Eigenlijk is die huisgenoot er al, zegt Eveline van Zeeland, associate lector Smart Marketing and Strategy bij Fontys Hogescholen. “Robotica zit in de telefoon die je de hele dag bij je draagt en in de software van bijvoorbeeld Google Home.” Samen met collega-lector Mens en Technologie Janienke Sturm geeft Van Zeeland op 16 januari een openbaar college Tilburgse LocHal waarin beiden een “spannend inkijkje geven in de huis-tuin-en-keuken-robotica”. 

Een relevant inkijkje, zegt Van Zeeland, want “robots kunnen ons enorm helpen, maar we moeten wel bewuste keuzes maken”. Zelf doet Van Zeeland onderzoek naar chatbots, vandaar dat zij haar hele huis vol heeft staan met Google Homes. “Die helpen mij gigantisch. Als ik een Engelse tekst aan het tikken ben en ik zoek de Engelse vertaling van een woord dan roep ik dat, terwijl ik tik, tegen Google. Of als ik eieren moet koken. Dan zeg ik: ‘Hey Google, zet even de timer op zeven minuten.’” Niet alleen de slimme speakers maar ook een wasmachine die de intensiteit van het wasprogramma afstelt op de vuilheid van de was of de met camera’s voorziene stofzuiger die voor je de huiskamer stofzuigt, zijn voorbeelden van robots. 

Eveline van Zeeland

Robotica betekent vooral het toepassen van kunstmatige intelligentie in een systeem, legt Van Zeeland uit. “Mensen hebben vaak het beeld van een menselijke robot, met een hoofd, armen en benen. Zoals in een tekenfilm. Wij willen laten zien dat er veel verschillende robots zijn.” Zo lopen er tijdens het openbaar college verschillende robots rond. Met extreme en minder extreme voorbeelden zoeken Sturm en Van Zeeland de interactie met het publiek. 

Weerstand

Sturm: “We willen ook laten zien waar het begint te schuren. Wanneer is een robot als huisgenoot fijn en wanneer is het eigenlijk niet zo prettig meer, wanneer gaat het mis?” Er zitten volgens Sturm twee kanten aan: de ontwikkel- en de gebruikerskant. Voor de lector is het belangrijk om techneuten meer na te laten denken over wat de mensen, de gebruikers, van de technologie vinden. “Robots zo ontwerpen dat mensen het fijn vinden om ze te gebruiken. Zodat ze de technologie omarmen in plaats van weerstand ervaren.” Voor de menskant geldt dat Sturm de mogelijkheden wil laten zien, zoals een robot als gesprekspartner voor eenzame ouderen of als oplossing voor het personeelstekort in de zorg. “Maar ook om te waarschuwen dat er een risico is. Daar moet je rekening mee houden en verstandige keuzes maken.” 

“Op het moment dat je zo’n apparaat in huis neemt, heeft het allerlei consequenties. Ik denk dat daar veel mensen niet bij stil staan. Bij zo’n Google-assistent weten de meeste mensen nog wel dat die veel kennis over hen opdoet, maar wat gebeurt er met die kennis?” Doordat mensen Google-assistent gebruiken, gaat de robot ons beter begrijpen, legt Sturm uit. “Maar wat gebeurt er nog meer met die data? Of met de beelden van de filmende stofzuiger? Je moet niet alleen die hele gebruiksaanwijzing en alle privacyverklaringen lezen maar daarna ook de juiste actie ondernemen.”  

Waar Sturm zich vooral richt op de bewustwording, onderzoekt Van Zeeland de programmeerkant. Van Zeeland: “Hoe kunnen we technologie zo programmeren dat mensen het fijn vinden, zowel op ethisch als op menselijk vlak.” 

Janienke Sturm

Jip-en-janneke-taal

Beide wetenschappers hebben een enorme passie voor technologie en robotica. Als klassiek geschoolde econoom, die later psychologie is gaan studeren, lag technologie niet per se voor de hand, vertelt Van Zeeland. “Ik vind het leuk om te pionieren en een onderwerp beet te pakken dat niet helemaal is uitgekauwd, maar waarbij nog veel te ontdekken valt.” Dat onderwerp vond ze in neuromarketing. Ze deed jaren onderzoek naar hoe de hersenen reageren op marketingprikkels, gaf er les over en schreef het eerste Nederlandse studieboek over neuromarketing. Zo groeide ze in haar rol bij het Fontyslectoraat Smart Marketing and Strategy. Met haar nieuwsgierigheid brengt ze het liefst wetenschappelijke kennis naar het “normale publiek”. “Het liefst zit ik op een onderwerp waar de meeste mensen weinig van af weten.” In haar onderzoek genereert ze nieuwe kennis, maar wat ze vooral wil, is “de kennis, die andere mensen op de wereld aan het onderzoeken zijn, in normale jip-en-janneke-taal brengen”.

Taal herkennen en spreken

Sturm vond op de middelbare school alles leuk. “Ik had een vakkenpakket dat alle kanten opging.” Ze ging taal- en spraaktechnologie studeren, “want dat was een combinatie van alfa- en betawetenschappen”. De studie viel onder de Letterenfaculteit maar had ook een technische kant, legt Sturm uit. “Wat ik heel interessant vond, was hoe computers taal herkennen en kunnen spreken, maar vooral hoe mensen met taal- en spraaktoepassingen omgaan.” Ze promoveerde op de bruikbaarheid van spraakherkenning bij een treinreisinformatiesysteem en werkte als onderzoekster bij de faculteit Industrial Design aan de TU/e. In 2010 startte ze ook als projectleider bij Fontys Hogescholen. Sinds 2012 is ze er lector Mens en Technologie.

Het openbaar college is op 16 januari in de LocHal in Tilburg.  Aanmelden kan via deze link.