Als volledig zelfrijdende auto’s over enkele decennia op grote schaal over de openbare weg mogen, zullen dat vrijwel alleen deelauto’s zijn. Dat verwacht Gijs Dubbelman, hoofd van de onderzoeksgroep mobiele perceptiesystemen van de TU Eindhoven. „De apparatuur waarmee je de auto moet uitrusten, is zo duur dat een gewone burger die niet kan betalen.”

De mensen die er wel een kunnen kopen zijn dan waarschijnlijk dezelfde die zich nu een eigen vliegtuig of helikopter kunnen veroorloven. De rest zal een auto moeten delen en oproepen als deze nodig is. ‘Mobility as a service’, noemt Dubbelman dat.

Dure apparatuur

De duurste onderdelen van de volledig zelfrijdende auto zijn de speciale sensoren – in het bijzonder de lidar (een detectiesysteem met laserstralen), de AI en de computer die de data met behulp van de AI moet verwerken. „Alleen de kosten van een lidar kunnen al oplopen tot zo’n 50.000 euro”, aldus Dubbelman. „Dat is wel heel erg duur. En dan heb je nog geen auto, alleen die lidar. Waarschijnlijk zullen lidars goedkoper worden in de toekomst. Maar aan één lidar heb je niet genoeg want je moet helemaal rondom het voertuig dekking hebben. Je hebt meerdere sensoren nodig om in alle situaties en omstandigheden veilig te zijn.” Dus het blijft duur.

Gijs Dubbelman toont een beeld dat de autonoom rijdende testauto waarneemt tijdens een rit tijdens het symposium ‘AI in engineering’ van de TU/e Foto: Lucette Mascini

In de toekomst moeten de kaarten voor de navigatieapparatuur in de zelfrijdende auto ook goedkoper worden. Op dit moment is de productie daarvan nog te beperkt en meestal alleen bedoeld voor relatief kleine testgebieden. „Je kunt je voorstellen dat dit niet goedkoop is.”

De navigatieapparatuur is gericht op het zo exact mogelijk lokaliseren van de auto, de wegen waarop deze rijdt en de stilstaande objecten in de omgeving. De AI is gericht op het voorspellen van het gedrag van de mensen die daar lopen, de dieren en andere bewegende objecten in de omgeving.

Verkeerschaos door sneeuwvlokje

Tot nu toe lijkt een massale lancering van de robotauto nog toekomstmuziek. Vorige week maakte de Britse Law Commission bekend dat uit onderzoek blijkt dat zelfrijdende voertuigen lijden aan het zogenoemde ‘frozen robot syndrome’. Dat houdt in dat ze vooralsnog niet in staat zijn om onverwachte, bewegende voorwerpen op de weg zoals rond dwarrelende bladeren, plastic tassen en zelfs vogels en sneeuwvlokken te herkennen. Omdat ze daardoor meteen op de rem gaan staan en ‘bevriezen’, kan dat chaos op de weg veroorzaken, is de vrees, bijvoorbeeld als de auto al stopt voor een sneeuwvlokje. Dat de auto stopt als hij niet herkent wat er voor zijn bumper of voorruit beweegt, is logisch, zegt Dubbelman. „Je wilt niet dat hij doorrijdt en er een kind onder komt.”

Lees ook: Zelfrijdende auto kan nooit in Amsterdam centrum

Op dit moment is het nog te vroeg om ervan uit te gaan dat een zelfrijdende auto automatisch kan interpreteren welke bewegende objecten in de buurt komen van het voertuig en wat ze gaan doen. „Met AI moet je kunnen nabootsen hoe de intelligentie van een menselijke bestuurder werkt. Dat kunnen we nu nog lang niet. Wanneer we dat wel kunnen, weet ik ook niet. Hoe je daar achterkomt, is net zo’n vraag als: ‘hoe is het leven ontstaan?’ Daar is ook geen definitief antwoord op.”

Zware computers die batterij leeg zuigen

Op termijn zal het wel lukken, verwacht Dubbelman. In de eerste plaats moet de juiste AI daarvoor ontwikkeld worden zodat de auto zelf goede beslissingen kan maken in het doorgaande verkeer. In de tweede plaats moet de computer die de data met de AI verwerkt zo’n sterke rekenkracht hebben dat deze die data aankan, en tegelijk energiezuinig zijn. Het energieverbruik van de huidige computers in zelfrijdende auto’s is nu nog zo hoog dat een zware computer de batterij van een Tesla bijvoorbeeld heel snel leeg zou zuigen waardoor het gebruik ervan niet aantrekkelijk is.

Als de autonoom rijdende auto het verkeer eenmaal overgenomen heeft, kunnen we ons waarschijnlijk niet meer voorstellen dat iedereen zijn eigen auto bestuurt, zegt Dubbelman. „Een collega van mij vergelijkt het huidige gebruik van auto’s met dat van paarden van vroeger.” Daar ga je niet mee naar je werk of het ziekenhuis bijvoorbeeld. „Je kunt straks nog wel zelf in een auto rijden, denk ik, maar alleen op bepaalde tracks.”

Hutje in de Andes

Dat de hele wereld dan digitaal in kaart gebracht is zodat een volledig zelfrijdende auto overal de weg vindt en zijn passagiers via een klein paadje naar een hutje in de Andes brengt, is nu nog moeilijk voor te stellen, beaamt Dubbelman. „Maar als je tweeduizend jaar geleden gezegd had dat de hele wereld ooit vol wegen van steen en asfalt zou liggen, zouden de mensen dat ook niet geloofd hebben. Stenen en asfalt? Moet je niet doen joh”, grapt Dubbelman. „Maar dat is toch gebeurd.”