©Pixabay
Author profile picture

De zeespiegelstijging gaat nu nog langzaam, maar het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) voorspelt dat het tempo vanaf 2050 versnelt en dat dit grote gevolgen heeft.

‘Nature Communications’ publiceerde een onderzoek dat de schade van zeespiegelstijging voor Europa in kaart brengt. De conclusie is dat Europa tussen de 1,8 en 2,8 miljard euro per jaar aan dijkversterking moet besteden om honderden miljarden euro’s per jaar aan schade door overstroming te voorkomen. Het rapport in opdracht van de Europese Commissie twijfelt er niet aan: een derde van de kust van Europa, van Noorwegen tot Griekenland, zal vóór 2100 verstevigd moeten worden. Dat vraagt om een Europees Deltaplan.

Temperatuurdaling haast onmogelijke opgave

Door menselijke activiteiten is de temperatuur op aarde ten opzichte van 1900 met 1,5 graad gestegen. Nooit eerder steeg de gemiddelde temperatuur zo snel en bij ongewijzigd beleid zal in 2100 de stijging tussen de 4 en 5 graden zijn. Het gaat enorm veel moeite kosten om deze tot stilstand te brengen.

Het vergt een omschakeling door de hele wereldbevolking naar een duurzame levenswijze te bewegen om zodoende bij te dragen aan een vermindering van broeikasgasuitstoot. Daar komt nog bij dat opwarming van het water zorgt voor extra uitstoot van CO2 uit de oceanen. Dit effect is beschreven door wetenschappers van Edinburgh University en maakt het nog moeilijker om de temperatuurverhoging op aarde om te buigen naar een stabiele of zelfs een dalende temperatuur. Pas tweehonderd jaar warmt de mens de aarde op, maar de weg terug naar de oude temperatuur gaat vele eeuwen duren, als het al lukt.

Forse zeespiegelstijging blijft onontkoombaar

Kijken we drie eeuwen vooruit, het tijdvak waarin de temperatuur mogelijk niet zal dalen, dan moeten we rekening houden met 5 tot misschien wel 8 meter zeespiegelstijging. Hoewel Europa met klimaatakkoorden en een Green Deal en andere landen waaronder China op de goede weg zijn, is het te optimistisch te veronderstellen dat er wereldwijd tijdig en voldoende navolging optreedt. Een forse zeespiegelstijging is dan ook onontkoombaar. Veertig procent van de wereldbevolking woont of werkt op minder dan 50 km afstand van de kust. We moeten nadenken over wat dit betekent.

Vluchten of blijven?

Begin 2020 liet Rutger Bregman ons in zijn pamflet ’Het water komt’ wennen aan het idee dat we grote delen van Nederland zullen moeten opgeven en gelijktijdig pleitte Sjoerd Groeskamp voor het omsluiten van de Noordzee met een dam van Schotland naar Noorwegen en een van Zuid-Engeland naar Bretagne. Grofweg zijn er twee ontsnappingsroutes, vluchten of blijven, maar is de keuze wel zo vrij?

Veel inwoners van arme landen die gevoelig zijn voor zeespiegelstijging, zoals Mozambique of Bangladesh, hebben eigenlijk geen keuze: zij worden opgejaagd door het stijgende water en zoeken hun heil hogerop. Er is nauwelijks geld voor enige kustverdediging van betekenis.

Opvallend genoeg hebben inwoners van rijke landen eigenlijk ook geen keuze. De investeringen in bebouwing en infrastructuur in de smalle dichtbevolkte kuststrook zijn aanzienlijk. De desinvestering hiervan bij massale verhuizing en de hoogte van vervangende investeringen landinwaarts zijn vele malen hoger dan het versterken van de zeewering. Daarmee is de ontsnappingsroute van de rijke wereld duidelijk. Het pamflet van Bregman ten spijt is het voor de bewoners van rijke landen niet verstandig om te verhuizen, maar om te werken aan het versterken van de kustverdediging.

