©Pixabay
Author profile picture

‘Je begrijpt het niet’ had de schooldirecteur gezegd. ‘Dit is niet de tijd om te experimenteren, we moeten zo dicht mogelijk bij de bestaande situatie blijven.’

In de afgelopen weken was het traditionele onderwijssysteem krakend en piepend tot stilstand gekomen, en de professor had zich daarover verheugd. ‘Onderwijs is dood, leve het onderwijs!’ had hij geroepen.

De professor en de directeur kenden elkaar al een hele poos. Meestal konden ze goed met elkaar praten en soms spraken ze af om ‘gedachten te scherpen’. Nu zaten ze op een bankje op de hei, anderhalve meter uit elkaar. Ze waren beide in gedachten verzonken omdat hun discussie een beetje uit de hand was gelopen.

Het begon toen de professor zei dat het huidig onderwijssysteem voornamelijk succesvol is in het verwijderen van verbeeldingskracht. Dat was natuurlijk veel te kort door de bocht. Bovendien was het eigenlijk meer een conclusie dan een opening. Een beetje alsof je een mop vertelt beginnend met de clou. Het had de discussie doen ontsporen.

De professor had lang nagedacht over nieuwe vormen van onderwijs en was tot de redenering gekomen dat traditioneel onderwijs gebaseerd is op reproductie. Op het herhalen van kennis. En waarom? Omdat dat vroeger heel belangrijk was. Wie veel wist over een bepaald onderwerp, kon docent worden op een school of professor aan een universiteit. En vanuit die rol werd kennis overgedragen aan studenten die werden geacht stil te zitten en de kennis tot zich te nemen. De docent testte vervolgens welke student de kennis het best kon reproduceren in de vorm van een toets. Wie goed was in herhalen, kreeg een hoog cijfer.

Omdat reproductie makkelijk kan worden gemeten, is een standaard ontstaan die gebaseerd is op uniformiteit. Studenten die goed kunnen reproduceren, worden toegelaten tot hoger onderwijs. Wie dat niet kan krijgt het label ”zwakke leerling” en stroomt af naar beroepsgericht onderwijs, of gaat werken. Hiermee is een kardinale denkfout in het onderwijs geslopen.

‘Er wordt gedacht dat intelligentie gebaseerd is op kennis’ zei de professor ‘maar daarmee wordt het belang van verbeeldingskracht onderschat. Kennis leidt niet tot vooruitgang … en reproductie leidt niet tot kunst, architectuur, geneeskunde of wetenschap.’
‘Laatst zei je dat “kunstmatige intelligentie” een verwarrende term is omdat het weinig te maken heeft met intelligentie maar alles met reproductie’ zei de directeur.
‘En dat is precies de reden dat modern onderwijs zich moet richten op kwaliteiten als verbeeldingskracht, nieuwsgierigheid en verwondering’ antwoordde de professor ‘want dàt onderscheidt menselijke intelligentie van kunstmatige.’

Het was even stil en toen zei de directeur ‘Ik sprak gisteren een ouder die zei dat haar zoon de wiskundestof begreep omdat hij vijf keer hetzelfde wiskundefilmpje had bekeken.’ In zijn stem klonk teleurstelling door. ‘Ze vroeg me waarom de docent het niet zo goed kon uitleggen als het filmpje.’ De directeur grinnikte, maar het klonk meer als een snik.
’Voor het opdoen van kennis zijn jonge mensen niet meer afhankelijk van een docent’ antwoordde de professor. ‘Ze kunnen talen leren via een app, wiskunde via filmpjes, en Data Science via MOOC’s van het prestigieuze MIT. Ze kunnen zelfs acteerlessen nemen van Helen Mirren en tennislessen van Serena Williams. De beste docenten ter wereld staan voor hen klaar.’

‘Maar daarmee zijn ze nog niet voorbereid op de beroepspraktijk’ zei de directeur. ‘Allerminst!’ juichte de professor. ‘En dáár moet de omwenteling in het onderwijs ontstaan: Leren doe je thuis en huiswerk maak je op school’. Hij betoogde dat onderwijsinstellingen zouden moeten worden ingericht als ateliers, als werkplaatsen, als laboratoria en repetitieruimtes. Als de plek waar studenten kunnen experimenteren en van elkaar leren. Het zouden plekken moeten zijn waar het kraakt, piept, vonkt en vooral mis mag gaan.
‘Heel erg mis mag gaan.’ voegde hij eraan toe.

‘Maar er is ook nog zoiets als een verplicht aantal lesuren’ zei de directeur.
‘Overboord daarmee!’ riep de professor. ‘Studenten moeten zélf weer verantwoordelijk worden voor hun ontwikkeling en de docent leert hen dat ontwikkeling gepaard gaat met twijfel, onzekerheid en tegenslag. Hij biedt hen zelfvertrouwen’.

En dat was het moment geweest waarop hij -nét iets te hard- had geroepen: ‘Onderwijs is dood, leve het onderwijs!’
De schooldirecteur had hem boos aangekeken en geantwoord dat hij er niets van begreep en dat dit niet de tijd was om te experimenteren. Het was niet de eerste keer dat de professor te horen kreeg dat hij er niets van begreep.

Het was al een hele tijd geleden: De docent liep door de klas om de resultaten van een proefwerk uit te reiken. ‘Jij snapt er niks van!’ had hij gezegd. Bovenaan het proefwerk stond in rode letters geschreven “Experimenteer niet, blijf bij wat je leert in de klas” ernaast stond het cijfer 2,8. Hij werd een zwakke leerling genoemd.
De professor realiseerde zich dat hij er al jaren eigenlijk niets van begreep.

Over deze column:

In een wekelijkse column, afwisselend geschreven door Bert Overlack, Mary Fiers, Peter de Kock, Eveline van Zeeland, Hans Helsloot, Buster Franken, Tessie Hartjes, Jan Wouters, Katleen Gabriels en Auke Hoekstra, probeert Innovation Origins te achterhalen hoe de toekomst eruit zal zien. Deze columnisten, soms aangevuld met gastbloggers, werken allemaal op hun eigen manier aan oplossingen voor de problemen van deze tijd. Zodat morgen beter wordt. Hier lees je alle vorige afleveringen.