Deze week maakte de TU/e bekend een flinke stap te zetten in de ontwikkeling van AI door de komende 5 jaren 100 miljoen te investeren in wetenschappelijk personeel en laboratoria. Ik was persoonlijk vereerd met het verzoek om dit “Eindhoven Artificial Intelligence Instituut”, EAISI, te gaan opzetten, samen met een prachtig team van hoogleraren en specialisten.

Vanuit mijn ervaring met slimme auto’s en door mijn contacten bij Singularity University kom ik veel in aanraking met AI. Ik heb hier vaak geschreven over mijn visie op de rolverdeling tussen machines: Artifical Intelligence voor het werk binnen de lijntjes en de mens met zijn genuine intelligence voor het kleuren buiten de lijntjes. Als we robots die straks tig keer slimmer en sterker zijn dan wij toestaan om de regels flexibel te interpreteren lijkt mij dat een gevaarlijke versnelling van het einde van de mensheid.

Dus rijdt een autonome auto voorlopig pas echt goed in samenwerking met een chauffeur van vlees en bloed en speelt de computer/mens-combinatie nog beter dan de schaakcomputer. Het zelfsturende bedrijf presteert minder goed dan een bedrijf met een menselijke leider. Genuine intelligence maakt uiteindelijk toch het verschil.

Nu de Artifical Intelligence van de cyber-only naar de werkelijke wereld afdaalt is kennis van high-tech systemen, mens-machine interactie en data nodig. Daarmee komt AI onze Brainport-tuin binnenwandelen, want daar liggen onze traditionele sterktes.

Het worden interessante tijden, maar ook drukke tijden. Daarom zie ik me genoodzaakt om, in elk geval tijdelijk, met mijn column op Innovation Origens te stoppen. Ooit begonnen als columnist bij E52 heb ik IO zien groeien tot een bloeiend platform voor high-tech nieuws, mijn complimenten aan de hele redactie. Het was me een voorrecht om daar miniem aan bij te mogen dragen. Dank aan alle lezers voor alle reacties. Vooral aan die lezers die het met me oneens waren. Want van wie buiten mijn lijntjes kleurt leer ik toch het meest.