Arnaud de Jong, TNO, © Bram Saeys
Author profile picture

De Nederlandse high tech en maakindustrie is de sleutel tot ons toekomstig verdienvermogen. Met een aandeel van 12% van ons bbp en de helft van onze totale export is dat nu als grotendeels het geval, maar die getallen kunnen verder omhoog, zegt TNO’s managing director High Tech Industry Arnaud de Jong. Hij was gisteren de keynote speaker tijdens het jaarcongres van Brainport Industries.

In de grote zaal van Mikrocentrum in Veldhoven gaf De Jong een scherp beeld van de enorme kansen die Nederland op diverse high tech waardeketens heeft – mits de concrete zorgpunten daarover op tijd weggenomen kunnen worden. “Mijn centrale boodschap: In 2040 kunnen we een handvol nieuwe ASML’s gecreëerd hebben”, zo zei hij voor een zaal met enkele honderden leden en partners van Brainport Industries.

Waar het dan om draait zijn ‘control points’: unieke capaciteiten of verworvenheden in de waardeketen die lastig vervangen kunnen worden door anderen en waar de wereld niet omheen kan. “Het grote voorbeeld op dat vlak voor ons is natuurlijk ASML, maar het hoeft niet alleen om een unieke technologie te gaan. Control points kun je ook creëren met een bepaald productieproces of zelfs de loyaliteit van je klanten. Heb je zo’n control point, dan doe je ertoe.”

Volgens De Jong gaan we naar een industrie die 100% duurzaam werkt, 150% productiever is dan nu en waarbij 50% van de omzet komt uit nieuwe waardeketens. Hij ziet wat dat laatste betreft vier concrete richtingen:

  1. High tech voor een gezonde samenleving: op afstand monitoren, biomedische productie, contactloze detectie, implantaten.
  2. High tech voor duurzame processen: energieconversie en -opslag, recycling, biogebaseerde materialen.
  3. High tech voor transformationele digitale technologieën.: optische (satelliet)communicatie, quantum, fotoniche chips.
  4. High tech voor defensie en veiligheid: optische satellietcommunicatie, quantum, autonome systemen
Arnaud de Jong, TNO
© TNO

Zorgpunten

Hoewel de kansen voor het grijpen liggen, zijn er ook zorgpunten die ons kunnen dwarszitten op weg naar die handvol nieuwe ASML’s. “Veel draait daarbij om het erkennen en waarderen van de vier bepalende succesfactoren: met nieuwe waardeketens vernieuwing en groei realiseren, je ‘license to operate’ veiligstellen in tijden van strenge regelgeving, je mondiale concurrentiepositie verstevigen en lange-termijn bestendigheid creëren. Wat ik nu zie is dat veel andere landen dat momenteel beter hebben geregeld dan wij. We zijn heel goed in de ontwikkeling van nieuwe technologieën, maar qua ondernemerschap kan het allemaal wel een beetje scherper.”

Bewijs daarvoor vindt De Jong in de moeite die het Nederlandse start-ups kost om van start-up naar scale-up door te groeien. “Dat is zorgelijk. We zijn slecht in het opschalen en dat heeft alles te maken met ondernemerschap. In andere landen zie ik veel meer lef en hogere investeringten. Datzelfde geldt voor onze R&D intensiteit en de mate van digitalisering van onze industrie. We moeten daar echt wat extra’s doen, we moeten uit de slaapstand komen.”

Lange termijn

Het potentieel is er, net als de fundamentele technologieën die nodig zijn voor een bepalende rol in de nieuwe waardeketens. Maar met potentieel alleen ben je er niet, benadrukt De Jong aan het slot van zijn betoog. “Als je in tegenstelling tot het buitenland geen lange-termijnvisie hebt op innovatiebeleid, dan zet je jezelf op achterstand. Natuurlijk, we hebben een heel nuttig Nationaal Groeifonds, maar dat is eindig. Wie denkt er al na over de periode daarna? En los daarvan, we zijn met ons 2,3% R&D-uitgaven nog ver weg van de EU-ambitie van 3%, terwijl Duitsland nu al op 3,2% zit, België op 3,5% en Finland zelfs op 4%. Ja, we mogen aan de ene kant best wat trotser zijn op die potentiële control points, maar laten we tegelijkertijd ook uit die sluimerstand komen en onze comfort zone verlaten. Ondernemerschap met lef kan ons uiteindelijk die handvol nieuwe ASML’s opleveren.”

Brainport Industries voorzitter John Blankendaal spreekt de volle zaal op het jaarcongres in Mikrocentrum toe. Foto © Bram Saeys
Brainport Industries voorzitter John Blankendaal spreekt de volle zaal op het jaarcongres in Mikrocentrum toe. Foto © Bram Saeys

“Als je niet in de jeugd gelooft, geloof je ook niet in je eigen toekomst!”

John Vullings

William Pijnenburg Award

Aan het einde van het officiële gedeelte van het jaarcongres was het weer tijd voor de uitreiking van de William Pijnenburg Award. Dochter Manon Pijnenburg mocht de prijs namens de jury (met Anke Meuffels, Peter Manders, Yvonne van Mierlo en Martine Dubling) uitreiken aan John Vullings van Vullings Metaalbewerking in Horst ad Maas.

De William Pijnenburg prijs, vernoemd naar de oud eigenaar van AAE, staat voor betrokkenheid op het gebied van techniekpromotie, het bieden van werkgelegenheid en het opleiden van toekomstig technisch talent. En dat is precies wat de jury bij Vullings terugzag. Uit het juryrapport: “Vullings is een toekomstgericht bedrijf dat talentontwikkeling binnen de organisatie goed borgt. Opleiden vindt men bij Vullings logisch. Medewerkers krijgen volop tijd en mogelijkheden om zich te blijven ontwikkelen, maar ook voor het begeleiden van nieuwe medewerkers. Daarnaast is intern kennisbehoud een belangrijk aandachtspunt én is Vullings een sterke verbindende factor over de verschillende Brainportregio’s heen. Het bedrijf is dan ook de terechte winnaar van de William Pijnenburg Award 2023.”

John Vullings toonde zich in zijn dankwoord zeer vereerd met de prijs. “Het aantrekken en opleiden van vakmensen is heel belangrijk voor ons en het maakt mij dan ook enorm trots dat we op dit punt beloond worden. Ik kan alleen maar tegen iedereen hier zeggen: leid meer jeugd op, want als je niet in de jeugd gelooft, geloof je ook niet in je eigen toekomst!”

John Vullings, Manon Pijnenburg. Foto © Bram Saeys
John Vullings, Manon Pijnenburg. Foto © Bram Saeys