Aan het einde van de 19de eeuw werd de personenweegschaal in Frankrijk geadverteerd met de boodschap dat wie zich weegt, zichzelf goed kent; en wie zichzelf kent, die leeft goed. Jawbone gebruikte vele decennia later de slogan ‘Know Yourself Live Better’ om potentiële klanten te overtuigen om hun lichamelijke data, zoals calorieverbruik en slaappatroon, met de UP wearable te tracken.

De link tussen fysieke prestatie en morele evaluatie is niet nieuw. Iemand die zorgdraagt voor zichzelf en zich fysiek inspant wordt vaak geprezen omwille van discipline en zelfcontrole. Mensen die self-tracking apps of apparaatjes, zoals de Jawbone wearable, gebruiken, tracken voornamelijk fysieke activiteit, eten en gewicht. De klemtoon ligt bijgevolg op het managen van het lichaam op een kwantitatieve en meetbare wijze. Maar worden we daar ook beter van in de morele zin van het woord?

Een voorloper van moderne self-tracking is het bijhouden van een dagboek, zoals Benjamin Franklin (1706-1790) deed. Toen hij twintig was, noteerde hij dertien deugden die hij graag wilde cultiveren. Dagelijks reflecteerde hij over zijn succes en falen met behulp van twee vragen. Bovenaan de pagina van zijn dagboek stond “What good shall I do this day?”, waar hij ’s morgens bij stilstond. Onderaan stond de vraag “What good have I done today?”. ’s Avonds overliep hij de dag om die tweede vraag te beantwoorden. Een Fitbit of smartwatch geeft automatisch aan of je je dagelijkse 10.000 stappen haalde en of je dus ‘succesvol’ was. Maar wat Franklin deed, was ook een vorm van self-tracking, zij het een veel complexere. Franklin hield een overzicht bij van zijn inspanningen. De dagboeken geven inzage in hoe hij zichzelf verantwoordelijk stelde om een beter mens te worden. Door zijn doelstellingen en voornemens nauwgezet bij te houden, ondernam hij actie om goede zaken te verwezenlijken. Bij Franklin draaide het niet om zelfverbetering in hedendaagse termen van optimalisatie, productiviteit of efficiëntie, maar om morele zelfverbetering.

Dieper zelfinzicht

Een soortgelijke nadruk op morele zelfverbetering vinden we bij de Stoïcijnen, zoals Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius. In de vele discussies over ‘quantified self’ gaat de meeste aandacht naar kwantitatieve metingen. Hoeveel calorieën verbruikte je? Hoeveel uren sliep je? Hoeveel stappen zette je? Enzovoort. Maar er zijn ook apps op de markt die de mosterd halen bij de Stoïcijnse filosofie. De apps ‘Stoic Meditations’ en ‘Stoic Self-Reflect Journaling’ zijn daar voorbeelden van. Hun doel is minder ‘meetbaar’: een dieper, complexer zelfinzicht aan de hand van dagelijkse citaten, oefeningen en het aanleren van Stoïcijnse technieken.

Daar gaan ook vormen van self-tracking mee gepaard, zoals het bijhouden van je gedachten in een digitaal dagboek, om er vat op te krijgen en ze te doorgronden. Zelfonderzoek is namelijk cruciaal bij de Stoïcijnen. ‘Vindica te tibi’, schreef Seneca: ‘eigen jezelf toe’ of ‘besteed tijd aan jezelf’. Seneca riep op om grondig te investeren in zelfkennis en gewetensonderzoek. Als je weet waar je voor staat, dan raak je jezelf niet kwijt als je iets overkomt. Wie zichzelf kent, is ook minder ontvankelijk voor het oordeel van anderen en laat zijn leven niet van (de goedkeuring van) anderen afhangen.

Dat laatste is cruciaal, want de Stoïcijnen moedigen aan om je enkel te richten op wat binnen je controle ligt. Wat anderen over je denken, ligt daar per definitie buiten en is dus tijdverlies. De Stoïcijnse apps helpen de gebruiker om gedachten te focussen op wat binnen diens controle ligt. Kort samengevat: je hebt niet altijd controle over wat je overkomt, maar wel over je reactie erop, dus besteed daar de nodige aandacht aan. Anders dan vaak gedacht wordt, hebben de Stoïcijnen geen afkeer van emoties. Het gaat erom om er grip op te hebben, onder meer door zelfanalyse en geestelijke discipline.

Favoriete citaten

Elke ochtend geven de apps een citaat van een bekende Stoïcijn, waarover de gebruiker kan reflecteren. Favoriete citaten kan je opslaan, zodat je ze altijd bij de hand hebt. Een oefening die je kunt krijgen, is om één week iets te laten, zoals douchen met koud in plaats van warm water, om beter te leren appreciëren wat je hebt. Een andere techniek om Stoïcijnse gewoontes aan te leren is de ‘premeditatio malorum’ of negatieve visualisering: in stilte nadenken over de verschillende manieren waarop het leven je kan teleurstellen. Je voorstellen dat je verliest wat je waardevol vindt. Ook zo leer je meer waarderen wat je hebt.

Fysieke zelfzorg is essentieel. Een opdracht die de app je kan geven, is om een lange wandeling in de natuur te maken. Kwantitatieve vormen van self-tracking staan niet haaks op een Stoïcijnse levensstijl, zolang je maar voor ogen houdt dat het gezonde lichaam ten dienste staat van de gezonde geest en niet omgekeerd.

De Stoïcijnse self-tracking apps kunnen een waardevolle aanvulling zijn op de werken van Epictetus, Marcus Aurelius en Seneca. Uiteraard kunnen de apps de Stoïcijnse boeken vol wijsheden niet vervangen. Maar stel dat je op een nogal lamlendige ochtend dit citaat van Marcus Aurelius te zien krijgt op je smartphone: “’s Morgens vroeg moet je tegen jezelf zeggen: vandaag zal ik mensen ontmoeten die bemoeiziek zijn, ondankbaar, agressief, onbetrouwbaar, jaloers, egoïstisch. Zo zijn ze geworden omdat ze niet weten wat goed en wat slecht is.” Dan krijg je alvast een troostrijke gedachte om de dag mee te starten.

 

Over deze column:

In een wekelijkse column, afwisselend geschreven door Maarten Steinbuch, Mary Fiers, Peter de Kock, Eveline van Zeeland, Lucien Engelen, Tessie Hartjes, Jan Wouters, Katleen Gabriels en Auke Hoekstra, probeert Innovation Origins uit te vinden hoe de toekomst eruit zal zien. Deze columnisten, af en toe aangevuld met gastbloggers, zijn allemaal op hun eigen manier bezig met oplossingen voor de problemen van onze tijd. Zodat Morgen Beter wordt. Hier alle eerdere afleveringen.