Vijf jaar na hun afstuderen verblijft 38% van de buitenlandse studenten nog steeds in Nederland. Dat is twee keer zo veel als waarmee het CBS tot nu toe rekening hield. Dat betekent ook dat de berekening van hun waarde voor de schatkist (op basis van de oude uitgangspunten bepaald op bijna 1 miljard per jaar) naar boven moet worden bijgesteld.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in opdracht van EP-Nuffic naar de ‘stayrate’ van internationale studenten die in het studiejaar 2008-2009 zijn afgestudeerd aan een hogeschool of universiteit. Regionale cijfers biedt het CBS niet in de studie. De TU/e kent, net als veel andere Nederlandse universiteiten, een toenemende instroom buitenlandse studenten. Dit studiejaar meldden zich bijvoorbeeld ruim 500 nieuwe eerstejaars.

De “stayrate” van internationaal afgestudeerden uit het cohort 2008-09 is 38%, gemeten op vijf jaar na afstuderen (1 oktober 2013). De working stayrate van ditzelfde cohort, op hetzelfde meetmoment, is 27%. Met een arbeidsparticipatiegraad van meer dan 70% dragen internationaal afgestudeerden als werknemers naar rato bij aan de Nederlandse economie. Ook het gemiddeld uurloon binnen de beide typen onderwijs en de verschillende studierichtingen lijkt vergelijkbaar met dat van Nederlandse afgestudeerden. Afgestudeerden van buiten de Europese Economische Ruimte, afgestudeerden uit het hoger beroepsonderwijs en afgestudeerden met de studierichtingen Gezondheid en Techniek kennen een bovengemiddelde stayrate en working stayrate, en dragen dus relatief vaker en meer bij aan de Nederlandse economie.

“De Braingain moet naar boven worden bijgesteld”

“Deze meting lijkt erop te wijzen dat de gemiddelde stayrate over de hele levensloop significant hoger uit zal vallen dan de stayrate waarmee het Centraal Plan Bureau (CPB) rekent in zijn model over de economische effecten van internationalisering uit 2012. Vervolgonderzoek naar de stayrate van internationaal afgestudeerden in Nederland is wenselijk”, zegt het CBS in een toelichting. “Ook is het wenselijk op basis van deze meting de verwachte opbrengsten van internationaal afgestudeerden voor de Nederlandse economie en schatkist (de zgn. ‘braingain’) naar boven bij te stellen.

De onderzochte studenten betrof een groep van 12.000 afgestudeerden, waarvan er 1.590 de Nederlandse nationaliteit hadden, 6.770 afkomstig waren uit de Europese Economische Ruimte (EER) en 3.640 van buiten de EER kwamen. 30% van de internationale studenten met buitenlandse nationaliteit vertrok direct na afronding van de studie uit Nederland, nog eens 20% vertrok in de daaropvolgende twee jaar en nog 12% vertrok tussen drie en vijf jaar na afronding van de studie.

Schermafbeelding 2015-11-26 om 13.02.20Het verdient volgens het CBS “sterke aanbeveling” het verwachte positieve saldo voor de Nederlandse schatkist niet los te zien van andere economische en onderwijskundige voordelen van internationalisering. “Zo vormen de vertrekkende internationaal afstudeerders een formidabele groep ambassadeurs voor het Nederlandse onderwijs en de Nederlandse samenleving. Daarnaast dragen ambitieuze internationale studenten bij aan peer-learning effecten in de steeds internationaler wordende classrooms.”

Jaarlijks

Het is de bedoeling om deze meting jaarlijks uit te laten voeren, om zo een goed beeld te krijgen van de stayrate van verschillende groepen afgestudeerde internationale studenten over een langere periode na afstuderen. Op termijn kunnen zo ook uitspraken worden gedaan over de trend(s) in de stayrate: hoe is het gesteld met de binding van internationaal afgestudeerden aan de Nederlandse maatschappij en arbeidsmarkt? Welke groepen afgestudeerden blijven nu vaker of juist minder vaak dan vroeger? “Dit type informatie is van groot belang om het economische gewicht van internationale mobiliteit van studenten binnen het Nederlandse hoger onderwijs goed op waarde te kunnen schatten.”

(hoofdfoto uit het rapport)