Fontys is niet alleen een onderwijsinstelling maar ook een organisatie die nadrukkelijk wil bijdragen aan de kwaliteit en concurrentiekracht van de Brainport regio. Veel van de projecten die hieruit voortvloeien blijven echter verborgen voor een breed publiek. Om die reden verzorgt het lectoraat Brainport van Fontys Hogescholen elke 14 dagen een column op e52 die juist ingaat op de projecten waar ook Eindhoven voordeel bij heeft. Vandaag Bart de Zwart over de toekomst van het landschap.

Het enige dat je met zekerheid kunnen zeggen over de toekomst is dat deze altijd anders uitpakt dan je vooraf denkt. Dat laatste weerhoudt ons er overigens niet van regelmatig een voorspelling te wagen, al was het maar omdat dit het gevoel geeft dat we daarmee beter op ons onzekere lot kunnen anticiperen.

De toekomst van het landschap

De ruimtelijke planning kent een lange traditie als het gaat om toekomstverkenningen en -prognoses. Er is zelfs iets te zeggen voor de stelling dat hoe groter te schaal van het gebied is waarmee planners zich bezighouden, hoe verder men geneigd is in de toekomst te kijken. Dat laatste geldt zeker voor de ‘Challenge Landscape 2070’, die recentelijk werd uitgeschreven door de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI). De commissie die belast is met het schrijven van een advies aan de regering omtrent de toekomst van Nederlandse landschap daagde ontwerpbureaus en kennisinstellingen daarin uit om mee te denken over de ontwikkeling van het landschap richting het jaar 2070.

Beeld2Vanuit de regio Zuidoost-Brabant hebben we met een gezamenlijk team van drie kennisinstellingen de uitdaging opgepakt: het Urban Lab van de TU Eindhoven, het lectoraat Brainport van Fontys Hogescholen en de afdeling Public Private van de Design Academy Eindhoven. Samen met het Rijk van Dommel en Aa als vooruitstrevende regionale opdrachtgever, hebben we onszelf tot doel gesteld om de drijvende krachten achter de ruimtelijke, economische en sociale veranderingen in de Brainportregio te traceren en hun impact op het landschap in kaart te brengen. De focus ligt daarbij op het peri-urbane gebied tussen Eindhoven en Helmond, vanuit de gedachte dat de vraagstukken die de komende decennia op de regio afkomen niet alleen hun uitwerking hebben op het stedelijk gebied, maar met name op de relatie tussen stad en land.

Van lagen naar systemen

Een van de gangbare methoden om de complexiteit van landschappelijke transformatie te doorgronden is de zogenaamde ‘lagenbenadering’. Bij deze techniek worden de veranderingsprocessen van een gebied ingedeeld naar drie snelheden: de trage processen van de ondergrond (watersysteem, geologie, ecologie), de netwerklaag van de infrastructuur (wegen, spoorlijnen, kanalen) en ten slotte het dagelijkse ruimtegebruik (woningbouw, bedrijvigheid, recreatie). De gedachte achter deze indeling is dat trage processen zich moeilijker laten beïnvloeden dan vluchtige en dat bijgevolg de structuur van de langzame lagen richtinggevend is voor de inrichting van de snellere.

Beeld3Hoewel de lagenbenadering een nuttig instrument is om ruimtelijke ontwikkelingen te sturen, schiet ze als analyse-instrument soms tekort. Deze beperking speelt met name op wanneer we ons richten op de grote uitdagingen waar regio’s de komende eeuw voor staan. Kwesties zoals klimaatverandering, voedselproductie, energietransitie en veranderende mobiliteit zijn typische systeemvraagstukken waarbij de oplossing vaak niet in de lagen zelf, maar juist in de relatie tussen de lagen moet worden gezocht.

Game changers

Een van de belangrijke nieuwe inzichten die de samenwerking van TU/e, Fontys en Design Academy heeft opgeleverd, is de meerwaarde van het koppelen van deze langlopende systeemtransities aan sociale en technologische innovaties op korte termijn. Vernieuwingen zoals de opkomende deeleconomie, open data, superbatterijen (Tesla), aquaponics (stadslandbouw) of additive manufacturing (3D-printen) bieden de mogelijkheid om op een andere manier na te denken over waardebegrippen, investeringen en terugverdieneffecten. De innovaties zijn potentiele ‘game changers’ omdat ze de deur openzetten voor nieuwe (maatschappelijke) verdienmodellen en daarmee oplossingen voor systeemvraagstukken die eerder onhaalbaar leken binnen handbereik brengen.

Zoals altijd met innovaties ligt het gevaar van techno-optimisme op de loer. Vernieuwingen leiden niet automatisch tot verbeteringen en daarom zijn ontwerp en sturing nodig. Het is daarbij wel belangrijk om te realiseren dat ook de inzichten omtrent de inrichting van deze governance voortdurend in beweging zijn. Coördinatie en afstemming vinden al lang niet meer uitsluitend top-down plaats, maar in toenemende mate in een coproductie tussen overheid, burgers, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Binnen dat krachtenveld ligt de uitdaging om terwijl het spel gespeeld wordt gelijktijdig met elkaar de regels van het spel opnieuw uit te vinden: “If you can’t influence the outcome, you need to change the game.”

bartdezwartdr. ir. Bart de Zwart is docent/onderzoeker bij het lectoraat Brainport van Fontys Hogeschool Management Economie en Recht.

Beeldmateriaal: studenten Fontys en TU/e

Onafhankelijk:

Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van dit artikel dat je de auteur een bedankje wil geven? Klik dan hier: