Het toppunt van sporten in de natuur is bergbeklimmen. Toch vreemd dat een sport die zo verbonden is met de natuur, als binnensport minder duurzaam is, vinden Tim Mullens en Geert Voncken. Samen werken ze vanuit GreenHolds aan de volledig recyclebare klimgreep. Tijdens het congres Sportief Verbinden ontving GreenHolds donderdag als icoonproject een vervolgsubsidie van Sportinnovator.

Met die subsidie “gaat het allemaal beginnen”, zegt Mullens. De afgelopen twee jaar onderzochten hij en Voncken vooral de mogelijkheid en haalbaarheid van zo’n duurzame klimgreep. Ook werkten ze aan een businesscase en richtten ze GreenHolds BV op. Dat deden ze naast bestaande ondernemingen. Voncken als eigenaar van klimcentrum IVY climbing in Sittard en Mullens met zijn adviesbureau Sports- en Health Innovations vanuit Neerbeek. Met de subsidie kunnen ze zich volledig richten op hun innovatie.

Voncken liep al langer rond met het idee klimgrepen te verduurzamen. In zijn klimcentrum raakte hij twee jaar geleden aan de praat met Mullens. Na een carrière in de topsport – Mullens speelde handbal op internationaal niveau – was hij begonnen met klimmen. Mullens: “Ik werkte destijds ook voor het acceleratorprogramma van Topsport Limburg en van het een kwam het ander.”

Luister nu naar De IO Show!

Elke week het nieuws van Innovation Origins in je oren!

Zo de verbrandingsoven in

Die klimgrepen die nu wereldwijd worden gebruikt zijn alles behalve duurzaam, vertelt Mullens. De huidige grepen zijn gemaakt van thermoharders. “Op het moment dat zo’n klimgreep is afgeschreven, kun je er helemaal niets meer mee. Die kan zo de verbrandingsoven in.” Mullens zag wel iets in het idee van Voncken. “Ik heb geen verstand van klimmen, maar wel van innovaties naar de markt brengen.”

Mullens’ achtertuin is de Brightlands Chemelot Campus. “Wij hebben hier een kolenmijngeschiedenis met DSM (voorheen De Staatsmijnen, red.). Mijn opa heeft vroeger nog in de mijn gewerkt. DSM is de laatste zestig jaar geëvolueerd naar de Brightlands Campus, dat gespecialiseerd is in materialen en duurzaamheid. Als je ergens op de wereld moet zijn voor milieuvriendelijk materiaal dan is het hier.” 

Tim Mullens, Joost van den Akker (gedeputeerde Limburg), Geert Voncken en Martin Olde Weghuis (Topteam-lid) © `Paul Tolenaar

Tegen slijten kunnen

Twee chemical engineers van de Campus werden in de klimhal uitgenodigd. “We gaven ze klimgrepen in handen en vroegen hen of ze die niet alleen duurzamer konden maken, maar ook ’s werelds beste klimgrepen.” Een klimgreep moet sterk zijn, tegen slijten kunnen en frictie hebben. Voncken: “Je moet natuurlijk wel veel grip hebben met je schoentjes en je handen.” 

De beste klimgreep is wel te maken, was het antwoord. Of het ook duurzaam kan, dat is wat lastiger, maar niet onmogelijk. Dat bood volgens Mullens en Voncken perspectief en ze besloten onderzoek te gaan doen naar de technische haalbaarheid. Daarvoor vroegen ze een Sportinnovator fase 1 subsidie aan, die ze toegekend kregen. Dat was een jaar geleden.

Ook vroeg GreenHolds een subsidie aan bij LIOF, de adviesorganisatie voor ondernemend en innoverend Limburg. Om van hun innovatie een businesscase te maken en te onderzoeken of er voor de grepen een markt was.

