Jaarlijks wordt bij ongeveer 15.000 vrouwen borstkanker geconstateerd, een veelvoorkomende bijwerking van behandeling is lymfoedeem. Zo’n 7% tot 49% ontwikkelt deze chronische aandoening waarbij vocht zich ophoopt. Momenteel worden vrouwen behandelt met drukkousen en armmassages, hierdoor verminderen de klachten wel, maar genezen ze niet. Samen met het Radboud Universitair Centrum in Nijmegen onderzoekt Maastricht UMC+ naar een betere behandelmethode om kwaliteit van leven van patiënten te verbeteren. Hiervoor krijgen de partijen een subsidie van ZonMw, dat mede in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zorginnovaties stimuleert. ZonMw doet geen uitspraken over de hoogte van het bedrag.

Een veelbelovende nieuwe behandeltechniek is de zogenaamde lymfo-veneuze anastomose (LVA) waar door een microchirurgische ingreep één of meerdere verbindingen gemaakt worden tussen lymfevaten en kleine bloedvaten. Hierdoor wordt vocht afgevoerd en neemt de zwelling af waardoor vrouwen een verbetering in de kwaliteit van leven ervaren. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Anouk Cornelissen. Uit haar resultaten komt dat 90% van de onderzochte patiënten met deze nieuwe behandelmethode ervaren dat de kwaliteit van leven verbetert. Cornelissen: “Het gaat nu om een relatief kleine groep van twintig vrouwen, daarom is het belangrijk dat we nu een grotere groep voor langere tijd kunnen gaan volgen.” Het onderzoek duurt tot 2022 en wordt geleid door Dr. S.S. Qiu Shao in Maastricht. Stefania Tuinder plastisch chirurg bij het UMC+ Maastricht en copromotor van het proefschrift, is blij met de subsidie: “Op basis van deze resultaten staat er nu een grootschalig onderzoek gepland, waar meerdere ziekenhuizen aan zullen bijdragen. Dat de overheid het vervolgonderzoek financiert, onderschrijft het maatschappelijke belang van deze uitkomsten.”

Uit het onderzoek van Cornelissen kwam nog een andere behandelmethode die de kwaliteit van leven van vrouwen die een borstkanker behandeling hebben gehad, verbetert. “Een veelvoorkomende bijwerking van een borstprothese als behandeling van borstkanker, is het verlies van gevoel”, laat Cornelissen weten. “Er is een methode om dat gevoel in de borst deels terug te brengen door een gevoelszenuw aan te sluiten bij een borstreconstructie met eigen buikweefsel. DIEP-lap heet dat.” Nu gebeurt dit niet standaard omdat esthetisch resultaat prioriteit heeft. Cornelissen hoopt met de positieve resultaten van het onderzoek bij te dragen aan de verbetering van de zorg: “Sinds 2012 zijn er al 250 vrouwen behandeld met deze methode, maar nog nooit is er onderzoek gedaan naar de kwaliteit van leven en hoe vrouwen dit ervaren. Uit data van mijn onderzoek blijkt dat vrouwen die een diep-lab reconstructie met gevoelszenuw ondergingen een betere kwaliteit van leven ervaren dan de vrouwen zonder gevoelszenuw. Hierdoor weten we dat het een overtuigende bijdrage levert aan het welzijn van deze vrouwen. Ik hoop dat dit inzicht leidt tot een verandering.”