Innovation Origins spreekt geregeld met innovatiebazen, toonaangevende mensen die hoog op de innovatieladder staan. In deze reeks geven zij een kijkje in hun keuken. Vandaag is Carlo van de Weijer aan het woord. De directeur van het Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute (EAISI), onderdeel van de Technische universiteit Eindhoven (TU/e), is volledig ondergedompeld in de wereld van data en robots. Van zorgrobots tot drones en van voetbalrobots tot zelfrijdende auto’s. “Robots zijn heel goed in één bepaalde taak, vaak veel beter dan mensen. Maar kunnen ze ooit echt functioneren als een mens?”

Wat is de kracht van EAISI?

Binnen EAISI wordt op verschillende manieren onderzoek gedaan naar data en kunstmatige intelligentie. Professoren van over de hele wereld komen naar de Eindhovense universiteit om te werken. Ook studenten worden op verschillende manieren betrokken bij EAISI. “Het onderzoek rond data moet uiteindelijk in de echte wereld passen”, stelt Van de Weijer. “De echte wereld gaat over mensen. We moeten die intelligentie dus zo integreren dat mensen er echt gebruik van kunnen maken.”

Over de hele wereld wordt onderzoek gedaan naar kunstmatige intelligentie. “Europa profileert zich hierin anders dan andere gebieden in de wereld”, gaat hij verder. Bij ons staat de mens centraal. In Amerika zijn de bedrijven de baas op dit gebied. Dat houdt volgens mij geen stand op lange termijn. Het volk komt op een gegeven moment in opstand tegen dat systeem. In China is de overheid de baas. Ook daar wordt de kracht van het volk onderschat, zoals je nu in Hong Kong al ziet gebeuren. Als mensen eenmaal aan vrijheid hebben geroken, willen zij niet meer terug in oude patronen. Dat zijn allemaal zaken waarin AI een enorme rol speelt.”

Op zoek naar de toegevoegde waarde van de mens

“Als je een baan hebt waarin je volgens een strenge procedure regeltjes toepast, dan kan een computer dat waarschijnlijk beter. Een computer maakt namelijk geen uitzonderingen. Wij mensen voegen waarde toe wanneer we van die procedures af durven wijken. Ik hoop dat we het zo houden dat de afwijkende regels in mensenhanden liggen. Mensen die van regels afwijken kunnen gevaarlijk zijn. Niet iedereen houdt zich aan de wet en dat zorgt soms voor problemen. Maar wanneer robots van regels af gaan wijken, kan het pas echt gevaarlijk worden. Dan worden data een wapen”, stelt Van de Weijer. Deze toepassing van data en robots in de echte wereld is een element waar professoren en studenten binnen EAISI goed over na moeten denken.”

Is het veiliger als mensen afwijken van regels dan wanneer computers dat doen?

“Als je een computer leert dat hij best van de regels af mag wijken, waar stopt hij dan? Wij mensen kunnen redelijk verantwoord van de regels afwijken. Dat is eigenlijk de hele gedoogcultuur. Als je ‘s nachts door het rode stoplicht loopt, is er niks aan de hand. Je bent wel gek als je blijft staan. Het kan af en toe zelfs gevaarlijk zijn als je je altijd precies aan de regels houdt. Laatst reed ik met mijn auto op de autonoom rijden stand. Er stond een auto met pech half in de berm en half op de weg. De auto’s voor mij reden even over de doorgetrokken streep in het midden van de weg om de auto te ontwijken. Mijn auto weet dat hij niet over de doorgetrokken streep mag gaan. Omdat remmen niet meer ging dreigde mijn auto tegen de auto met pech aan te rijden. Hij kan in dit soort situaties dus beter even de regels overtreden.”

Wat zouden algemene regels voor robots kunnen zijn?

Volgens Van de Weijer zijn de regels die fictieschrijver Isaac Asimov begin vorige eeuw opstelde nog steeds een belangrijk uitgangspunt. “Ik denk dat we nog meer moeten definiëren. God overhandigde Mozes tien geboden, die zijn ook zeer vergelijkbaar. Misschien moeten mensen een soort God worden voor robots”, zegt Van de Weijer. Al staan sommige regels van Asimov al onder druk. “In Afghanistan vliegen drones rond die mensen doden, vooralsnog wel op afstand aangestuurd door mensen”, legt hij uit. “Sommige mensen zeggen dat het nog lang gaat duren voordat dit soort robots op grote schaal worden ingezet. Dat kan kloppen. Maar ooit gaan we ermee te maken hebben, of het nog 10 of 100 jaar gaat duren. Bovendien hebben robots ook al enorme impact als ze nog niet alles kunnen wat mensen doen. Kijk bijvoorbeeld naar de invloed die algoritmes al hebben op stemgedrag.”

Wat is het grootste probleem dat de mensheid op dit moment heeft?

“Dat staat iets verder af van de robots en AI, maar heeft wel met de ontwikkelingen te maken. Ik denk dat we last hebben van ons reptielenbrein. We zijn te veel op de korte termijn gefocust. Af en toe investeren we van nature wel in de langere termijn, bijvoorbeeld voor ons nageslacht. Maar de termijn waar we nu aan moeten denken, dat kunnen we niet zo goed.”

In welk termijn zouden we moeten denken?

“Moeten we de wereld wel goed achter willen laten voor onze kinderen? Je kunt ook denken dat zij het zelf maar op moeten lossen. Initiatieven zoals consuminderen om het klimaat te redden, werken denk ik nooit. Tenzij je daar heel duidelijk zelf voordeel van hebt. Zoals bijvoorbeeld minder suiker en vet eten. Wij zijn biologisch geprogrammeerd om veel suiker en vet te eten, omdat de voedselvoorraad schaars was en de winters koud. Er is nu altijd genoeg voedsel, dus hebben we de reserves niet meer nodig. Onze neiging om dat voedsel nog steeds erg lekker te vinden, kunnen de meesten gelukkig wel binnen de perken houden. Dus misschien zijn we toch zo wijs om bij andere kwesties voor de langere termijn te kiezen. Al druist het soms in tegen onze natuur.”

