Een belangrijke stap voor de Eindhovense startup Avular. Het bedrijf dat een nieuw, stabieler type drone aan het ontwikkelen is om bijvoorbeeld bruggen en olietanks mee te kunnen inspecteren heeft een grote investeerder aan boord. De overeenkomst werd op 19 april in Beijing getekend. De Chinese Yu Ming Fang zal voor 450.000 euro investeren in het jonge bedrijf.

Hoe de investering tot stand kwam

Avular is een van de tien bedrijven dat vorig jaar werden geselecteerd voor Startupbootcamp HighTechXL, het programma dat elk jaar op de High Tech Campus wordt georganiseerd voor jonge, innovatieve ondernemers. Drie maanden werden de bedrijven intensief begeleid door meer dan 150 mentoren. Afgelopen februari was de knallende afsluiting in het Evoluon. De tien startups presenteerden zich daar aan een groot publiek. De Chinese investeerder Yu was daarbij aanwezig en gaf toen al aan voor 450.000 euro te willen investeren in Avular.

Wat Avular doet

Avular ontwikkelt een drone die preciezer en veiliger is dan tot nu het geval. Een belangrijk aspect is de stabiliteit. Ook bij een flinke windvlaag houdt het apparaat koers. De drone kan gebruikt worden om inspecties te doen van bijvoorbeeld olietanks (iets dat nu zo’n twee weken in beslag neemt, met de Avular drone moet dit in twee dagen kunnen) of het monitoren van landbouwgronden.

Avular wil meer doen dan alleen drones verkopen. Het bedrijf ziet zichzelf als dienstverlener voor organisaties die met drones willen werken. Van certificering tot aan een het ontwikkelen van een slimme database waar alle gegevens die de drone verzamelt in op kunnen worden geslagen.

Wie is de investeerder

Avular sluit de deal met de Chinese investeerder Yu Ming Fang. Eerder was Yu directeur bij schoenenfabrikant Belle International. Dat bedrijf stond in 2008 op de achtste plek van de Businessweek top 50 van Aziatische bedrijven. Yu is nu actief als investeerder en kunstverzamelaar. Yu investeerde onder meer in Umanto, een online winkel voor textiel (denk aan beddengoed en handdoeken).

Met dank aan Jeroen van de Nieuwenhof