©Pixabay

Vooruitlopend op het Catshuisoverleg van zondag, mocht demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra afgelopen vrijdag alvast een cadeautje uitdelen. Na weken van enorme stress vanwege het thuisonderwijs, worden ouders eindelijk van hun loden last bevrijd: de basisschoolkinderen mogen weer naar school, iets waar ouders “reikhalzend” naar uit zouden kijken.

Volgens minister van Onderwijs Slob zou uit onderzoeken blijken dat “…kinderen toch veel minder bijdragen aan de verspreiding van het virus, dat geldt ook voor de Britse variant.” In het advies van het Outbreak Management Team (OMT), waarop de regering haar beleid zegt te baseren, staat echter dat besmetting met de nieuwe VK-variant kan leiden tot meer transmissie van het virus vanuit kinderen, maar dat er geen aanwijzingen zijn dat kinderen eenzelfde rol spelen als bij influenza. Verspreiding via kinderen zal dus voorkomen, hoewel ze door het OMT niet als de grote motor van transmissie worden beschouwd.

98e OMT Advies

Over de epidemiologische situatie in Nederland laat het OMT er geen misverstand over bestaan: “De meest gunstige prognose betreft de situatie waarin de maatregelen die op dit moment gelden worden gecontinueerd. Met deze sombere voorspelling in gedachten, meenemend de zorgen rondom de mogelijkheid snel te kunnen vaccineren en de onzekerheid wat betreft de effecten van de huidige aangescherpte lockdown, met name op de verspreiding van de VOC 202112/01-variant, is de situatie kwetsbaar en de omstandigheden niet gunstig als uitgangssituatie om versoepelingen door te gaan voeren.”

Een aantal OMT- leden acht de risico’s op dit moment te groot om positief over een versoepeling te willen adviseren. “Zij zouden de situatie liefst eerst nog een aantal weken willen volgen, onder voortzetting van de huidige maatregelen.” Het OMT tekent aan dat, op grond van de modelleringen, dit een reëel risico oplevert voor verdere toename van ziekenhuis- en IC-opnames. En dan komt het. Het OMT stemt toch in met een advies om het primair onderwijs en de kinderopvang te heropenen. Niet op biomedische gronden, maar op grond “diverse maatschappelijke afwegingen”, ondanks de risico’s die dat met zich meebrengt op verspreiding van het virus. Geen (bio)medisch advies dus. En dat is gek, aangezien het OMT enkel bestaat uit “specialisten en experts met verschillende achtergronden en kennis over de desbetreffende ziekte”. Experts uit de (bio)medische vak- en kennisgebieden, geen experts in de antropologie of sociologie. Toch weet het OMT zeker dat er “dringend ruimte gewenst is voor perspectief en enige versoepeling” en dat dat gezondheidsrisico’s overstemt.

Mediahype bepaalt de maatschappelijke afwegingen

Als antropoloog vraag ik me af: hoe komen ze tot deze conclusie, want ik zie een veel complexer maatschappelijk plaatje dan het door (onder andere) de piepkleine Stichting Voor Werkende Ouders geschetste beeld dat de “vlaggen uitgaan en dat ouders massaal blij zouden zijn dat de kinderen weer naar school gaan, zodat ouders weer normaal thuis kunnen werken.”

Sinds april doe ik onderzoek naar de corona-epidemie in Nederland en inderdaad, ouders die “ernaar uitkijken dat kinderen weer naar school kunnen” kom ik in mijn onderzoek ook tegen. Maar de bezorgdheid overheerst. Zeker met de opkomst van de Britse variant. Bovendien spelen er heel wat maatschappelijke problemen rond het risico dat kinderen het virus mee naar huis nemen, waar je in de media nooit iets over hoort.

School is een wondermiddel

Ik krijg regelmatig het verwijt dat ik niets zeg over de veronderstelde leerachterstanden, toename van zelfmoordpogingen, een toename van ernstige eetstoornissen en andere problemen die met name jongeren zouden ondervinden door de coronamaatregelen. Deze problemen worden echter al uit den treure belicht en wat we makkelijk vergeten: aandacht voor de kinderen en jongeren waar het gewoon goed mee gaat tijdens deze pandemie is er helemaal niet meer. Er ontstaat een verwrongen beeld van de situatie van kinderen en wie later de geschiedenis over de pandemie wil schrijven, kan haast niet anders dan concluderen dat het met alle kinderen van Nederland heel erg slecht gaat. En dat beeld, zie ik niet bevestigd in de werkelijkheid.

