©Pixabay

Het maatschappelijk debat over bereikbaarheid gaat tegenwoordig niet meer over files en rekeningrijden. Het debat gaat ook niet meer over 130 km/uur rijden, treinvertragingen en het oplossen van verkeersknelpunten- en capaciteitsproblemen. Alleen rond de verbreding van de A27 tot een veertienbaansweg door natuurgebied Amelisweerd bij Utrecht vinden nog klassieke, achterhaalde discussies plaats.

Natuurlijk speelt de huidige coronacrisis een grote rol, net als de stikstofcrisis. Deze week heeft de Raad van State, in verband met deze crisis, weer diverse plannen voor nieuwe wegen aangehouden. De vraag is of dit wel zo erg is.
Goed dat de Raad voor de leefbaarheid en infrastructuur (RLI) het belang van toekomstbestendig bereikbaarheidsbeleid weer op de agenda zet. Juist nu is het zaak om met een frisse en onafhankelijke blik alle heilige huisjes en dogma’s te benoemen die een toekomstbestendig bereikbaarheidsbeleid in de weg staan. Gelukkig vraagt ook Ed Nijpels hier in zijn voorjaarsbrief over het Klimaatakkoord aan de informateur voor een nieuw kabinet aandacht voor.

Onontkoombare keuzes

Sectorale keuzes die onontkoombaar zijn betreffen:

  • Elektrisch vervoer stimuleren na 2025. Fiscaal is er na dat jaar nog geen helderheid voor EV-rijders en niet-fiscale regelingen zijn steeds veel te snel uitgeput.
  • Betalen naar gebruik (rekening rijden en dan flink eerder dan 2030).
  • Stimuleren van thuiswerken en spreiding van mobiliteit gericht op structureel andere mobiliteitspatronen.

Op 10 februari publiceerde de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) hier al een advies over met de titel Naar een integraal bereikbaarheidsbeleid. Jammer genoeg blijft in dit advies het eerdere rapport om groener uit de crisis te komen uit 2020 onderbelicht. De RLI adviseerde in 2020 namelijk – eigenlijk heel logisch – dat er voornamelijk moet worden geïnvesteerd in onderhoud en beheer van bestaande infrastructuur in plaats van onze focus op nieuwe infrastructuur en asfalt.

Lees meer artikelen van Cees-Jan Pen op Innovation Origins

Na lezing van het recente advies over integraal bereikbaarheidsbeleid en daar bovenop de geringe media-aandacht ervoor, blijft daarom het gevoel bij dit advies hangen van een gemiste kans. Binnen het verantwoordelijke Ministerie van Infrastructuur en Milieu is heel veel budget beschikbaar dat in lijn van het advies breder kan worden ingezet voor onze leefomgeving en duurzame verstedelijking. Ik hoor hier nauwelijks iets over, terwijl er vanuit andere ministeries wel allerlei budgetten moeten worden vrijgemaakt voor de woningnood, energietransitie en transformatie van wijken en binnensteden. Een mooie voorzet voor een nieuw kabinet om verder te kijken dan de ministeriële neuzen lang zijn.

Brede welvaart

Het advies van de RLI sluit ook mooi aan op de opdracht vanuit mijn lectoraat om te werken aan een bredere welvaartskijk op het regionale vestigingsklimaat. Daarbij speelt ‘quality of life’ een steeds belangrijkere rol. De Raad koppelt in dit geval brede welvaart aan bereikbaarheid. Dit betekent dat bij infrastructurele investeringen veel meer oog is voor zaken als welzijn, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, veiligheid en milieu. Vaak blijft het brede welvaartsdebat redelijk algemeen.

Gelukkig maakt de RLI dit debat en de ophef rond Amelisweerd concreter, zoals blijkt uit onderstaand citaat. “Een bereikbaarheidsinvestering kan positief bijdragen aan brede welvaart, als het ertoe leidt dat meer mensen kunnen participeren in de maatschappij – bijvoorbeeld doordat de toegang tot werk en voorzieningen verbetert. Maar het verbeteren van de bereikbaarheid kan ook ten koste gaan van brede welvaart. Bijvoorbeeld wanneer betere bereikbaarheid leidt tot meer mobiliteit, en vervolgens tot meer CO2-uitstoot, tot meer geluidsoverlast, tot verslechtering van de luchtkwaliteit of tot vermindering van de veiligheid. Of wanneer de betere bereikbaarheid wordt gerealiseerd door de aanleg van infrastructuur die ten koste gaat van andere aspecten van brede welvaart, zoals recreatiemogelijkheden, landschappelijke beleving of de natuurwaarde van aaneengesloten natuurgebieden.”

Pieken nemen af door thuiswerken

Volgens de RLI hangt de bijdrage van het bereikbaarheidsbeleid aan brede welvaart af van de vraag voor wie de bereikbaarheid verbetert. “Ruim 90% van de vertraging op de weg ontstaat in de spitsuren. En ook in het openbaar vervoer zijn alleen tijdens de spits treinen, bussen, trams en metro’s overbelast. Wanneer een deel van de dag of de week online vanuit huis wordt gewerkt, vergaderd, gestudeerd enzovoort, nemen de pieken in de verkeersstromen af. De factor tijd is, net zozeer als ruimte, een kernvariabele voor het oplossen van bereikbaarheidsproblemen”.

