Een gesprek met je hardloopapp: “Alexa kun je me met mijn training helpen?”

“Ja, ik hebt net informatie over je blessure ontvangen. Je hartslagmeter staat aan, je voetsensor is verbonden en je hebt goed geslapen. Het ziet ernaar uit dat je fit bent. Je bent ambitieus en prestatiegericht. Je moet wel rekening houden met je blessure. Ik heb je training samengesteld. Ben je klaar om te gaan?”

Is dit de realiteit of nep? “Dit is fake gedaan, maar het is ook realiteit”, zegt hoogleraar Steven Vos, lector Move to be aan de Fontys Hogeschool. Samen met Colette Cuijpers, lector Recht en digitale technologie aan de Juridische Hogeschool Avans – Fontys, gaf hij een openbaar college over technologie in de sport: een vloek of een zegen? “We geven daar geen antwoord op. Voor mij is het zowel een vloek als een zegen.”

Vos en Cuijpers belichten de verschillende kanten van techniek in de sport. Cuijpers: “De sport is eigenlijk een aparte wereld. In wie er de regels bepaalt zit een gelaagdheid, de sportkoepels hebben best veel autonomie. De antidopingwet zegt dat er verboden methoden en verboden stoffen zijn. Wat verboden is, bepalen de sportkoepels.”

Techniek inzetten om het beste uit jezelf te halen, het is niet nieuw. “Tonny de Jong schaatste in 1996 voor het eerst op de klapschaats”, vertelt Vos, “Gunda Niemann was toen de snelste en ineens schaatste dit meisje vier seconden sneller op de vijf kilometer. Wereldschokkend. Twee jaar later heeft de hele schaatstop dit product.”

“Het gekke is dat ongeveer tien jaar later Speedo een fantastisch zwempak had ontwikkeld”, gaat Vos verder. “Dat werd begin 2009 het voor het eerst in de competitie gebruikt. In een jaar tijd werden 103 wereldrecords verbroken in het zwemmen. Toen kwam het WK in Rome. Er was al besloten dat het pak niet tijdens de Olympische Spelen zou mogen worden gebruikt. Tijdens dat WK breken er nog eens 43 wereldrecords. Wat bepaalt nou dat die klapschaats wel en dit pak niet gebruikt kan worden?”

Cuijpers: “Het is eigenlijk een spel: hoe je voordeel krijgt binnen de regels om eerlijke sport te bewerkstelligen.” Die discussie verbreedt Cuijpers naar de maatschappij als geheel. “We denken constant na over hoe we de mens kunnen verbeteren. Hoe kunnen we functies herstellen die kapot zijn gegaan of verslechterd? Een bril of een gehoorapparaat is prima. Maar waar ligt de grens als we technologie gaan gebruiken om betere mensen te maken? In de sport zijn regels om een bepaalde mate van gelijkheid te handhaven. Maar hoe zou dat er op een meer macroniveau uitzien? Wat betekent dat voor gelijkheid in de hele samenleving? Hoe kwalificeren we iemand die voor een deel niet meer uit organisch maar bionisch materiaal bestaat? De sport is eigenlijk een ultiem voorportaal waar je dat ziet gebeuren. De klapschaats mag wel, het zwempak niet. Hoe gaat dat straks verder?”

Individuele coaching

In het voorbeeld met Alexa krijgt een sporter een individueel trainingsprogramma dat rekening houdt met parameters als slaap en hartslag en blessures. Vos: “Je gunt iedere sporter een persoonlijke coach, dat is niet het spannende. Het spannende is dat je medische data met niet-medische data combineert. Nog een stap verder: met kunstmatige intelligentie kun je een lerend systeem maken die van alle data jouw algoritme berekent. Ik denk dat we vandaag de dag pas de mogelijkheden van artificiële intelligentie aan het verkennen zijn.”

Is dit een bedreiging of een ontwikkeling die we moeten omarmen, vraagt Vos zich af. Twee jaar geleden besloot de Belgische voetbalclub Racing Genk zijn spelers vierentwintig uur per dag te gaan monitoren. Dit na tegenvallende resultaten en een dalende ticketverkoop. Vos: “Een heel debat in de media. Vooral omdat je niet weet wat er met die data gebeurt. Spelers voelen zich bedreigd. In de strijd om de winst telt elke procent. De coach denkt: Als we beter willen gaan voetballen moeten we alles uit de kast halen. Heeft de werkgever misschien iets meer te zeggen over je lichaam als spelers een jaarsalaris krijgen van de drie tot vijf ton per jaar? Zeker als je met een gadget dat lichaam sterker wil maken?”

