Voor het behalen van de Europese klimaatdoelen zijn in aanloop naar 2050 tussendoelen gesteld voor 2020 en 2030. Lidstaten moeten hun voornemens om die doelen te realiseren kenbaar maken in een nationaal Klimaat- en Energieplan. Hongarije loopt bij die voornemens niet bepaald voorop. Het land was onlangs nog zelfs medeverantwoordelijk voor het frustreren van een Europees Klimaatakkoord. Toch zien experts voldoende mogelijkheden voor een duurzame toekomst. Voor Hongarije, maar ook voor de rest van de regio.

Europese klimaat- en energieplannen

Om de energietransitie in Europa een slinger te geven waren alle 28 lidstaten gevraagd vóór 31 december 2018 een nationaal Energie- en Klimaatplan aan te leveren met concrete voorstellen voor het uitfaseren van hun kolencentrales en de vermindering van CO2-uitstoot door energiebesparing, duurzame mobiliteit en de inzet van hernieuwbare energiebronnen. Na een assessment van deze, voorlopige plannen moeten de lidstaten uiterlijk 31 december dit jaar met een definitieve, aangepaste versie komen.

Hongarije was niet alleen twee maanden te laat met het aanleveren van zijn oorspronkelijke plan, het plan is door de Europese Commissie zo’n beetje op alle punten afgekeurd. Zo komt Hongarije voor het aandeel hernieuwbare energiebronnen voor 2030 uit op een magere 20%, terwijl het minimum is vastgesteld op 32%. Of er in Hongarije, net als in de andere Centraal-Europese landen, op korte termijn noemenswaardige verbeteringen zijn te verwachten, is dan ook maar de vraag.

Luister nu naar De IO Show!

Elke week het nieuws van Innovation Origins in je oren!

Hongarije is dus zeker niet het braafste jongetje van de klas als het gaat om het bestrijden van klimaatverandering en inspanningen voor de energietransitie. Sterker nog, het land slaagde er afgelopen juni samen met Polen, Tsjechië en Estland, zelfs in om de ondertekening van een Europees Klimaatakkoord tegen te houden.

Hongaarse officials en staatsmedia hebben de gewoonte om de zorg voor het klimaat te bagatelliseren en te ridiculiseren. Zo sprak de presentatrice op de staatszender Híradó Rádió in een interview met president János Áder in aanloop naar de Klimaattop in Chili van ‘klimaathysterie’. Áder zelf deed de verantwoordelijkheid van Hongarije ten aanzien van CO2-uitstoot af als ‘verwaarloosbaar’. Evenals het jaarlijkse Europese aandeel in de CO2-uitstoot, dat even groot zou zijn als dat van China op één dag. Een fikse blunder, zo heeft het onafhankelijke online medium 444.hu berekend. Die verhouding is in werkelijkheid namelijk niet 365 keer zo veel maar slechts het drievoudige.

Lage energierekening

In Hongarije wordt klimaatopwarming, evenals als in de andere Centraal-Europese landen, nog steeds als een ver-van-mijn-bed show gezien. In een regio met een sterk vergrijzende bevolking en laag welvaartsniveau wordt volksgezondheid namelijk als het primaire aandachtspunt gezien.

Een merkwaardige redenering, temeer luchtverontreiniging door het stoken met kolen en van vaste biomassa in traditionele houtkacheltjes, dat op het Hongaarse platteland nog steeds de belangrijkste vorm van warmtevoorziening is, juist een enorm gezondheidsrisico oplevert. In Hongarije, maar nog meer in een traditioneel kolenland als Polen, waar 70% van de bevolking nog steeds met kolen stookt, en waar volgens de World Health Organization (WHO) 36 van de 50 Europese steden met de ergste luchtverontreiniging zich bevinden.

De belangrijkste reden om aan fossiele bronnen vast te houden zit hem echter in de lage energieprijzen, die overigens kunstmatig laag worden gehouden. Investeringen in de energietransitie zouden de maandelijkse lasten voor de bevolking opjagen, zo wordt geargumenteerd. En in zulke, door populisten geregeerde landen is het met een lage energierekening – zeker in verkiezingstijd – makkelijk scoren, wat de langetermijngevolgen voor de bevolking ook moge zijn. Nog los van de vraag waarom je, als je de energieprijs voor kolen kunstmatig laag kunt houden, je dat niet voor duurzame bronnen zou kunnen doen.

