Onlangs zetten TNO en New Energy Coalition hun handtekening onder een samenwerkingsverband. Daarmee beogen beide organisaties de energietransitie flink vooruit te helpen. Voor de aanpak van complexe vraagstukken zoals de energietransitie, is coalitievorming van essentieel belang. Op 20 mei ondertekenden Ton de Jong, Managing Director Energietransitie bij TNO en Marieke Abbink, algemeen directeur van New Energy Coalition (NEC) een samenwerkingsverband, waarin ze elkaars netwerken, kennis en ervaring delen.

Welke meerwaarde heeft deze samenwerking?

De Jong: “Bij TNO doen wij toegepast onderzoek. Wij vinden het heel belangrijk om echt impact te maken op grote maatschappelijke vraagstukken. Dat de energietransitie daarin heel belangrijk is, is evident. Daar zijn echter ook heel veel partijen op verschillende niveaus bij betrokken: van kennisinstellingen en bedrijven tot de overheid, die alleen maar effectief kunnen zijn door samenwerking. Binnen dit samenwerkingsverband komen onze netwerken en expertise samen. Bij TNO ligt de focus met name op de techniek en de systeembenadering. NEC richt zich vooral op business analyse en de economische noodzaak van de energietransitie. Wat ons daarnaast bindt: wij willen beide het verdienvermogen van Nederland sterker maken.

Abbink: “De vraagstukken waar we mee te maken hebben zijn enorm complex. En het moet allemaal zo snel. Dat kun je alleen maar doen als je gezamenlijk optrekt. Wij werken bij NEC, net als TNO, samen met de triple helix: bedrijven, overheid evenals kennisinstellingen. Van het mbo en Hanzehogeschool Groningen tot en met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Wij werken bij NEC verder samen met zo’n 200 organisaties in Noord-Nederland: dat wil zeggen Groningen, Friesland, Drenthe en Noord-Holland.”

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Marieke Abbink (NEC) en Ton de Jong (TNO) ondertekenen corona-proof de samenwerkingsovereenkomst.

    De Jong: “Door deze samenwerking versterkt TNO veel (nieuwe) netwerken. Er is daarbij sprake van win-win: samen kennis ontwikkelen en elkaars netwerken delen. Daarnaast zijn NEC en TNO betrokken bij allerlei events. Dat zijn momenten waarop je allerlei nieuwe mensen leert kennen, ook potentiële coalitiepartners. Zo’n optelsom maakt ons samen krachtiger en efficiënter.”

    Hoe komt de samenwerking tot uiting in jullie gezamenlijke projecten?

    Abbink: “Een heel mooi voorbeeld is het programma North Sea Energy. Dat gaat over de energietransitie op de Noordzee en loopt al een aantal jaren. Het is een heel concreet voorbeeld van de koppeling van de energiesystemen: hoe ga je die laten aansluiten op hernieuwbare energiebronnen om kosten te besparen en om de CO2-uitstoot omlaag te brengen? En tegelijkertijd door de Noordzee zo optimaal mogelijk te benutten? Rekening houdend met andere gebruikers en belangen, zoals scheepvaart en visserij, evenals natuur en biodiversiteit?

    Daarin zie je hoe wij elkaar heel mooi aanvullen. Bij het North Sea Energy project brengt TNO veel kennis en data mee en zit NEC meer op de sociale thema’s. TNO is expert in die energietechnieken, terwijl wij heel goed in staat zijn om allerlei business analyses te maken. Maar ook om naar het energiesysteem als geheel te kijken: van het maken tot het transporteren, opslag en gebruik. Het onderzoek van die ketens vormt één van de expertises van NEC.”

    De Jong: “Als je kijkt naar bijvoorbeeld wind op zee, het produceren van stroom door middel van windenergie, daar zit heel veel technologie achter. Hoe bouw je zo’n windturbine? Hoe groot is die? Hoe zitten die rotorbladen in elkaar?

    Ton de Jong (TNO)

    En hoe zorg je vervolgend dat het rendement optimaal is? Vanuit TNO werken wij aan de optimalisatie van windturbines, en monitoren wij hoe je alles verder kunt optimaliseren. En ook hoe je er voor zorgt dat die elektriciteit op een goede manier in het energiesysteem komt. De Noordzee is daarvoor een prima plek om te testen met ruimte om grote windparken en dus groene stroom te realiseren.”

    Lees ook: Energie-eilanden op de Noordzee: goed nieuws voor het klimaat en een kans voor ondernemend Nederland

    Abbink: “Een ander goed voorbeeld van onze samenwerking is HyDelta. Het is een landelijk onderzoeksprogramma waarin TNO onderzoek doet naar de transport en opslag van waterstof over grote afstanden via pijpleidingen of met behulp van schepen, terwijl NEC als projectleider optreedt.”