PSV denkt aan iets soortgelijks, vertelt Cuijpers. “Onze studenten hebben vanuit juridisch perspectief hun reflectie gegeven op of PSV de sportprestaties van de spelers mag optimaliseren. De studenten stelden daarbij de vraag of daar een privacygevoelig aspect aan zat. Het antwoord was: ‘Nee het is allemaal afgedekt in hun arbeidscontract. Onze spelers hebben daar toestemming voor gegeven.’ Hoe zouden jullie dat vinden als op je werk een arbeidscontract wordt voorgelegd waarin de keuze of je daar gaat werken afhangt van het feit of jij 24/7 inzicht wil geven in jouw activiteiten?”

Meer dan de helft van de aanwezigen steekt zijn hand omhoog als Cuijpers vraagt wie dat te ver zou vinden gaan. Een voormalig docent van Fontys reageert: “Ik denk dat er nog wel een verschil is of je bij PSV werkt of dat ik voor Fontys werk. Bij PSV bepaalt mijn fysieke gesteldheid hoeveel ik inbreng. Een dag slecht geslapen wil dat nog niet zeggen dat ik slecht les geef die dag.”

Toestemming

Cuijpers: “Vanuit juridisch oogpunt ligt het helemaal aan de context en om welke gegevens het gaat. Je moet hard kunnen maken dat het verzamelen van gegevens belangrijk is voor je doel als werkgever. Gaat het om medische gegevens dan is er toestemming nodig. Toestemming legt de wet uit als elke vrijgegeven bevestiging dat je iets wilt. Hoe vrij is toestemming in een arbeidsrelatie? Als het geven van toestemming voor het verwerken van die gegevens de voorwaarde is om überhaupt je arbeidscontract te behouden?”

“Ik zeg niet dat de wet goed of slecht is. Er is een discrepantie tussen wat de wet vereist en de casuïstiek die voorligt. Daar ligt een grijs vlak. Is het afgedekt als de spelers toestemming hebben gegeven?”

Dichter bij huis geldt eenzelfde situatie, waarbij toestemming wel duidelijk is. “Wie hebben er een wearable, bijvoorbeeld een Fitbit?” vraagt Cuijpers de zaal. Handen gaan omhoog. “Zijn jullie je ervan bewust met wie je allemaal gegevens deelt? Wie heeft de algemene voorwaarden erop nageslagen om te zien wie er met je gegevens aan de haal gaan?”

“Zijn er mensen van jullie die de settings hebben aangepast?” Ook dan gaat bij het gros de hand omhoog. “Heel goed. De nieuwe wetgeving verplicht de aanbieders van dit soort producten om je keuzevrijheden aan te bieden waarmee je dat je bepaalt welke functionaliteiten je uitzet en dat je data deelt met andere commerciële partijen. Vaak geef je die als bulktoestemming. Het is handig om je deelopties aan te passen als je niet wilt dat al die zuster- en dochterondernemingen toegang tot jouw data krijgen.”

Staatsbelang versus een mensenleven redden

Een ander verhaal is Strava, een app die je verbindt met je horloge of fietscomputer en je afstand, snelheid en locatie bijhoudt. Dat kun je uploaden naar een platform en zo kun je je fiets- of loopprestaties delen met anderen. “Strava kan iets dat niemand anders kan”, vertelt Vos. “Militairen die op geheime missie zijn, rennen op het kamp binnen de omheining rondjes, met Strava. Die data is te verzamelen en begin vorig jaar kwam er een foto waarop onder meer Amerikaanse en Nederlandse bases zichtbaar werden. Staatsgeheim. Een week later organiseerde de Nederlandse defensie een workshop om militairen bewust te maken wat het gevaar van sport apps is. Op zich wel goed, maar waarom nooit eerder bedacht?”

“Dan eind 2018. Steven de Jongh, ooit een getalenteerd sprinter, wielrenner en nu ploegleider bij Trek-Segafredo. Hij is op stage met zijn team en gaat een fietstochtje doen. Er is zes uur geen teken van leven. Zijn vrouw in paniek, gooit het op twitter. Bleek er in Strava een functionaliteit te zitten dat Strava blijft loggen zonder dat je actief bezig bent. Die man wordt teruggevonden, lag half bewusteloos langs de weg en zijn leven is gered. Een app van maximaal vier euro per maand die een leven redt versus de app die het staatsbelang bedreigt, dat prikkelt op zijn minst.”