©Pixabay

In de luwte na de kerstdagen wilde ik mijn achterstand in het beantwoorden van mails, opgelopen tijdens een druk eerste semester, rustig bijwerken. Maar de servers van mijn universiteit zijn sinds maandagavond 23 december gehackt. Dit geeft enerzijds rust. De oorzaak van het malheur ligt buiten mijn controle, net zoals de oplossing. Tegelijkertijd neemt de onrust toe: de nog-te-beantwoorden-mails stapelen zich ongestoord verder op.

Een werkmailbox onderhouden, dat is niet per se nutteloze maar wel hopeloze arbeid. Heb je je eindelijk door je inbox geploeterd, loopt de respons erop al binnen. Elke hoop op succes wordt genadeloos tenietgedaan. Altijd weer terug naar af. Een werkmailbox onderhouden, dat is sisyfusarbeid.

In De mythe van Sisyphus omschreef Albert Camus Sisyfus als de absurde held. Ons bestaan is een toevalligheid, het leven heeft geen intrinsiek doel en is bovenal absurd. Sisyfus is voor Camus de patroonheilige van de ervaring van het absurde. Telkens weer is hij gedoemd om het massieve rotsblok de berg op te duwen. Om het vervolgens weer naar beneden te zien donderen.

Camus was met name geïnteresseerd in het moment waarop Sisyfus naar beneden loopt, tijdens zijn adempauze. “Op die momenten”, schrijft hij, “staat hij boven zijn noodlot. Hij is sterker dan zijn rots”. Als hij afdaalt, beseft hij ten volle de omvang van zijn miserabele toestand en zijn strijd. Maar Sisyfus berust in de beproeving. En zo schept hij zelf zingeving in de absurditeit. “De strijd op zichzelf tegen de top is voldoende om het hart van een mens te vullen. We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen”, besluit Camus.

Dat laatste klinkt vooral absurd. Maar, misschien zit er toch een wijze raad in voor onze dagelijkse mailboxkwelling. Dat we niet langer mogen focussen op het doel – dat is toch schier onhaalbaar – maar op de tocht. En dat je zelfs uit een kwelling iets positiefs en poëtisch kunt halen.

Ik zal elke beantwoorde mail als een kleine lofzang op de vergeefsheid beschouwen.

Deze column is een variant op een eerder geschreven tekst van Katleen Gabriels, die in 2017 verscheen.

Over deze column:

In een wekelijkse column, afwisselend geschreven door Bert Overlack, Mary Fiers, Peter de Kock, Eveline van Zeeland, Lucien Engelen, Tessie Hartjes, Jan Wouters, Katleen Gabriels en Auke Hoekstra, probeert Innovation Origins in een wekelijkse column te achterhalen hoe de toekomst eruit zal zien. Deze columnisten, soms aangevuld met gastbloggers, werken allemaal op hun eigen manier aan oplossingen voor de problemen van deze tijd. Zodat morgen beter wordt. Hier lees je alle vorige afleveringen.

 

Word lid!

Op Innovation Origins lees je elke dag het laatste nieuws over de wereld van innovatie. Dat willen we ook zo houden, maar dat kunnen wij niet alleen! Geniet je van onze artikelen en wil je onafhankelijke journalistiek steunen? Word dan lid en lees onze verhalen gegarandeerd reclamevrij.

Over de auteur

Author profile picture Katleen Gabriels is moraalfilosoof, gespecialiseerd in computerethiek, verbonden aan de Universiteit Maastricht. Ze doet onderzoek naar de relaties tussen moraliteit en computertechnologieën.