    De Jong: “Nederland heeft al een gasinfrastructuur. Het zou heel mooi zou het zijn als door die gasleidingen waterstof wordt getransporteerd. Maar daar heb je wel allerlei aanpassingen voor nodig, zoals bijvoorbeeld compressoren. De vraag is ook: hoe breng je waterstof in de gasleidingen, hoe krijg die er weer uit, hoe kun je die, indien nodig, tijdelijk opslaan? Dat zijn technologische ontwikkelingen waar TNO onderzoek naar doet en over adviseert. Het gaat erom om die gasleidingen op een economisch verantwoorde manier aan te passen zodat ze geschikt worden gemaakt voor het transport van waterstof.”

    Hoe belangrijk zijn deze ontwikkelingen voor Groningen? Niet alleen als vervanger voor de gaswinning maar ook in de zin van werkgelegenheid?

    Abbink: “Voor Groningen is dit ongelooflijk belangrijk. Door het dichtdraaien van de gaskraan gaan er bij ons heel veel banen verloren. Er wordt naarstig gezocht naar economisch perspectief. Als er dus ergens de urgentie wordt gevoeld om hiermee aan de slag te gaan, is het wel hier in Noord-Nederland. Omdat de energietransitie ook een economische kans is. Die wordt hier dan ook met beide handen aangepakt. In Groningen zijn bovendien zowel de zee als de industrie, waaronder Eemshaven, zeer dichtbij. Als je naar waterstof kijkt, ligt daar ligt al de daarvoor benodigde infrastructuur. Daarnaast zijn er allerlei netwerken en kennisinstellingen aanwezig. Die sense of urgency wordt dus zeker gevoeld: er ligt een kans. En die moeten we nu ook echt pakken!”

    Hoe belangrijk is daarbij de fase van testen?

    Abbink: “Heel belangrijk! Zo werken TNO en NEC ook samen in het Europese eilandenproject IANOS. Zo’n eiland is natuurlijk ook een mooi afgebakend energiesysteem. Waarin je heel goed kunt oefenen hoe je zoiets slim en CO2 neutraal maakt. Bij dat project zijn Ameland en het Portugese eiland Terceira betrokken. Daarnaast zijn er plannen voor verdere uitrol in Italië, Griekenland en Frankrijk: respectievelijk Lampedusa, Nisyros en Bora-Bora in Frans Polynesië. Het idee is dat de inzichten die worden opgedaan bij de eerste twee eilanden later bij de andere drie worden toegepast.”

    De Jong: “Ameland heeft de intentie om voorloper te worden met de energietransitie. Het heeft een ambitieus programma opgesteld om 15 jaar voorop te lopen in de energietransitie door in 2035 CO2 al energieneutraal te zijn. Daarin zijn reeds stappen gezet met onder meer een zonnepark, elektrische bussen en dimbare slimme LED-verlichting. Er zijn daarnaast projecten in de Ballumerbocht gepland met een hogedrukvergister, evenals een tweede zonnepark, waterstofproductie en energieopslag, naast elektrificatie van het NAM-platform en de verduurzaming van de warmtevraag door woningen te isoleren. De bedoeling is om al deze onderdelen versneld én geïntegreerd aan te pakken en ze tegelijkertijd ook economisch aantrekkelijk te maken. TNO is hierbij betrokken als adviseur in het project Duurzaam Ameland.” 

    Abbink: “Dat is ook de fase van de energietransitie waarin we momenteel zitten. Die transitie die kent een aantal milestones in aanloop naar 2030 en 2050. Zo moet je ook al dit soort projecten zien. Wat is er nodig om te komen naar de afspraak die we uiteindelijk met elkaar hebben gemaakt in het Klimaatakkoord. Daarin zijn we als TNO en NEC allebei partijen die proberen goede dingen te doen: om daadwerkelijk impact te maken met die nieuwe oplossingen.”

    Lees ook: Geen energietransitie zonder een circulaire transitie

    Samenwerking

    Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen TNO en onze redactie. Innovation Origins is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen. Wil je meer weten over hoe Innovation Origins samenwerkt met andere bedrijven? Klik dan hier

    Over de auteur

    Author profile picture Erzsó Alföldy is een veelzijdige en ervaren journalist met een achtergrond in wetenschap en cultuur. Schrijft onder meer over duurzaamheid, de energietransitie en gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Volgt nauwlettend de ontwikkelingen in haar geboorteland Hongarije. Voor Innovation Origins maakt zij momenteel een serie artikelen over vrouwelijke ondernemerschap en de funding gap.