Gelijk krijgen belangrijker dan de waarheid

“Een andere uitwerking van het reptielenbrein is dat mensen hun gelijk willen halen en ook steeds vaker vinden. Stel, iemand denkt dat de aarde plat is. Vroeger ging je naar een wetenschapper en die liet modellen zien waaruit bleek dat de aarde rond is. Nu heb je op internet duizend rapporten waarvan er vijf zeggen dat de aarde plat is. Dus houden mensen die geloven dat de aarde plat is zich vast aan die vijf rapporten. Ook omdat een algoritme weet dat de kans groot is dat mensen het gaan lezen als ze dit rapport voor zich krijgen. Zo zijn ze langer aan de site gekluisterd. Iemand wordt via internet steeds meer bevestigd in zijn eigen gelijk. Dat is een zwaar polariserend gevolg van het inspelen op onze instincten.”

“Daarnaast willen mensen een mening hebben om gewoon ergens achteraan te kunnen hollen, maakt niet uit waar achteraan. Het geeft ons een gemeenschappelijk doel en dan hoeven we niet te kijken hoe het echt zit. Zo is religie ontstaan, maar in essentie ook het papieren geld en de cultus rond voetbalsupporters. Als Feyenoord één voor één alle spelers van Ajax zou aannemen en andersom, dan staan de Feyenoordsupporters na verloop van tijd net zo hard te juichen voor die elf Ajacieden. We hebben dus ooit bedacht dat er een verschil is tussen de ene elf en de andere elf omdat ze een ander shirt dragen. Dat fenomeen helpt om grote groepen mensen in beweging te krijgen voor hetzelfde doel. Dat is een van de grootste krachten van de mensheid, maar tegelijkertijd ook een groot gevaar.”

Kunnen computers dit gedrag na gaan doen?

“Dat kan zeker. Als ze allemaal dezelfde instructie hebben kun je al die kracht ook mobiliseren door een zelfde doel neer te zetten. De kracht van computers is op een gegeven moment wel groter dan de kracht van de mensheid. Alleen computers kunnen nog lang niet precies doen wat wij kunnen. Dat duurt nog 100 of misschien wel 200 jaar.”

“Schaken kunnen computers beter. Maar als je die schaakcomputer bij een koffiezetapparaat zet, dan kan hij er geen kopje koffie uithalen. Dat is iets heel anders. Daar is een andere computer voor nodig. Als computers echt als mensen gaan functioneren moeten ze ook lief kunnen hebben. Evolueert de computer dan langzaam zoals wij geëvolueerd zijn? Komt er dan iets uit met vijf vingers? Wij moeten dingen op kunnen rapen, bestek vasthouden, etc. Dat schijnt het makkelijkst te gaan met vijf vingers. Krijgt de geëvolueerde computer dan ook een huid en bloedsomloop van 37 graden? Dat bleek voor ons het beste uit miljoenen jaren evolutie. Gaan robots er dan in de toekomst net zo uitzien als wij? Ik denk niet dat het zover zal komen omdat robots zich gaan concentreren op deeltaken en geen alleskunners hoeven te zijn zoals wij. Maar, de tijd zal het uitwijzen.”

Is er een innovatie die mensen wel aan kan zetten tot langetermijndenken?

Van de Weijer ziet geen product op technologie voor zich om dit voor elkaar te krijgen. Hij vertrouwt op de menselijke kracht. “Als je het instinct om veel suiker en vet te eten vrij zou laten, zou je je dood eten voor je 25ste. Dus wij houden ons wel aan regels. Er zit toch een stuk gemeenschapszin in ons. Dat zie je ook vanuit de biologie. Je eigen nest bevuilen is niet goed voor je nakomelingen. Dus een klein beetje langetermijndenken is ons evolutionair wel ingegeven. Dat komt regelmatig bovendrijven en daar moeten we het denk ik in de toekomst van hebben.”

Wat is de gemeenschappelijke deler van succes? Er zijn heel veel technologische ontwikkelingen die langs elkaar lopen. Wat is de overeenkomst tussen de successen daarvan?

“Als de gemiddelde mens ergens beter van wordt, vind ik het een succes.” Daarin is de grote van een ontwikkeling of product volgens Van de Weijer niet zo belangrijk, het gaat om de impact ervan. “Je hebt grote ontwikkelingen die een klein effect hebben en kleine ontwikkelingen die een groot effect hebben. Bijvoorbeeld teflon. Dit materiaal is uitgevonden om te zorgen dat een racket na een ruimtereis niet in brand vliegt als het terug in de dampkring komt. Maar we hebben ook pannen met dit materiaal waardoor je eitje niet aanbakt. Voor veel mensen zal de laatste toepassing belangrijker zijn.”

“Als het de mensheid iets verbetert, dan heb je een succes. Verbeteren kan een doel op zich zijn. Dat hebben we hier in de regio rond Eindhoven ook gedaan. We hebben onszelf steeds opnieuw uitgevonden. Eerst van computers met buizen. Daarna met transistoren. Toen dat uit-ontwikkeld was hebben we chipmachines bedacht. Als die uit-ontwikkeld zijn moeten we iets anders bedenken. In dat proces moeten we op een gegeven moment van meer, meer, meer naar beter, beter, beter investeren. Dat is de essentiële discussie denk ik.”

Dit artikel is onderdeel van de reeks ‘Innovatiebazen’. De andere verhalen vind je hier