Nee, Jessica van Eijs zal niet snel uit Brainport verkassen. Hoewel ze beseft dat het merendeel van haar werk binnenkort in Den Haag zal plaatsvinden – als 13de op de lijst voor D66 maakt ze een stevige kans gekozen te worden – blijft Eindhoven haar basis. “Het kleinschalige, het gemoedelijke, het warme, ik voel me hier helemaal thuis. Het karakter van deze stad wordt niet door het uiterlijk bepaald, maar door de inhoud.”


In de aanloop naar de verkiezingen van 15 maart laat E52 zes Kamerkandidaten en een minister aan het woord over innovatie en de rol van Brainport Eindhoven daarbij. In deze serie spreken we met Paul Smeulders (GroenLinks), Agnes Mulder (CDA), Bart van Kent (SP), Jessica van Eijs (D66), Martijn de Kort (PvdA), Bas van ’t Wout (VVD) en Henk Krol (50PLUS). De PVV reageerde niet op ons verzoek tot een gesprek. Lees hier de hele serie.


 

Dat juist die inhoud de laatste tijd zo in de belangstelling staat van Den Haag, dat doet Van Eijs zichtbaar deugt. “Het kan allemaal nog veel beter natuurlijk, maar het begint nu echt te komen, het besef dat we hier in een uniek cluster leven dat heel veel voor het land en de wereld kan betekenen. Je ziet het misschien niet meteen aan Eindhoven, maar als je kijkt naar de cijfers erachter, dan besef je direct wat voor een bijzondere omgeving dit is.”

Jessica van Eijs D66 1Voor iemand die zichzelf “supergenuanceerd” noemt, is Jessica van Eijs behoorlijk enthousiast over de omgeving die ze sinds het begin van haar studietijd zo goed heeft leren kennen. “De speeches die Van Gijzel altijd hield over Eindhoven en Brainport, daar word je gewoon zelf ook helemaal trots van. Of neem ASML, bizar knap wat daar allemaal is neergezet. Het is toch helemaal niet overdreven om daar verschrikkelijk blij van te worden?”

Als voorzitter van de lokale D66-fractie heeft ze de afgelopen jaren alle kans gehad zich in het reilen en zeilen van de stad te verdiepen. Nu is het tijd voor een vervolg, vindt ze zelf. “Ik vind politiek erg leuk, ook in Eindhoven. Maar de impact van wat je doet is in Den Haag natuurlijk veel groter. Je kunt dan nog meer betekenen voor nog meer mensen. Het is toch de eredivisie van de politiek.”

Brainport neemt ze in elk geval mee naar de Hofstad. “Het is de laatste tijd overduidelijk geworden: Brainport is een landelijk belang, niet voor niets een officiële Mainport. Als we daar op een goede manier in investeren, profiteert het hele land ervan.” Van Eijs vindt het dan ook helemaal niet vreemd dat de regio zich vergelijkt met steden als Barcelona, Taipeh of Helsinki. “Onze concurrentie zit in het buitenland. Natuurlijk is Eindhoven geen Barcelona, maar op bepaalde gebieden kunnen we wel degelijk de beste zijn. Als die andere steden dat ook ambiëren, maakt dat ze dus tot onze concurrent.”

Op veel onderdelen is Brainport ook nu al interessanter dan bekendere wereldsteden, maar het kan en moet zeker nog beter. “We hebben een heel goede internationale school, je kunt hier prettig en relatief goedkoop wonen, de salarissen zijn prima. Maar kijk nou hoe we verbonden zijn met steden als Brussel en Düsseldorf, dat moet gewoon veel beter. Ook op cultureel vlak is er nog behoorlijk wat te wensen.” Er moet dus meer geld naar de regio. Waar de regio dat vervolgens precies aan besteedt, daar gaat Van Eijs zich vanuit Den Haag niet meer mee bemoeien. “Nee, dat is echt aan de regio zelf om dat te bepalen. Zoals ook de regio zelf zal moeten aangeven wat er nodig is om de volgende stap voorwaarts te kunnen zetten. Hoe beter dat met cijfers is onderbouwd, des te meer we er aan hebben.”

De portefeuilles worden pas na de verkiezingen definitief verdeeld, maar de aandacht die Van Eijs heeft voor technologie en onderwijs zullen bij de partijtop niet onbekend zijn. Het zijn sowieso onderwerpen die passen bij D66. “Wij waren de eerste die vastlegden dat er een miljard extra nodig is voor Research & Development. Zowel fundamenteel als toegepast onderzoek is nodig om te kunnen blijven innoveren. Maar we moeten daarnaast ook gewoon slimmer omgaan met het onderwijs. We moeten snel af van opleidingen die zich richten op beroepen die er over een paar jaar toch niet meer zijn. Van techniek weet je dat het belangrijk blijft en juist daarom is de numerus fixus die nu dreigt aan technische opleidingen zo bizar. Er zijn steeds meer mensen die een technische opleiding willen – ook steeds meer meisjes gelukkig – en de maatschappij heeft ook steeds meer behoefte aan dit soort afgestudeerden. D66 wil juist die kansen grijpen en investeren in de toekomst.

Foto’s (c) Ruud Balk