Komende zaterdag start de Tour de France in Brussel. Een vlakke rit van 200 km, bij uitstek een kans voor de sprinters. Hoe zorgen wielerploegen er achter de schermen voor dat sprinters honderd procent fit aan de start verschijnen? En krijgen renners nog wat nieuwe snufjes die net dat extra vermogen geven? Bij Team Jumbo-Visma steekt sprinter Dylan Groenewegen zijn wens niet onder stoelen of banken: vol voor geel zaterdag. Vorig jaar won hij twee etappes in de tour en dit seizoen kwam hij al tien keer als eerste over de streep.

In het wielrennen proberen ploegen elkaar constant de loef af te steken. Niet alleen met het meest geavanceerde materiaalgebruik, maar ook door te verbeteren op voeding, trainingsmethodes en allerlei andere gebieden. Daarom kijkt Innovation Origins in de aanloop naar de Tour de France naar innovaties uit het peloton.  Hier het eerste verhaal.

Binnen Team Jumbo-Visma is Mathieu Heijboer als head of performance verantwoordelijk voor alles rondom de voorbereiding van wedstrijden. Van het plannen van trainingsschema’s en hoogtestages tot welke banden er op de wielen liggen. Aan Heijboer de vraag of nieuw wetenschappelijk inzicht tot een andere voorbereiding heeft geleid dit jaar. “Vorig jaar was een succesvolle tour, die voorbereiding is een blauwdruk voor dit jaar geweest. Dus daarin is niet gek veel veranderd.”

Voorbereiding

Wel heeft de begeleiding van de wielerploeg gekeken naar de gegevens van vorig jaar en daar lering uit getrokken: “Groenewegen was vorig jaar de eerste paar dagen nog niet helemaal fit. Met de informatie hebben we zijn training zo aangepast dat hij – zoals wij het zien – zaterdag fit aan de start verschijnt. En ook voor klassementsrenners zijn er kleine dingen anders. Maar dat moet ook wel: deze tour heeft behoorlijk wat aankomsten boven de 2000 meter, veel meer dan vorig jaar. Dat betekent dat renners meer hoogtemeters moeten maken zodat het lichaam aan die omstandigheden kan wennen.”

“De tijdsdruk was enorm, we wilden die tijdritfiets per se mee naar de tour nemen. Achteraf kun je jezelf wel voor je kop slaan. We zijn eerst zelf nagegaan waar het nu mis kon gaan, maar kwamen al snel tot de conclusie dat we simpelweg te weinig tijd hadden genomen om de fiets goed te testen en aan te passen. Dat is ontzettend belangrijk, zeker bij een tijdritfiets. Nu weten we wel beter.” Mathieu Heijboer, Jumbo-Visma.

Groenewegen start dus in topvorm. Maar hoe zit het met zijn materiaal?  “We mogen onderdelen niet zomaar aanpassen. Dit moet eerst worden aangevraagd bij de UCI en die moet dat beoordelen voordat we het in een wedstrijd mogen gebruiken. Daarom werken veel samen met onze materiaalpartners. Wij geven door waar renners behoefte aan hebben. Zo’n fabrikant gaat dan ontwikkelen en kijkt wat binnen de regels mogelijk is. Maar de fabrikanten werken zelf natuurlijk ook aan het verbeteren van hun producten, het mooie is dat we als wielerploeg veel input kunnen geven. Hierdoor dragen we constant bij aan innovatie.”

Contactpunten op maat gemaakt

Volgens Heijboer is het de laatste jaren in het peloton steeds gebruikelijker dat contactpunten – zadel, stuur, pedalen en schoenen – geheel op maat van renners worden gemaakt. “De jongens maken lange dagen op de fiets, een goede houding zorgt ervoor dat ze de juiste spieren gebruiken. Als je verkeerd op je fietst zit ga je compenseren met andere spieren”, legt Heijboer uit. Door aandacht te besteden aan custumized contactpoints rijden renners comfortabeler, blijven ze langer fit en worden blessures voorkomen. Voor deze tour ontwikkelde het team samen met FSA, een van de materiaalpartners, Jumbo en de Technische Universiteit Eindhoven een op maat gemaakt tijdritstuur voor Steven Kruiswijk – een van de klassementsmannen van de ploeg. Het stuur is lichter en aerodynamischer dan het vorige model en biedt meer ondersteuning en comfort, precies afgesteld op Kruiswijk. “Hier moet je de tijd voor nemen, alles goed testen. Alles waar Steven het stuur raakt is op zijn lichaam gebaseerd. Zo’n stuur hebben we voor Roglic in de Giro ook gemaakt. Deze manier van ontwikkelen wordt steeds gebruikelijker in het peloton.”

Ideeën voor productinnovaties komen lang niet altijd uit de koker van een fabrikant of van een ploeg, volgens Heijboer zijn er genoeg renners die zelf met ideeën komen of hele specifieke wensen hebben: “Tony Martin, een van onze beste tijdrijders, schuift veel op zijn zadel tijdens een tijdrit. Hij heeft zelf een oplossing bedacht en plakte een stukje schuurpapier op zijn zadel om het schuiven te beperken”, blikt Heijboer terug. Maar omdat dit volgens het UCI-regelement niet is toegestaan, stuurde Jumbo-Visma het zadel van Martin -met schuurpapier- op naar Fizik, hun zadelleverancier.

“Ideeën waar jongens zelf mee komen zijn vaak het beste, zij voelen exact wat ze nodig hebben of waar nog verbetering te halen valt.” Mathieu Heijboer, Jumbo-Visma.

Fizik ging aan de slag en een prototype van het zadel is aangemeld bij de UCI en goedgekeurd voor de Tour. “Binnenkort zijn er Tony Martin-zadels te koop”, aldus Heijboer. Maar hier houdt het niet op: “We zijn hiermee verder gegaan en hebben AGU (kledingfabrikant. red.) gevraagd om ook zo’n stukje in het tijdritpak te maken. Hierdoor sluit het pak nog beter aan op het zadel. Ideeën waar jongens zelf mee komen zijn vaak het beste, zij voelen exact wat ze nodig hebben of waar nog verbetering te halen valt.” Het nieuwe zadel en tijdritpak zijn op tijd klaar voor de Tour en moeten Tony Martin aan een snellere tijdrit helpen.

Gaat niet altijd goed

Maar nieuw materiaal pakt niet altijd beter uit. In 2014 had Jumbo-Visma (toen nog Belkin) problemen met de tijdritfiets van Bianchi. Het achterwiel zat zo dicht op het frame en de rem, dat de achterrem aanliep als er veel kracht werd gebruikt. Ook klaagden renners destijds dat de fiets niet stijf genoeg was. “De tijdsdruk was enorm, we wilden die fiets per se mee naar de tour nemen. Achteraf kun je jezelf wel voor je kop slaan. We zijn eerst zelf nagegaan waar het nu mis kon gaan, maar kwamen al snel tot de conclusie dat we simpelweg te weinig tijd hadden genomen om de fiets goed te testen en aan te passen. Dat is ontzettend belangrijk, zeker bij een tijdritfiets. Nu weten we wel beter.”

“De fiets heeft een valse start gehad. Sindsdien zijn we met Bianchi bezig geweest om op basis van input van renners het model te verbeteren en aan te passen. Soms moet je twee stappen terug zetten, voor je er drie vooruit kunt maken. Nu hebben we een van de meest aerodynamische tijdritfietsen in het peleton. We hopen binnenkort op de 10e tijdritzege van het seizoen. Dat zegt genoeg toch?”