© KNMI
Author profile picture

Klimaatverandering en luchtvervuiling zijn belangrijke uitdagingen van deze tijd. Wat de Europese Unie betreft wordt ons continent in 2050 koolstofvrij. Om broeikasemissies terug te brengen is het belangrijk dat gegevens over uitstoot worden verzameld over een langere periode. Dat gebeurt vanuit de lucht, of preciezer gezegd, vanuit de troposfeer, de onderste laag van de dampkring.

Precies in de technologie van aardobservatie is Nederland wereldwijd een voorloper. Om die positie te behouden en uiteraard om het klimaatprobleem een handje te helpen, hebben KNMI, TNO, SRON (het Netherlands Institute for Space Research) en de TU Delft de handen ineen geslagen. Gisteren (3 februari) ondertekenden de vier partijen een memorandum van overeenstemming, waarbij het Clear Air-consortium werd opgericht.

We spraken met onderzoeker Pepijn Veefkind van de afdeling satellietwaarnemingen van het KNMI om te horen welke innovaties we van het consortium kunnen verwachten en over de rol van Nederland in deze tak van sport.

aardobservatie
Pepijn Veefkind

Wat is zo bijzonder aan dit consortium?

Het feit dat vier belangrijke partijen die sterk zijn op het gebied van aardobservatie hun krachten bundelen om precies deze kennis te versterken, zodat Nederland blijft voorlopen. 

Welke innovaties kunnen we van het Clear Air consortium verwachten?

Een voorbeeld van innovatie die we voor ogen hebben is de ontwikkeling van een kleine satelliet die ondanks zijn formaat in staat is emissies te meten. Deze satelliet gaat samenwerken met grotere satellieten. De grote satellieten bieden een ruimtelijke oplossing, de kleine zoomen als het ware in en leveren zeer goed beeldkwaliteit.

Wanneer gaat deze ‘kleine’ satelliet de lucht in?

Naar ons idee moet de lancering, mogelijk in samenwerking met ESA, binnen 5 jaar kunnen plaatsvinden. Dat is in ons vakgebied enorm snel. Normaal heeft satellietontwikkeling een veel langere aanlooptijd. Probleem is wel dat de financiering nog achterblijft. 

Weer een satelliet de ruimte in helpt niet het afvalprobleem te verminderen

Dat is inderdaad een probleem. Maar het is wel zo dat we ons houden aan internationale regelgeving en dat onze satellieten na hun levensduur op een veilige manier naar beneden worden gebracht en verbranden in de dampkring. 

Wat moeten we ons bij ‘groot’ en ‘klein’ voorstellen?

Bij een grote satelliet, waar bijvoorbeeld Tropomi aan boord is, moet je denken aan de grootte van een wasmachine en een gewicht van zo’n 100 kilo. Een kleine satelliet daarentegen heeft een volume van 4 à 5 liter en is veel lichter. Het voordeel is dat het maken van zo’n kleinere satelliet veelal gemakkelijker en goedkoper is en dat de lancering ook minder voeten in aarde heeft.

U noemt Tropomi, wat is dat?

Tropomi is een satellietinstrument dat wereldwijd de luchtkwaliteit onderzoekt en dat op een zeer nauwkeurige manier. Tropomi doet 100 minuten over een baan om de aarde en brengt op ruim 800 kilometer hoogte de hele aardse atmosfeer in één dag volledig in kaart. Het instrument meet teruggekaatst licht, zowel zichtbaar licht als infrarood en ultraviolet, in wel 4000 golflengtes. Op basis daarvan kunnen stikstof, zwaveldioxide, ozon en nog een set andere gassen worden gemeten. Het is eigenlijk een heel geavanceerd camerasysteem.

Is Tropomi een voorbeeld van Nederlandse excellentie op dit gebied?

Hoewel Tropomi valt in het Copernicus-programma, waarin Europese aardobservatie is gebundeld, is het instrument in Nederland ontwikkeld en veel van de dataprocessing wordt gedaan met Nederlandse inbreng. Tropomi is op dit gebied wereldwijd het beste wat er is.

Kan deze soort technologie en de gegenereerde data te gelde worden gemaakt?

Laten we voorop stellen dat het KNMI, dat verantwoordelijk is voor de aansturing van Tropomi en voor de kwaliteit van de data, geen commerciele instelling is. Daarnaast zijn de ruwe data van dit instrument voor iedereen te raadplegen. Het is een open source. Er zijn nu wel partijen die de ruwe data uitbouwen voor commerciële dienstverlening. 

Welke andere innovaties heeft het consortium voor ogen?

Hoewel nog in een beginstadium zijn we bezig met de ontwikkeling van een nieuwe generatie sensoren voor aardobservatie. Het is belangrijk om steeds kleinere en preciezere instrumenten te ontwikkelen. 

Hoe is de voorloperpositie van Nederland te verklaren?

Het heeft te maken dat ons land al decennia specifiek investeert in satellieten die in staat zijn om emissies nauwkeurig waar te nemen. Er zo veel kennis opgebouwd, en er zijn tal van kennisinstellingen die nu in aardobservatie gespecialiseerd zijn. Wij zijn in deze samenstelling met het consortium gestart omdat we goed bij elkaar passen. Maar het consortium is bepaald geen gesloten club. De bedoeling is dat meer kennisinstellingen, Nederlandse, maar ook buitenlandse zich bij ons consortium aansluiten.

(Afbeelding: gemiddeld NO2-waarde gemeten door Tropomi (troposferische concentratie over 2021))

Lees ook hoe onderzoekers met Tropomi-gegevens grote methaanuitstoot van Australische kolenmijnen hebben ontdekt

Ook interessant: TNO levert optische module voor Sentinel-5-ruimtemissie