Kolen Gordijn in plaats van IJzeren Gordijn

In vergelijking met het noordelijke en westelijke deel van Europa zijn Centraal-Europese landen nog steeds in min of meerdere mate afhankelijk van fossiele bronnen, concludeert het rapport ‘The Energy Transition in Central and Eastern Europe: The business case for a higher ambition’ van de gerenommeerde Prince of Wales Corporate Leaders Group van de University of Cambridge, Institute for Sustainability Leadership.

Polen en Tsjechië zijn naast consument immers ook producent van kolen, Tsjechië daarnaast ook nog eens exporteur. Hongarije bezit weliswaar nog slechts één kolencentrale, Mátra Erömü, maar wel eentje die gelinkt is aan Orbáns trouwe jeugdvriend, Hongaarse oligarch nummer één Lörinc Mészáros. Sluiting van de centrale is dan ook uit den boze, al claimt de Hongaarse overheid dat dit puur en alleen te maken heeft met de daarmee gemoeide banen.

De kolencentrale Mátrai Erömü Foto Wikipedia Commons

Al met al dreigt Europa in plaats van een IJzeren Gordijn dertig jaar na dato nu door een Kolen Gordijn in tweeën te worden gesplitst.

Groene alternatieven

Uit zorg over deze ontwikkelingen hebben verschillende ‘groene’ organisaties, bedrijven en NGO’s uit de zogenaamde Visegrad-landen Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije, aangevuld met het naburige Oostenrijk, zich onlangs verenigd in het Visegrad+ Platform. Met als doel om, als alternatief voor het officiële staatsbeleid, de energietransitie in de regio op gang te krijgen. Eén van de initiatiefnemers is Energiaklub, een Hongaarse NGO die zich richt op het verspreiden van wetenschappelijke inzichten ten aanzien van milieu- en klimaatproblematiek en de energietransitie.

Experts van diezelfde Energiaklub leverden, samen met die van het Hongaarse duurzame mobiliteitsbedrijf Mobilissimus, de Hongaarse denktank Városkutatás en de Europese denktank E3G afgelopen maart ook input voor het eerder genoemde rapport ‘The Energy Transition in Central and Eastern Europe’.

In dit rapport worden niet alleen alarmerende conclusies getrokken, maar tegelijkertijd ook oplossingen aangedragen. Zo vermeldt het rapport dat gebouwen in de voormalige Oostbloklanden in Centraal-Europa verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk aandeel in de energieconsumptie en laat het verouderde publieke transportnetwerk uit de socialistische tijden te wensen over. Maar in dat probleem ligt volgens de auteurs ook de oplossing. Want zowel ten aanzien van de energie-efficientie in de gebouwde omgeving als duurzame mobiliteit is er met de broodnodige investeringen en effectieve maatregelen flinke winst te behalen. Zo kunnen de typische prefab-flats uit de Oostblok-periode met gestandaardiseerde oplossingen tamelijk eenvoudig duurzaam worden gerenoveerd, en kunnen reeds bestaande initiatieven met elektrisch rijden en fiets- en autodeelprogramma’s nog verder worden uitgebreid.

Winst met hernieuwbare energie

Daarnaast kan de energietransitie worden versneld door de inzet van hernieuwbare energiebronnen. Zo is voor Hongarije, net als Roemenië en Bulgarije, zon PV een prima optie, kunnen landen met een kustlijn zoals Polen en de Baltische staten veel winst behalen met on- en offshore windparken, en kunnen Slovenië en Tsjechië dankzij hun bergrivieren hun stroom opwekken met waterkrachtcentrales. Tenslotte zijn de mogelijkheden met geothermie, maar ook met minder bekende hernieuwbare energiebronnen als getijden- en golfenergie, het onderzoeken waard.

Met het aantreden van een niet aan regeringspartij Fidesz gelieerde, ‘groene’ burgemeester in de Hongaarse hoofdstad Boedapest belooft er in ieder geval frisse winden te gaan waaien in het oostelijke deel van Europa. Temeer de kersverse burgemeester in zijn overwinningstoespraak op 13 oktober beloofde zich niet alleen in te gaan zetten voor een ‘groen en vrij Boedapest’, maar ook te zullen streven naar meer aansluiting met Europa.