In het lab in Geleen (c) Jonathan Vos

Voor de productie van plastics, medicijnen en brandstoffen zijn we nog grotendeels afhankelijk van fossiele grondstoffen. De overgang naar een duurzamere en circulaire economie komt maar langzaam op gang. Ook het vervangen van deze fossiele grondstoffen door natuurlijke bouwstenen, leidt niet altijd tot milieuwinst. Yvonne van der Meer hoogleraar sustainability of chemicals and materials van de universiteit van Maastricht wil vaart zetten achter deze ontwikkeling. Zij onderzoekt hoe biologische materialen wél kunnen bijdragen aan de overgang naar een circulaire economie.

Binnen haar onderzoeksgroep in het Aachen Maastricht Institute for Biobased Materials ontwikkelt Van der Meer verschillende beoordelingstools om nieuwe materialen of technieken te analyseren. Haar doel? In een zo vroeg mogelijk stadium beoordelen of er potentie in nieuwe technologieën of materialen zit. “Om objectief te kunnen beoordelen of we een bioplastic kunnen gebruiken als verpakkingsmateriaal kijken we naar het totale plaatje. Er wordt vaak gedacht dat duurzaamheid alleen draait om het milieu, maar er speelt meer mee.”

Yvonne van der Meer

Fossiel inruilen voor biologische materialen is niet altijd verbetering

Zo kijkt Van der Meer niet alleen naar emissies, energie- en grondstofgebruik. Maar ook naar de economische en sociale impact van bijvoorbeeld bioplastic. “Dat je fossiele grondstoffen vervangt voor biologische materialen wil niet automatisch zeggen dat je beter bezig bent. Voor bioplastics heb je landbouwgrond nodig waar je vervolgens geen voedsel meer kunt verbouwen. Wat is hiervan het effect? En wat doet kunstmest die hiervoor nodig is? Stel, je gaat aan de slag met bioplastics in een gebied waar water schaars is. Wil je een waterprobleem creëren voor een beetje milieuwinst?”

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Met deze analyses van het hele systeem hoopt Van der Meer de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Het zorgt volgens haar voor meer inzicht bij beleidsmakers en geeft bedrijven handvatten bij het ontwikkelen van duurzamere materialen. Ook het verbinden van verschillende disciplines gaat volgens de hoogleraar zorgen voor doorbraken.

    Van der Meer: “In de wetenschap is het heel gebruikelijk om vanuit een onderzoeksgroep naar een probleem te kijken. Wanneer je als bioloog bezig bent met een nieuwe bron, kun je nog alle kanten op. Dat is natuurlijk fantastisch, maar tegelijkertijd heb je geen idee wat je collega in de chemie er vervolgens mee kan. Of techneuten hier machines voor kunnen maken en of dit duurzaamheidswinst gaat opleveren. Maar zet je al die experts uit verschillende disciplines samen, maken ze veel slimmere keuzes aan het begin. Er is oog voor de volgende stap in het proces. Hierdoor hoeven ze niet steeds terug naar de tekentafel en kunnen nieuwe duurzame materialen sneller ontwikkeld worden.”

    Recyclen in plaats van nieuwe materialen?

    Maar zouden we niet meer moeten recyclen van de materialen die we al hebben? Want op dit moment wordt maar zo’n 13 procent van al het plastic gerecycled. Van der Meer denkt even na voordat ze antwoordt. “Een relevante vraag. Je moet, hoe basaal het ook klinkt, rekening houden met de uitstoot die vrijkomt bij het ophalen, sorteren en vervoeren van al dat gebruikte plastic. Het gaat immers om grote industrieën en flinke afstanden.”

    Vervolgens moeten plastics via allerlei chemische processen worden bewerkt om er weer bruikbaar materiaal van te maken, legt Van der Meer uit. “Voedselverpakkingen bijvoorbeeld zijn intelligente plastics, soms met wel zes of zeven verschillende lagen met verschillende functies. Het is technisch heel ingewikkeld om hier – zonder veel extra chemische processen – weer nieuw materiaal van te maken. Maar in sommige gevallen kan het interessant zijn. Om te beoordelen of recycling daadwerkelijk milieuwinst oplevert, helpen onze tools. Het helpt producenten bij het maken van de juiste keuzes in hun processen.”

    Balans tussen gebaande paden en nieuwe wegen

    Van der Meer benadrukt dat energie in deze circulaire economie van de toekomst niet het grootste probleem zal zijn. “Op korte termijn kan het zinvol zijn om de energie die je nodig hebt voor je materiaal of proces te minimaliseren. Maar in mijn optiek is dit zinloos voor de lange termijn. We maken steeds meer gebruik van duurzaam opgewekte energie. Toch zie ik nog veel bedrijven die investeren in het energiezuiniger maken van hun processen”, legt ze uit.

    Een grotere uitdaging zit, volgens haar, in het vinden van natuurlijke bouwstenen die nog enigszins aansluiten op de huidige praktijk. “Om groene stroom op te wekken, vervang je fossiele bronnen relatief gemakkelijk voor bijvoorbeeld zonnepanelen. Maar koolstof – uit fossiele bronnen – om materialen mee te maken, is veel lastiger te vervangen. Niet dat we geen nieuwe bouwstenen uit de natuur zouden kunnen halen, maar we zitten in een soort overgangsfase. We zijn nu vooral bezig biologisch materiaal zoals gft- afval of zeewier via chemische bewerking geschikt te maken voor de huidige productieprocessen, maar dat zal niet altijd zo blijven.”

    “De natuur biedt ook allerlei mogelijkheden om nieuwe bouwstenen te maken, maar die passen niet in de huidige productieprocessen. Als ik hier uit mijn raam kijk op de Brightlands Chemelot Campus zie ik dat gebeuren. Je hebt aan de ene kant start-ups die nieuwe dingen uitproberen en aan de andere kant de ‘oude’ fabrieken. We moeten een balans vinden tussen nieuwe wegen inslaan en de gebaande paden benutten. Tegelijkertijd moet er wel iets veranderen.”

    Urgentie van het probleem is helder

    En het liefst zo snel mogelijk. Van der Meer kan zich opwinden over demissionair minister-president Mark Rutte die roept dat we in 2029 nog maatregelen kunnen nemen om de klimaatdoelstellingen te halen. “Hoe kan hij dat nou zeggen? De klimaatdoelstellingen van Parijs zijn erg ambitieus. We hebben nog een lange weg te gaan willen we de doelstellingen van 2030 überhaupt halen”, zegt ze met hoorbare verbazing in haar stem.

    Dan hoopvoller: “Gelukkig willen steeds meer bedrijven en consumenten het anders doen. Het maatschappelijke besef is er. Ik ben al twintig jaar met duurzaamheid bezig, maar pas de laatste vijf jaar komt klimaatverandering in het nieuws. Mensen beseffen de urgentie van dit probleem. Steeds meer consumenten en bedrijven willen het anders doen.”

    Samenwerking

    Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen Brightlands Chemelot en onze redactie. Innovation Origins is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen. Wil je meer weten over hoe Innovation Origins samenwerkt met andere bedrijven? Klik dan hier

    Over de auteur

    Author profile picture Milan Lenters is schrijver en redacteur. Heeft door IO zijn geboortestad Eindhoven op een andere manier leren kennen en kijkt soms met verbazing naar de vele verhalen die hier voor het oprapen liggen.