Apps die helpen bij de behandeling van geestelijke problemen of het gebruik van een 3D-camera tijdens de behandeling van een stoornis. Het wordt allemaal steeds gebruikelijker. Jongeren groeien in dit digitale tijdperk op met dit soort middelen en voor hen is het niet meer dan normaal. Psychiaters en psychologen kunnen leren van de belevingswereld van jongeren. Daarom gingen de geestelijke gezondheidsorganisaties GGzE, uit Eindhoven en het Zuid-Limburgse Mondriaan een samenwerking aan met de scholengemeenschap Were Di in Valkenswaard. Een maand lang verdiepten vmbo-leerlingen zich in de wereld van de psychatrie. Op 15 oktober, komende donderdag, delen ze hun belevingswereld tijdens een werkconferentie.

Deze samenwerking past heel goed in de open manier waarop de GGzE aan innovatie werkt. In 2013  startte de organisatie met het E-lab. “Een soort Broeinest voor de geestelijke gezondheidszorg”, zo omschrijft innovator Joep Kolijn zijn lab. Deze testomgeving bevindt zich op Landgoed de Grote Beek, in een voormalige behandellocatie. Behandelaren, cliënten, mantelzorgers, programmeurs en vormgevers bedenken, ontwikkelen en testen er met elkaar nieuwe technologische toepassingen voor de zorg. Het is echt een plek waar iedereen die ook maar iets met innovatie in de ggz wil terecht kan, vindt Kolijn: “Al is het maar om een kop koffie te komen drinken”.

Vaak wordt technologie in de zorg als de oplossing voor een probleem gebracht, is Kolijns ervaring. “Maar zo werkt het niet, als een hulpverlener het nut van een nieuwe technologie niet ziet, dan gaat hij het niet toepassen, ook al is het nog zo slim bedacht. Het werkt veel beter als iemand een vraag heeft en dan samen met een techneut gaat nadenken over de mogelijke oplossing.”

Zo kwam Mark Slaats, maatschappelijk werker binnen de GGzE, met de vraag of er een app ontwikkeld kon worden waarmee hij samen met cliënten het netwerk rondom een cliënt goed in kaart zou kunnen brengen. Slaats werkt acht jaar binnen de forensische jeugdpsychiatrie en voor zijn cliënten is het goed om te weten met wie ze allemaal in contact komen en of dit eventueel risico’s met zich mee brengt. De maatschappelijk werker zette dit voorheen op papier maar hij had het gevoel dat er veel meer mee kon.

Om niet meteen tienduizend euro te investeren in een app waarvan niet duidelijk is of het echt gebruikt gaat worden, ging Kolijn samen met Slaats op zoek naar een toepassing die al bestond. Ze kwamen uit bij een bestaande app, waarmee het netwerk digitaal getekend kon worden. Via een pdf-bestand kon hij dit toevoegen aan het elektronisch dossier van de cliënt en dat was al een hele stap vooruit. Slaats testte het in de praktijk en collega’s én de jongeren werden ook enthousiast. Door de directe feedback ontstond er een in de praktijk getest pakket van eisen om de toepassing te verbeteren. Studenten hebben uiteindelijk toch een app ontwikkeld, de eco-gram. En doordat er al mee gewerkt was kon Slaats heel duidelijk zeggen wat hij wilde.

Voorbeeld van een eco-gram

Voorbeeld van een eco-gram

De ontwikkelaars in het het lab proberen telkens met zo min mogelijk kosten de innovaties te realiseren. Voor zo’n vijfduizend euro werd er geïnvesteerd in de ontwikkeling van een virtual reality bril die ondersteunt bij de behandeling van mensen met een eetstoornis. En Lisanne van der Schalie ontwikkelde op de Kinect een programma waarmee kinderen, die moeite hebben om met hun emoties om te gaan, op een speelse wijze kunnen oefenen. Dit deed ze tijdens haar stage Software Enginering van de Fontys Hogescholen.

Van der Schalie studeerde vorig jaar af en werkt nu binnen het E-lab als software engineer. Een van haar klussen is het ontwikkelen van een zogenaamde toolbox. Dit is een soort App-store maar dan voor de medewerkers van de GGzE. Voor haar is het laboratorium een ideale werkplek omdat “zorg en technologie er bij elkaar komen”.

Het is Kolijns droom om het E-lab naar een volgende fase te brengen, een fase waarin ook andere partijen meer investeren in de ontwikkelingen. “Het E-lab is eigenlijk een tuin met bomen die vruchten geven. Die vruchten mogen anderen komen pakken maar we moeten samen de tuin met zijn bomen onderhouden zodat ze vruchten blijven geven.”

Het E-lab werkt al samen met onder meer Fontys, TU/Eindhoven, PSV, Slimmer Leven en Brainport. Kolijn wil de kennis zoveel mogelijk met anderen delen zodat er nog meer vernieuwingen ontstaan. Juist daarom kijkt hij ook zo uit naar de werkconferentie met Mondriaan en Were Di.

(Foto boven dit artikel: brainstormsessie in het E-lab)