Het vaccin van Cytuvax voor zogenaamde non-responders op vaccinatie tegen Hepatitis-B heeft in klinische studies ruim honderd medici weer aan het werk geholpen. “Zo’n vijf procent van de mensen die op de standaard manier wordt gevaccineerd, reageert hier niet op. Deze groep blijft vatbaar voor Hepatitis-B”, legt een van de aandeelhouders van het Maastrichtse bedrijf, Paul van den Brekel uit. Dit kan voor specifieke beroepen nadelig uitpakken: “Het laatste wat je wilt als chirurg is je eigen patiënten besmetten op de operatietafel. Maar ook voor agenten, brandweerlieden of beveiligers is het noodzakelijk dat ze zijn beschermd.” Voor deze beroepen geldt: geen respons op het vaccin, geen licentie om te werken. “Om die non-responders toch te beschermen krijgen ze soms een dubbele dosis of wordt er gewisseld in het prik-schema. (normaal gesproken krijg je drie prikken waar een bepaalde tijd tussenzit. Door prikken korter na elkaar te geven, kan het zijn dat iemand alsnog reageert.red) Maar geen van deze alternatieven is goed genoeg onderzocht”, aldus van den Brekel.

Het team van Cytuvax

Met de technologie van Cytuvax reageert 92 procent van de patiënten op het vaccin, zo blijkt uit de tweede klinische studie. De technologie werkt op basis van een adjuvant. “Heel eenvoudig gezegd is dit het product dat de werking van een bestaand product versterkt. Hier is het een vaccin om een virus-ziekte te voorkomen. Maar momenteel onderzoeken we deze technologie ook met therapeutische doeleinden, om een ziekte te behandelen.”

Wanneer is het vaccin beschikbaar?

We hebben met twee studies aangetoond dat we niet alleen een effectief maar ook een veilig middel hebben waarop non-responders reageren. Maar met een verrassend hoge respons rate in 72 procent in de controle groep, ligt dit te dicht bij elkaar. Dit is onvoldoende onderscheidend. Het verschil is niet groot genoeg. Dat is ‘jammer’, maar 92 procent is erg hoog en hiermee tonen we wel aan dat de technologie werkt.”

Waarom ben je niet gewoon in loondienst gegaan?

De ene dag heb ik contact met een Duitse professor, een dag later spreek ik een Portugese investeerder. In Maastricht werken we samen met artsen uit het MUMC. Ook het kleine core team waarmee ik werk is erg divers in leeftijd, nationaliteit en ervaring. Dit is een erg stimulerende omgeving. Het is toch anders dan een groot, wereldwijd bedrijf als AstraZeneca en Organon, waar ik in het verleden voor heb gewerkt. Nu zijn de lijntjes veel korter en heb ik het idee dat ik meer impact kan maken.”

Een start-up runnen is altijd onzeker, zeker in de farmaceutische wereld. Het geeft me voldoening dat ik de comfortzone van werken bij een “Fortune 500” bedrijf heb kunnen loslaten en ook in een onzekere omgeving goed uit de voeten kan. Verder leer je als ondernemer in een start-up zoveel meer dan je in loondienst zou doen, niet alleen wetenschappelijk. Maar ook bedrijfsmatig.

Kun je een voorbeeld noemen op welke manier je in een start-up meer impact hebt?

Tijdens onze tweede klinische studie naar het hepatitis-B vaccin, kregen we bericht dat de essentiële studiemedicatie tijdelijk niet leverbaar was. Klinische studies lopen vaak stuk lopen op een financiering die niet rondkomt of omdat patiënten recruitment te traag verloopt. Dit hadden we allemaal geregeld. Daarom was het extra zuur dat het dreigde mis te gaan op iets wat buiten onze invloed lag.

Ik heb toen iedere mogelijke leverancier gebeld. Via contacten uit het verleden, heb ik uiteindelijk de benodigde medicatie nog weten te regelen. Bij een groot bedrijf zou dit via verschillende afdelingen gaan. Nu had ik rechtstreeks contact en wist iets te regelen dat ervoor zorgde dat ons onderzoek toch door kon gaan. Grote bedrijven zijn door hun brede portfolio minder afhankelijk van één of twee studies.”

Op welke manier is jullie bedrijf anders dan andere medische start-ups?

We willen onze technologie als een platform inzetten. Dit betekent dat we onderzoeken voor welke aandoeningen we de technologie nog meer kunnen inzetten. We zijn bezig met een preklinische studie om een middel samen te stellen voor patiënten met alvleesklierkanker. Het werkt als volgt: deze therapie pakt niet de bron van kanker aan, maar zorgt voor een boost in het immuunsysteem. Hierdoor hopen we dat het lichaam uiteindelijk zelf in staat is om de tumor op te ruimen. Maar zo ver zijn we nog lang niet. Alvleesklierkanker een van de meest dodelijke vormen van kanker, als het lukt om het leven van patiënten te verlengen, is dat al een hele stap.

Naast onze goede contacten met het MUMC, ben je vanuit hier zo in Duitsland of België. We werken samen met specialisten in Antwerpen, Hasselt, Bochum en Aken. Die samenwerking over de grens is belangrijk. Hierdoor zijn we flexibeler in het opzetten van een studie waarvan we denken dat de kans het hoogst is dat we patiënten daadwerkelijk kunnen helpen.”

Is dat het ultieme doel?

Absoluut, het maakt me ontzettend trots dat we in de verschillende fases van de studie voor het non-responders vaccin meer dan honderd medici weer op de been hebben gekregen. Zij konden hun beroep beperkt of niet uitoefenen omdat ze gevaar liepen op besmetting of hepatitis konden overdragen op hun patiënten.

De eerste stap in de therapeutische kant is om het middel zo veilig te krijgen dat we met patiënten mogen testen. Dat gaat op zijn vroegst in 2021 lukken. We zijn pas succesvol als we hiermee deze kwetsbare patiënten kunnen helpen. Dat is waar het mij uiteindelijk allemaal om te doen is.”