Uit onderzoek van het Nederlands Jeuginstituut blijkt zelfs dat 76 procent van de kinderen de intelligente lockdown van vorig jaar als positief heeft ervaren, terwijl 54 procent van de ouders meer stress ervaarde. Al met al, valt het mee. En dat iets minder dan de helft van de ouders níet meer stress ervaarde, mag ook best aangetekend worden.

Hoe ouder de jongere, hoe moeilijker de coronacrisis

In de leeftijdsgroep 13 tot 18 jaar zijn vooral de studie en de voortgang daarvan (40 procent) en het sociale leven (44 procent) punten van zorg. Veel jongeren (85 procent) uit het MBO hebben moeite met de coronamaatregelen. Vooral vanwege de invloed van de maatregelen op hun sociale leven en omdat spanningen thuis kunnen oplopen.

Niet alleen school en opleiding vormen een behoorlijk probleem voor jongeren, met name hun sociale leven ligt stil en daarnaast worden zij economisch hard getroffen. Vergeleken met januari 2020, voor corona dus, is de werkloosheid onder jongeren gestegen met 3,8 procent. Hoe langer de pandemie voortduurt en hoe langer er restricties op de samenleving zullen zijn, hoe groter de problemen voor jongeren zullen worden. Die problemen los je niet op door de (basis)scholen open te gooien. Want zolang zij geen (bij)baan kunnen vinden omdat nog veel sectoren op slot zitten en de werkgelegenheid voor hen achteruitgaat, zullen zij problemen ondervinden in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid. Jongeren of jongvolwassenen boven de 18 kunnen zelfs in serieuze financiële problemen terechtkomen.

Testen en vaccineren van onderwijspersoneel

Bij de huidige besmettingsgraad en met de dreiging van de Britse variant die bovendien bescherming tegen ziekte door vaccinatie onzeker maakt, levert het openen van de basisscholen eigenlijk vooral problemen op. De kwetsbare kinderen mochten al naar de noodopvang. De aantallen kinderen in gezinnen met een kwetsbare ouder, die opvang nodig hebben van een grootouder, die met hun grootouders onder één dak wonen, die bij ouders wonen die mantelzorger zijn voor een oudere met een kwetsbare gezondheid of die zelf ziek kunnen worden, zijn vele malen groter dan het aantal kwetsbare kinderen in de basisschoolleeftijd die ‘buiten beeld’ zijn. Iets meer dan de helft van de ouders vindt het zwaar, maar gezien de tevredenheid van de kinderen blijkt dat zij het toch goed doen.

Maatregelen in het onderwijs zijn aardig bedacht, maar wat extra testen en voorrang bij vaccineren zullen verspreiding via scholen niet voorkomen. In de eerste plaats natuurlijk omdat die vaccins nog lang niet voorhanden zijn. Maar daarnaast biedt noch testen, noch een vaccinatie een veiliger werkomgeving. Testen en vaccinatie bieden beiden geen bescherming tegen besmetting en bieden dus – om er maar een oude favoriet in te gooien – schijnveiligheid. Het voorkomt dat een leerkracht lang thuis moet zitten of – in het geval van een vaccin – zelf niet meer ernstig ziek zal worden. Maar beide middelen bieden geen preventie. Testen voorkomt de besmetting niet en een vaccin ook niet. De besmette leerkracht weet dan snel of hij besmet is geraakt en wordt dan zelf niet ernstig ziek, maar hij draagt het nog steeds over op zijn gezinsleden, die daar nog wel ernstige klachten van kunnen krijgen. En die kunnen het ongemerkt weer doorgeven aan anderen. Via mantelzorg aan de oudere ouders bijvoorbeeld, op bezoek bij een oudere in een verpleeghuis, of bij een broertje of zusje woonachtig in een instelling.