Daar sluit het ambitieuze plan van Groeskamp om de Noordzee af te dammen goed op aan. Mooi, want daarmee zijn in één klap alle landen van Noord- en Noordwest-Europa beschermd, maar met een bouwtijd van 100 jaar vergt zo’n plan een langdurige en stabiele samenwerking tussen alle aangesloten landen. We weten hoe het Verenigd Koninkrijk staat ten opzichte van de rest van Europa. En het moet technisch haalbaar zijn. Met een lengte van 635 km en een diepte van 350 m over 100 km lengte voor de kust van Noorwegen is dat zeer de vraag. De Noordzee wordt zoet en vrijwel stilstaand water brengt stromingstechnisch en ecologisch grote risico’s met zich mee. Daar komt bij dat de planning risicovol is:
Wanneer moet je beginnen en ben je dan te laat, of juist veel te vroeg klaar? Ook zijn sommige problemen op de ene locatie nu al urgent en op de andere nog niet eens in beeld. Het plan is alles of niets.

De Haakse Zeedijk

Gelukkig hoeven we niet uit deze twee uitersten te kiezen en ligt er een heel wat realistischer plan klaar, dat stapsgewijs gerealiseerd kan worden: De Haakse Zeedijk, genoemd naar de vorig jaar overleden bedenker, Rob van den Haak. Het is een brede, in zand opgeworpen dijk, 25 km voor de kust, die per bekken aangelegd kan worden, drie bekkens van Walcheren tot Den Helder. In de kustbekkens kan een waterhoogte van 0 NAP gehandhaafd blijven en de zeedijk zelf is bestand tegen een forse zeespiegelstijging.  De dijk voorkomt dat rivierdijken, gemalen en bruggen steeds aan de stijgende zeespiegel aangepast moeten worden, zorgt voor voldoende zoet water in droge tijden en gaat verzilting van de landbouwgrond tegen.

In zuidelijke richting kan de zeedijk met een Vlaams Bekken uitgebreid worden en uiteindelijk tot Calais reiken en in noordelijke richting kan deze via Duitsland en Denemarken verlengd worden tot aan Göteborg. Daarmee worden in de toekomst dezelfde landen, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk beschermd.

De Haakse Zeedijk is, in tegenstelling tot het plan om de gehele Noordzee in te dammen, gefaseerd aan te leggen, afhankelijk van de noodzaak van het moment. Ze kan zich stapsgewijs en flexibel aanpassen aan de snelheid van zeespiegelstijging, veranderend inzicht, wetenschappelijke en technische vooruitgang en de ontwikkeling van een circulaire economie. Deze aanpak is bovendien goedkoper, omdat de diepte bijna overal minder is dan 20 m en het zand goedkoper gewonnen kan worden. De kosten van een dijk van Frankrijk naar Zweden bedragen 300 tot 500 miljard euro en zijn, gespreid over 75 tot 100 jaar, goed op te brengen door de aangesloten landen.

Het grote voordeel van dit plan is dat tussen de bestaande en de nieuwe kust de buffermeren en de Oostzee een peil rond het huidig zeeniveau behouden. Hierdoor blijven niet alleen de bestaande infrastructuur van de gehele West-Europese kustregio’s intact, maar kan ook het overtollig rivierwater bij hoge afvoeren in deze buffers tijdelijk opgevangen worden, wat de afhankelijkheid van grote pompen vermindert.

Ook Zuid-Europa

Nederland is als het dichtst bevolkte en laagst gelegen land van Europa, waar grote rivieren bij elkaar komen, de meest geschikte locatie om te starten met zijn eigen Deltaplan 2. Europees overleg zal nodig zijn om Noorder- en Zuiderburen te laten aansluiten bij de nieuwe West-Europese kustlijn.

Het rapport in opdracht van de Europese Commissie geeft overigens ook de kwetsbaarheid aan van een groot deel van de kusten van Zuid-Europa. Een doeltreffende oplossing, die ook Noord-Afrika beschermt tegen zeespiegelstijging, is het afsluiten van de Straat van Gibraltar.

We hebben nog maar zo’n 30 jaar voordat de zee versneld gaat stijgen. Dat is kort dag om tijdig klaar te zijn om overstromingen in Europa te voorkomen. We moeten nu serieus nadenken, te beginnen met Nederland, gevolgd door plannen voor Noordwest-Europa en voor Zuid-Europa met Noord-Afrika om spoedig te komen tot een Europees Deltaplan.

ir. Dick Butijn is mede initiatiefnemer De Haakse Zeedijk en deelnemer aan het door de Minister van I&W en de Deltacommissaris opgezette Kennisprogramma Zeespiegelstijging,