Je zou denken dat we gewoon slimmer en anders met spitsuren om moeten gaan. Zeker gelet op het feit dat het grootste deel van de vertraging plaatsvindt in de spits. Focus ligt dan op spreiding van mobiliteit en meer thuiswerken. Een mooie taak voor een nieuw kabinet, waarbij je je helemaal kan afvragen waarom er nieuwe infrastructuur nodig is.

Ministerie van Ruimte en Leefomgeving

Er is momenteel een sterke roep om meer rijksregie en integraal denken in de ruimtelijke ordening. Lagere overheden hebben extra steun en regie nodig om te gaan met de diverse steeds complexer wordende ruimteclaims. Hierbij ligt de politieke nadruk helaas te eenzijdig op het sectoraal oplossen van de woningnood en nimby(Not-in-my-backyard)-gedrag rond het ruimtelijk faciliteren van de noodzakelijke energietransitie in de vorm van zonneparken en windmolens.

De Raad poogt een bijdrage te leveren aan een meer integraal ruimtelijke ordeningsdebat door te benadrukken dat het faciliteren van mobiliteit niet langer uitgangspunt moet zijn van het bereikbaarheidsbeleid. De effecten op brede welvaart moeten in dit beleid centraal staan. In feite zegt de Raad dat ook rond bereikbaarheid integraal moet worden gedacht en we moeten stoppen met de ouderwetse focus op het aanpakken van verkeerskundige capaciteitsknelpunten.

Zoals eerder is gezegd, draait het ruimtelijk debat vooral om het oplossen van de woningnood. Nadruk ligt hierbij vooral op sectorale woonoplossingen waar vraagstukken alleen vanuit woningbouwperspectief worden bekeken. Uiteindelijk gaat het vooral om zoveel mogelijk aantallen woningen bouwen in een stad of gebied los van andere ruimtelijke belangen. De RLI laat zien dat integraal bereikbaarheidsbeleid juist kan helpen bij deze opgave.

Woningnood

De woningnood is een van de grote verkiezingsissues. Het debat draait om de vraag hoe snel we 1 miljoen woningen gaan bouwen. Maar ook om wat voor type woningen dit zijn en waar deze gebouwd moeten worden. Er is veel onenigheid en polarisatie over bouwen van woningen in of buiten de stad.

De RLI voegt een in mijn ogen onderschatte dimensie toe aan dit debat. Ze stelt dat woningbouw in bestaand stedelijk gebied (‘stedelijke verdichting’) een aantrekkelijke strategie is vanuit het oogpunt van bereikbaarheid. “Het vergroot immers de onderlinge nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, waardoor verplaatsingen vooral over korte afstanden zullen plaatsvinden.
Dan komt de aap uit de mouw. Daarbij wijst de Raad op het feit dat binnenstedelijke verkeersontsluiting vaak door gemeenten en regio’s moet worden betaald. Zij beschikken echter nauwelijks over budgetten voor verdichting. Daardoor wordt onder meer de inbreiding en indirect de aanpak van de woningnood sterk vertraagd.

Des te opmerkelijker is dat er daarentegen veel rijksmiddelen beschikbaar zijn voor infrastructuur ter ontsluiting van nieuwe woonwijken. De huidige verkokerde en weinig integrale aanpak van bereikbaarheidsbeleid ondermijnt de uitgangspunten van het Rijk rond duurzame verstedelijking.

Korte metten met huidig bereikbaarheidsbeleid

Zo stimuleert de bestaande aanpak dus juist buitenstedelijke woningbouwlocaties. Politieke partijen die de woningnood serieus willen aanpakken, moeten korte metten maken met de huidige organisatie van ons bereikbaarheidsbeleid. De Raad zegt dit veel te diplomatiek en is in mijn ogen te bescheiden over dit krachtige advies.

Het wordt tijd dat investeringen in bereikbaarheid veel meer ten dienste staan van het versterken en verduurzamen van stedelijke regio’s. Ook moeten ze de bouwopgave binnen de bestaande bebouwde kom faciliteren.

Ik moet in dit kader denken aan de plannen van onder meer GroenLinks. Dat wil de woningnood oplossen door woningen in grote steden in te passen in de bestaande infrastructuur. De Sijtwendetunnel in Den Haag laat zien dat dit kan.

Betrek bereikbaarheid bij ruimtelijk debat

Integraler bereikbaarheidsbeleid biedt aanknopingspunten om groener uit de crisis te komen. Het is tegelijkertijd een onderschat beleidsterrein om een groot maatschappelijk vraagstuk als de woningnood aan te pakken. Dit is niet alleen een mooie uitdaging voor een nieuwe Minister van Ruimte en Leefomgeving, maar vooral voor de media om bereikbaarheid veel meer te betrekken bij het actuele ruimtelijke debat.

Met het geld dat we niet meer nodig hebben voor nieuwe infrastructuur kunnen we de aanpak van de woningnood, maar ook de energietransitie, fors versnellen. En we komen zo ook nog eens groener uit de crisis.

Steun ons!

Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van de artikelen dat je ons een bedankje wil geven? Gebruik dan de donatie-knop hieronder:

Doneer

Persoonlijke informatie

Over de auteur

Author profile picture Auteur dr. Cees-Jan Pen is lector bij het lectoraat De Ondernemende Regio van Fontys Hogescholen. Hij is adviseur in diverse gremia op het gebied van werklocaties (bedrijventerreinen, kantoren en winkels), stedelijke en regionale economie en vastgoed. Pen heeft jarenlange ervaring vanuit zowel de overheid als de adviessector met onderzoek rond vastgoed en ruimtelijk-economische vraagstukken.