Een groep economen uit Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk stelt een nog veel radicaler economisch herstelprogramma voor dan de Europese Unie. Het EU herstelfonds zou in hun ogen mogen worden verhoogd van de door de Europese Commissie voorgestelde 750 miljard euro naar 2000 miljard euro. Het moet bovendien een echt Europees gezicht krijgen, waarbij het verduurzamen van de energievoorziening en ultrasnelle treinverbindingen een grote rol spelen.

Voor de typisch Europese doelen zouden de economen 1,5 biljoen euro willen uittrekken tussen nu en 2030. De overige 500 miljard zijn bedoeld om de gevolgen van corona op nationaal niveau te bestrijden.

Volgens de economen moeten we bij het personen- en goederenvervoer dezelfde ambitie hebben als de Chinezen met hun Belt-and-Road Initiative. Europa moet werken aan zijn eigen Europese zijderoute. Met name bij treinverbindingen wordt er nu nog teveel nationaal gedacht met systemen die slecht op elkaar aansluiten. De treinen rijden bovendien niet hard genoeg om te kunnen concurreren met vliegtuigen.

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Vier ultrasnelle spoorverbindingen

    Concreet stellen de economen vier ultrasnelle Europese spoorlijnen voor waar de snelheid gemiddeld tussen de 250 en 300 kilometer per uur bedraagt. Een treinlijn loopt van Lissabon over Parijs, België, Berlijn en de Baltische staten naar Helsinki. Met deze trein zou de reistijd tussen Berlijn en Parijs bijvoorbeeld kunnen worden gehalveerd tot vier uur. In België splitst deze route zich ook nog af en maakt een boog over Nederland, Hamburg, Kopenhagen en Stockholm naar Helsinki.

    Een tweede lijn loopt van België over Zuid-Duitsland naar het zuidelijkste puntje van Italië en Malta. Een derde lijn richt zich op het zuidoosten van de EU en verbindt Berlijn met steden als Praag, Wenen, Ljubljana, Sarajevo, Podgorica, Sofia, Boekarest, Boedapest, Zagreb en Athene.

    Alle EU-hoofdsteden verbonden

    In het plan worden alle EU-hoofdsteden met elkaar verbonden. Dat geldt ook voor Dublin dat een high-speed trein-ferry verbinding zou krijgen met Parijs. De economen komen op een totale kostenpost van 1,1 biljoen euro die bijvoorbeeld uitgesmeerd kan worden over twee decennia. Om het geheel rendabel te maken zou het goed zijn als er één  bedrijf – de Ultra Rapid Train Trust (URTT) – verantwoordelijk wordt.

    Bij het Europese goederentransport moet je volgens de economen aan eenzelfde soort project denken. Een combinatie van snelwegen, spoor- en scheepsverbindingen die ook landen verder weg in Oost-Europa verbinden. Denk bijvoorbeeld aan Rusland en Azerbeidzjan.

    Betere Europese stroomnetten

    Het CO2-neutraal maken van de EU speelt een sleutelrol in het plan van de economen. Zo zouden zij ook graag zien dat de stroomnetten van Noord- en Zuid-Europa worden uitgebreid en op elkaar aangesloten, zodat duurzame energiebronnen zoals water, zon en wind elkaar beter kunnen aanvullen.

    Een echt gemeenschappelijk project kan bovendien het Europese saamhorigheidsgevoel en de handel ten goede komen, zo denken de economen.

    Bij de studie waren economen betrokken van het Oostenrijkse Wiener Institut für Internationale Wirtschaftsvergleiche (WIIW), Het Duitse Institut für Makrökonomie und Konjunkturforschung (IMK) en het Franse L’Observatoire français des conjonctures économiques (OFCE). De hoofdauteurs zijn Jérôme Creel, Mario Holzner, Francesco Saraceno, Andrew Watt en Jérôme Wittwer.

    Steun ons!

    Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

    Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van de artikelen dat je ons een bedankje wil geven? Gebruik dan de donatie-knop hieronder:

    Doneer

    Persoonlijke informatie

    Over de auteur

    Author profile picture Maurits Kuypers is als macro-econoom afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam met als specialisatie internationale betrekking. Sinds 1997 is hij actief als journalist, eerst 10 jaar op de redactie van Het Financieele Dagblad in Amsterdam, daarna als freelance correspondent in Berlijn en Centraal-Europa. Bij technologische innovaties heeft hij ook altijd oog voor de financiële haalbaarheid van een project.