„Er zijn mechanismen in games waar je mensen mee verleidt tot te lang doorgaan. Er is veel discussie over ‘loot boxes’ in games. Dat zijn een soort kistjes [die je met echt geld moet kopen, red.] waarbij je iets kan winnen: de ene keer iets heel groots, de andere keer iets heel kleins.”

Zodat je nieuwsgierig blijft.

„Ja. Daar is een hele grote discussie over: of dat gokken is, of niet.”

Maar het is pas gokken als je echt iets krijgt, zoals een financiële beloning.

„Ja, dat is dus de discussie. Want je krijgt je beloning vaak alleen in de game. Daar buiten is die niks waard. Als een beloning in euro’s is uit te drukken is er wel sprake van gokken. Als dat niet zo is, niet.”

Terwijl het gaat om een psychologisch mechanisme.

„De vraag is eigenlijk: kun je iets doen aan games om ze minder verslavend te maken. Verslaving aan games is vergelijkbaar met verslaving aan alle interactieve media zoals Facebook, e-mail en andere sociale media.”

Net zoals verslaving aan streaming.

„Ja. Ik zit ook wel eens te vaak op Facebook. Sommige mensen kijken teveel Netflix. Maar moet je dan aan Facebook en Netflix vragen om het minder leuk te maken? Dat is een lastige discussie. Het is ook niet zo dat je weet: als ik dit of dat in een game stop, raakt iedereen eraan verslaafd. Wij willen ook dat games zo leuk mogelijk zijn. Als 95 procent er plezier aan beleeft en op tijd weet te stoppen, moet je die games dan voor die 5 procent die dat niet kan minder leuk gaan maken?”

Kun je dat überhaupt afdwingen?

„Nee. Maar natuurlijk denk ik erover na. Ik ben ook vader. Mijn kinderen gamen ook. Ik moet hen ook leren om op tijd te stoppen. Als ik geen paal en perk stel, zitten ze de hele dag achter dat schermpje. Dat is niet goed.”

Er zijn ook degelijke toepassingen van games die niet gericht zijn op entertainment.

„Daarmee zeg je dat entertainment geen degelijke toepassing is. Daar ben ik het niet mee eens. Ik denk dat het vermaak door games op zich heel goed is. Ik ben een groot fan van speelfilms. Hebben die nut? Een documentaire heeft misschien meer nut. Maar in een speelfilm zitten ook dingen waarvan je iets kunt leren. Die zitten ook in games.”

Maar wat leer je dan van games?

„Wil je iets leren via een game, dan moet die leuk zijn.”

Maar wat leer je ervan?

„Als ik een game pak die niet bedoeld is om te leren maar om te vermaken, dan kun je sowieso iets leren over de content of het thema van de game. Bijvoorbeeld geschiedenis, zoals Civilization.”

Zodat je leert over het verloop van bepaalde oorlogen en veldslagen?

„Ja. Of je kunt je oog-handcoördinatie trainen door middel van interactiviteit. Of je kunt leren samenwerken. Je hebt games waarbij je met vier man over de wereld verspreid zit en met wie je een missie moet volbrengen. Dan moet je samenwerken. Dus er zijn ontzettend veel dingen die je van games kunt leren zonder dat ze serious games zijn.”

Hoe werkt een serious game dan?

„Dan pak je een leuk designthema dat je combineert met een maatschappelijk vraagstuk. Bijvoorbeeld: Grendel, een bedrijf in Leeuwarden, heeft een game voor chirurgen in opleiding te gemaakt met een Wii Usimulator en een Wii U-gamekit die lijkt op de apparatuur die chirurgen gebruiken om laparoscopisch te opereren.”

Jan Pieter van Seventer met in zijn handen de controls van de game ‘Underground’ voor chirurgen in opleiding Foto: Lucette Mascini

Om ze familiair te maken met de operatietechniek?

„Ja. Laparoscopisch operen gaat via gaatjes in de buik. Ze kijken via een camera en opereren via buisjes met twee tangen die ze vasthouden. Dat is moeilijk. Heb je wel eens geprobeerd om je haar te knippen in de spiegel? Dan moet je alles in spiegelbeeld doen. Dat voelt raar. De motorische skils om dat te kunnen, moeten ze trainen. Grendel heeft een spelletje bedacht [Underground, red.] dat niets met opereren te maken heeft maar dat die chirurgen spelen met een Wii U-kit die lijkt op de apparatuur als waarmee ze opereren. Als ze dat drie uur spelen, trainen ze hun motoriek. De simulator in het ziekenhuis kost 60.000 euro. Dit kitje met die tangen erbij kost 600 euro. En welke doen ze liever?

De gamekit van Grendel waarmee chirurgen hun motorische skills kunnen trainen. Foto: Lucette Mascini

En je kunt je motorische skills thuis in je eigen tijd trainen.

„Ja, zelfs dat.”

Maar wat is nu de kracht van die game?

„Eén van de medici die deze game getest heeft, Maurits, is niet alleen chirurg maar ook dertig en zelf opgegroeid met gamen. Hij traint liever met die game dan met de simulator van het ziekenhuis. Die is saai. Dus wat is nu de kracht? Engagement. Dat is dat je helemaal in een experience gezogen wordt en ondertussen iets leert.”