In de wekelijkse rubriek ‘follow-up’ geven we een vervolg aan het best gelezen artikel van afgelopen week. Deze week: Een Noordzeedam die half Europa moet beschermen tegen het stijgende water.

We hadden al Rutger Bregman, die in zijn pamflet ‘Het water komt’ Nederlanders waarschuwt voor de gevolgen van klimaatverandering op de zeespiegel. Hiervoor sprak hij zeven wetenschappers die het niet ondenkbaar achten dat – als we niets doen aan de opwarming van de aarde – we grote gebieden van Nederland op moeten zullen geven.

Maar nu hebben we Sjoerd Groeskamp, oceanograaf verbonden aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, die samen met zijn Duitse collega Joakim Kjellsson van GEOMAR wel een heel drastische maatregel doorrekende. Twee dammen, een van 475 kilometer tussen het noorden van Schotland en het westen van Noorwegen, en de ander 160 kilometer tussen het westpuntje van Frankrijk en het Zuidwesten van Engeland. Deze twee dammen beschermen meer dan 25 miljoen Europeanen tegen het stijgende waterpijl. De kosten? 250 tot 500 miljard euro. En als alle landen die hiermee worden beschermd hun steentje bijdragen, is dit slechts 0,1% van het Bruto Binnenlands Product van alle landen.

Vind je dit al een heftig plan? Dan ken je de Duitse architect Herman Sörgel vast nog niet. Al in 1928 stelde hij voor om drie dammen te bouwen om een groot deel van het middellandse-zeegebied droog te leggen en een nieuw ‘supercontinent’ te maken. De grootste dam moest door de Straat van Gibraltar tussen Spanje en Marokko komen. De tweede dam zou bij de Dardanellen bij Turkije worden gebouwd en met de laatste stuwdam wilde Sörgel de Middellandse-Zee doorbreken tussen Sicilië en Tunesië. Sörgel presenteerde zijn plannen niet om mensen te beschermen tegen het klimaat, maar streefde hiermee naar wereldvrede.

Hopen dat de dam er nooit komt

Waar Sörgel tot zijn dood in 1952 zijn plan bleef promoten, hoopt Groeskamp dat ‘zijn’ reuzendam er nooit hoeft te komen. Maar, technisch gezien is het wel mogelijk om zo’n groot project op te zetten. De bouw ervan zou misschien wel 100 jaar duren. “Ja, maar onmogelijk is het niet”, laat Groeskamp telefonisch weten. “Zo’n grote dam moet er eigenlijk alleen als laatste redmiddel komen. Het onderzoek is een kritische noot, er moet nog veel meer gebeuren om de klimaatdoelstelling van Parijs te halen. Nu kunnen we nog impact hebben op de opwarming van de aarde. Dit onderzoek laat zien hoe groot het probleem is dat boven ons hoofd hangt. – En wat voor drastische oplossingen er misschien wel nodig zijn als we achterover gaan zitten en niets doen.”

Volgens hem komt deze dam  pas serieus in beeld als de zeespiegel met vijf meter of meer stijgt. “Hier in Nederland doen we veel onderzoek naar mogelijke scenario’s, in andere landen gebeurt dat veel minder. Wij zouden met veel inspanningen een zeespiegelstijging van twee meter technisch gezien aankunnen. Maar vanaf vijf meter stijging – en dat ligt wel degelijk in de voorspellingen – wordt deze dijk een serieuze optie. Als je kijkt vanaf 1995 zie je dat de voorspelde stijging tot 2050 ongeveer een halve meter is. In de 20 jaar die daarop volgen stijgt de zeespiegel nog eens 50 centimeter. Dat gaat steeds sneller, 10 jaar later stijgt de zeespiegel weer een halve meter. Het gevaar zit erin dat we denken dat het nog ver weg is en tegen die tijd wel een dijk neerleggen.”

© Haasnoot /Deltares

Volgende maand publiceert Groeskamp zijn bevindingen in het het wetenschappelijk tijdschrift van de Amerikaanse Meteorologische Vereniging. Maar online is de publicatie hier al te vinden. Volgens Groeskamp heeft het onderzoek al flink wat stof doen opwaaien. Toen Nederlandse media het onderzoek oppikten ging het balletje rollen en stond zijn telefoon continu roodgloeiend: “The Guardian, BBC en The New York Times heb ik al aan de lijn gehad. En ook komende dagen heb ik nog afspraken staan.”

Afgelopen vrijdag schoof Groeskamp aan bij Op1 om het onderzoek toe te lichten

 

 

Maar klagen over al die telefoontjes doet de wetenschapper niet: “Zolang ik mijn boodschap kan verkondigen en kan uitleggen dat dit dus een scenario is dat we niet willen, ben ik blij met alle aandacht”, benadrukt hij nog maar even.

Onderzoek naar minder ingrijpende alternatieven

Ook Wim Uijttewaal, hoogleraar experimentele waterbouwkunde aan de TU Delft, sluit zich aan bij Groeskamp: “We zijn te laat begonnen met het reduceren van de CO2-uitstoot en het is nog maar zeer de vraag of we de doelstellingen van Parijs gaan halen.” Anders dan Groeskamp pleit de Delftse hoogleraar voor ‘meer adaptieve’ oplossingen. “Dit is het meest extreme dat je kunt bedenken. Ook de gevolgen voor het ecosysteem zullen enorm zijn. We moeten eerst kijken naar tussenoplossingen om de meeste extreme waterstanden eruit te halen. Een half-open dam ter hoogte van Schotland is zo’n optie. Dan hoef je ook niet het 300 meter diepe stuk zee bij Noorwegen vol te storten.”

Volgens Uijttewaal moeten we verschillende scenario’s uitwerken voor de verwachte zeespiegelstijging. “Dat gebeurt nu al. Maar we zijn nog heel erg aan het gissen welke kant het opgaat met de zeespiegelstijging. In de Noordzee zie je nog geen versnelde stijging, maar wereldwijd zie je al wel van alles gebeuren. Blijkt dan echt dat we de stijging niet kunnen beteugelen, zouden we die halve dam ook nog kunnen doortrekken naar Noorwegen zoals het KNIOZ nu heeft onderzocht.”

“Kort door de bocht: als we één of twee meter van de extreme waterstanden bij springtij en stormopzet af kunnen toppen, winnen we ongeveer honderd jaar. Misschien komen we in de tussentijd wel op nieuwe technologieën die veel minder ingrijpend zijn. Een materiaal waar we nu nog geen weet van hebben. Of totaal andere constructies. Wie weet zijn we tegen die tijd wel in staat om klimaatverandering te keren met geo-engineering.”