Clemens Schmitt, oncoloog aan de Kepler Universiteit Linz, ontwikkelt momenteel een preventieve tweeledige behandeling voor kankerpatiënten. Het doel is de kans op terugval te verminderen.

Sommige patiënten overwinnen kanker definitief, anderen krijgen een terugval. Het is nog niet mogelijk om dit te voorkomen. Er zijn vele mogelijke oorzaken voor een terugval. Schmitt, van de afdeling Hematologie en Interne Oncologie, doet onderzoek naar passende behandelingen. In januari verhuisde de oncoloog van de Berlijnse Charité naar de medische faculteit van de Johannes Kepler Universiteit in Linz, waar hij sindsdien aan het hoofd staat. Zijn onderzoek richt zich op de senescente cellen die een terugval kunnen veroorzaken.

Eliminatie van tumorcellen

Om te beginnen is er geen sprake van keuzemogelijkheden in de klinische kankertherapie. Het streven is om de tumor te verwijderen. Dit is altijd het eerste doel, zegt Schmitt in een artikel in de meest recente Kepler Tribune (2/19). Hiervoor zijn verschillende behandelingen mogelijk, zoals chirurgie, chemotherapie of bestraling. Deze hebben tot doel zoveel mogelijk tumorcellen te doden. Het normale weefsel mag daarbij niet al te zeer beschadigd worden.

Activering van beschermingsmechanismen

Chemotherapie activeert in iedere tumorcel bepaalde processen: apoptose en senescentie. Deze processen zijn beschermingsmechanisme van het lichaam. Ze treden op bij bedreigingen in het lichaam en elimineren vervolgens het gevaar. Als dit niet gebeurt, kunnen kwaadaardige cellen zich verspreiden.

Celdood

Apoptose verwijst naar geprogrammeerde celdood en senescentie (veroudering) van de cellen. Dit laatste zorgt ervoor dat cellen zich niet langer delen. Chemotherapie wordt gebruikt om apoptose, celdood, in tumorcellen te stimuleren. Maar tumoren veranderen voortdurend – als gevolg van zowel hun eigen ontwikkeling als behandeling. Volgens de oncoloog is weerstand van individuele cellen tegen het vernietigingsmechanisme gedeeltelijk te wijten aan deze verandering.

Celveroudering

Er zijn ook tumorcellen die apoptosebestendig zijn en zichzelf niet vernietigen tijdens de chemotherapie. Als alternatief kan senescentie, zelf-veroudering van tumorcellen, worden gestimuleerd. Een dergelijke behandeling kan de tumor onder controle houden en zo een levensverlengend effect hebben op organismen die door tumoren zijn aangetast. Dit is inmiddels aangetoond.

Bijwerking van herprogrammering

Een therapie gericht op senescentie roept echter nieuwe problemen op. Dit heeft Schmitt in zijn nieuwste studie aangegeven:

In sommige gevallen hervatten senescente tumorcellen spontaan de celdeling. Als dit gebeurt, zijn ze gevaarlijker dan tumorcellen die niet in senescentie waren. Dit komt omdat de cellen massaal epigenetisch geherprogrammeerd worden wanneer ze overschakelen naar senescentie.

In dit verband ontdekten de onderzoekers onder andere de activering van een stamcelprogramma. Door deling krijgen de cellen hun capaciteit terug en veroorzaken ze een bijzonder agressieve terugval. Eén enkele kankerstamcel kan dan een volledige tumor produceren.

Nieuw therapeutisch kader

Desondanks blijft Schmitt het belang van therapie gericht op senescentie benadrukken. Met behulp van senescentie kan een zeer agressieve vorm van kanker namelijk in eerste instantie worden beperkt. Dit is echter slechts een tijdelijke oplossing, zegt de oncoloog. Hij gaat nu de volgende onderzoeksfase in en probeert methoden te vinden om de senescente cellen gericht aan te pakken. Hij concentreert zich op de herprogrammeringsfase die de cel doormaakt wanneer hij overschakelt naar senescentie. In deze fase veranderen veel van de biologische eigenschappen van de cellen, waardoor nieuwe kwetsbaarheden ontstaan. Deze moeten worden gevonden, herkend en gebruikt om de senescente cellen selectief uit te schakelen. Deze aanpak valt onder de verzamelnaam senolyse.

De kwetsbaarheden van senescente cellen bieden een nieuw therapeutisch kader. De resultaten van de dierproeven waren veelbelovend. Nu zullen de therapeutische mogelijkheden van senolyse klinisch getest worden. Dat is voor Schmitt de logische volgende stap.

Vermindering van de kans op terugval

Hij wil deze tweeledige therapie – een senolyse in aansluiting op chemotherapie – nu testen in een klinisch onderzoek. Het doel is om het aantal terugvallen aanzienlijk te verminderen. Tot nu toe kan men niet meer dan hopen dat een terugval uit zal blijven. En pas als er sprake is van een klinisch zichtbare terugval wordt behandeling ingezet.

Als Schmitt’s onderzoek succesvol is, en inzicht geeft in hoe resterende tumorcellen moeten worden aangepakt, zal het zeker nog tien jaar duren voordat de methode kan worden toegepast. Volgens Schmitt is er daarnaast onderzoek nodig om het perspectief in de klinische gemeenschap te veranderen.

Ook interessant:

UV-licht helpt bij effectievere behandeling borstkanker

Nieuwe analyse voor huidkanker en tumorchirurgie

Injecteerbare chemo-gel in de strijd tegen buikvlieskanker