Greenholds Consortium

Dat er een markt voor is, voelen meerdere partijen aan. Mullens: “Het krachtige van ons project is dat we het niet alleen vanuit GreenHolds doen.” Er is een Greenholds Consortium waarin acht partijen zitten, naast GreenHolds zijn dat: Zuyd Hogeschool, Chill (laboratoria waar studenten van mbo, hbo en universiteit onderzoeksvragen van mkb-bedrijven beantwoorden), Enbi Plastic BV, engineeringsbureau TSG Engineering en de Brightlands Campus zelf. De gebruikers zijn vertegenwoordigd door de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) en het klimcentrum van Voncken, IVY climbing. “Het klimcentrum wordt ons fieldlab. Een vitrinekast waar klimmers onze producten kunnen testen.” 

Robin Baks, directeur van de NKBV, vindt de klimgrepen “een buitengewoon positieve ontwikkeling”. De klim- en bergsportvereniging heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan, vertelt Baks. “Het grootste deel de activiteiten van onze leden is in kwetsbare berggebieden, zoals de Alpen. Daar word je in toenemende mate geconfronteerd met climat change en global warming. Als vereniging dragen we ook jaarlijks zo’n vierhonderdduizend euro bij aan het behoud en onderhoud van hutten, paden en bewegwijzering. Om die kwetsbare gebieden ook voor toekomstige generaties bereikbaar te houden.”

Explosieve groei klimhallen

Als zo’n beetje het enige land ter wereld zonder rotsen binnen de landsgrenzen, moet de Nederlandse klimmer voor de trainingen het vooral hebben van klimhallen, zegt Baks. “Je ziet dat de sport de afgelopen 25 jaar enorm is gegroeid. Zeker de afgelopen jaren is het aantal klimhallen bijna geëxplodeerd in hoeveelheden.” Wat Baks natuurlijk fantastisch vindt. “Maar een klimhal staat of valt bij goede routes en met stevige grepen. Meer hallen betekent ook meer grepen. Zo’n initiatief om te komen tot circulaire klimgrepen past buitengewoon goed binnen onze duurzaamheidsambities.” 

“Wij ondersteunen dit project met onze expertise. De atleten binnen het Nederlands team kunnen bijvoorbeeld veel zeggen over de vormen die de klimgrepen moeten hebben. Ook brengen we de grepen onder de aandacht in ons netwerk, ook internationaal. En ik kan me voorstellen dat we over een paar jaar onze Nederlandse Kampioenschappen uitsluitend organiseren met dit soort klimgrepen.”

Geïnteresseerde marktleiders

Mullens en Voncken toetsten hun innovatie ook bij marktleiders als Entre-Prises en DAV tijdens de grootste internationale klimbeurs afgelopen november in Nürnberg. Die waren enthousiast en willen samenwerken. Dat was een belangrijk onderdeel van de pitch voor de vervolgsubsidie van Sportinnovator. Mullens: “Als wij kwalitatief de beste recyclebare grepen tegen een marktconforme prijs kunnen leveren, wat is er dan mooier dan te vertellen dat die marktleiders zaken met ons willen doen? Dat zegt meer dan dat je zegt over vijf jaar bijvoorbeeld vijf procent van de wereldmarkt te hebben.”  

Net voor de deadline van de subsidieaanvraag was het voor de beide ondernemers toch nog even spannend, bekent Mullens. Het maken van een gezamenlijk begroting, in vijf weken tijd, met grote partijen waar raden van commissarissen goedkeuring aan de begroting moesten geven, was al een uitdaging, “maar toen vierentwintig uur voor de deadline een engineeringpartner opbelde en zich terugtrok, zakte de moed ons wel even in de schoenen.”

“We hebben even vijf minuten staan schelden. Deden vervolgens een minibrainstormsessie: wat hebben we nodig, wie, hoe en wat. En we zijn gaan bellen en mailen. We hebben heel veel geschakeld met onze intermediair, Innovecio, die ons bij de subsidieaanvraag heeft ondersteund.” Twintig minuten voor de deadline was de aanvraag verstuurd.

Dat de subsidie is toegekend, is voor Mullens en Voncken een bevestiging dat ze op de goede weg zitten. “Anderen zien potentie en economisch perspectief. Dat geeft ons vertrouwen.”