Coronafabriek Nederland

Als de besmettingen weer oplopen, is het een realistisch scenario dat de scholen eerst open-dicht-open-dicht en misschien zelfs weer allemaal dicht moeten en dat er dan zelfs voor de kwetsbare leerlingen geen onderwijs meer verzorgd kan worden. Hoe langer het virus de kans krijgt te muteren, hoe groter de kans wordt dat de huidige vaccins in ieder geval een update nodig hebben. Of wie weet, zijn ze straks gewoon niet meer werkzaam tegen nieuwe varianten. En dan begint alles weer van voren af aan.

Leven met het virus

Hoe langer de pandemie voortduurt, des te groter de problemen zullen worden. Meer onrust, meer stress, meer burn-out (vooral in de zorg), meer rouw, meer trauma’s, meer persoonlijke drama’s omdat familieleden bijvoorbeeld niet in het huis van een overleden partner/ouder mogen blijven wonen, meer faillissementen, meer werkloosheid, meer rellen, meer polarisatie. Hoe dan ook, kinderen hebben dan misschien geen leerachterstand meer, maar ze komen in een samenleving terecht waar ze struikelen over de ellende en de problemen.

En hoe zit het voor hen straks met de doorstroom naar een vervolgopleiding? Want daar zal het gaan stagneren. Hebben ze nu ondanks alles door moeten werken op school om aan het einde van de rit toch met diploma deflatie te maken te krijgen? Wat waarschijnlijk al het geval zal zijn voor de ook nog jonge mensen die momenteel een vervolgopleiding volgen. We offeren heel wat op voor onderwijs op school. Waar het OMT een zeer zorgelijke situatie ziet op (bio)medisch vlak, zie ik die op maatschappelijk vlak. En inderdaad er is ‘dringend ruimte gewenst voor perspectief’, maar wel met een lange termijn visie. Niet het soort perspectief dat gebaseerd is op de hypes in de media en waar politici wat kiezers mee binnen denken te kunnen harken.

Met het openen van de basisscholen zonder werkelijk adequate maatregelen, wordt Nederland één grote coronafabriek. Samenwerkend aan het human capital van de toekomst, terwijl het aankomend human capital dat nu geld moet lenen om opleiding of studie te betalen, zit weg te kwijnen voor onbepaalde tijd. In de afgesloten sectoren zit veel kapitaal, zowel menselijk als niet-menselijk, dat verloren dreigt te gaan.

‘Dor hout’

Het demissionair kabinet zal moeten kiezen. Het is niet toevallig dat samen met het nieuws over de heropening van de basisscholen gelijktijdig de discussie over ‘dor hout’ weer oplaait. Dat is namelijk precies wat het kabinet uitstraalt. ‘Leven met het virus’ zoals het kabinet dat noemt. Of zoals de strategie oorspronkelijk genoemd werd: het virus ‘gecontroleerd uit laten razen‘. Dat was al een zeer onverstandige keuze, maar met de verschillende varianten op de loer om de samenleving over te nemen en misschien nog wel verder te muteren, is het echt geen optie meer.

Dit artikel is een samenvatting van de longread Corona en onderwijs: Coronafabriek Nederland. Lees hier de integrale versie.

Word lid!

Op Innovation Origins lees je elke dag het laatste nieuws over de wereld van innovatie. Dat willen we ook zo houden, maar dat kunnen wij niet alleen! Geniet je van onze artikelen en wil je onafhankelijke journalistiek steunen? Word dan lid en lees onze verhalen gegarandeerd reclamevrij.

Over de auteur

Author profile picture Antropologe Ginny Mooy is lid van het RED-team C19, een groep experts zonder officiële status, die het Nederlandse coronabeleid kritisch volgt en van tegenspraak voorziet. Mooy deed onderzoek naar de re-integratie van kindsoldaten in Sierra Leone toen daar Ebola uitbrak. Ter plekke hielp zij bij de bestrijding van de epidemie en onderzocht tegelijk de rol van gedrag op een epidemie. Ook nu staat gedrag centraal in visie van Mooy. Mooy is te volgen op Twitter @ginnymooy en via de website www.decoronapandemie.nl