©Pixabay

Grote kans dat je laatste (online) brainstorm geen brainstorm was. Er heerst namelijk compleet onbegrip over brainstormen. Zet een paar mensen bij elkaar en zeg: ‘kom maar met ideeën’ en we noemen het een brainstorm. Dat is niet wat een brainstorm inhoudt. Wat er over brainstormen geschreven wordt, klopt vaak niet. Het lijkt er zelfs op dat de onderzoekers die aantonen dat brainstormen niet werkt, niet goed weten wat brainstormen behelst.

In deze column ga ik terug naar de bron van brainstormen en wil ik uitleggen waarom brainstormen onze waardering verdient.

Terug naar de bron

Brainstorming is uitgevonden door Alex Faickney Osborn (1888-1966). Osborn was een klassiek geval van The American Dream. Hij betaalde zelf zijn studie (psychologie) met allerlei bijbaantjes. Hij werd ontslagen van zijn eerste baan om later de directeur te worden van advertising agency, BBDO in New York. De O is van Osborn. Bij BBDO werkten in zijn tijd meer dan 1000 mensen. Het bedrijf bestaat nog steeds.

Applied Imagination

Zoek online op ‘Osborn’ en ‘brainstormen’ en geheid dat je verwezen wordt naar het boek Applied Imagination. Applied Imagination kocht ik om erachter te komen hoe Osborn brainstormen uitlegde. Terug naar de bron. En hoe legt Osborn brainstorming uit: niet! Hij noemt het woord wel, maar hij gebruikt het alsof de lezer al weet wat het inhoud.

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief!

Je wekelijkse innovatie overzicht: Elke zondag onze beste artikelen in je inbox!

    Misvattingen

    Ik was overtuigd dat Applied Imagination brainstormen zou uitleggen. Dat stond namelijk in allerlei artikelen op internet. Dit is typerend voorbeeld van de misvattingen over brainstormen en Osborn. Wat erover geschreven wordt klopt vaak niet.
    Tot mijn ongenoegen kocht ik nog een boek. Het eerdere werk van Osborn: Your Creative Power uit 1948.

    Your Creative Power

    Als je iets met creativiteit hebt: kopen en lezen. Osborn, schrijft als een true American uit de jaren ’40-’50 van de vorige eeuw. Hij schrijft vol passie over creativiteit als het middel om een einde te maken aan de Koude Oorlog. Hij schrijft over vrouwen die ook creatief kunnen zijn, omdat ze elke avond iets anders moeten bedenken om te koken. Hilarisch en tragisch tegelijkertijd.

    En dan nu wat brainstormen écht inhoudt.

    Chapter 33: How to organize a squad to create ideas
    Osborn wijdt één hoofdstuk aan het uitleggen van brainstormen. In 9,5 pagina’s geeft Osborn:

    • criteria voor brainstormen
    • soort mensen: ‘group leader’ & ‘brainstormers’
    • onderwerpen die geschikt zijn
    • procedurele regels waaraan de brainstormers zich moeten houden
    • wat een een brainstorm maakt en breekt
    • waarom brainstormen werkt.

    Over deze punten zal ik kort iets zeggen en daarna aangeven wat de wetenschap ervan vindt.

    De mensen die meedoen in een brainstorm

    • 5 tot 10 mensen in de squad is een goed aantal mensen. (Vrouwen mogen ook meedoen, toch fijn).
    • Groepleider zorgt voor de juiste ‘spirit’ en zorgt ervoor dat de brainstormers zich aan de regels houden.
    • Deelnemers hoeven geen kennis van het onderwerp te hebben. Sterker nog, kennis maakt het moeilijker voor mensen zich aan de brainstormregels te houden.


    Het soort problemen dat geschikt is voor een brainstorm


    ‘ […] the problem should be specific rather than general – it should be narrowed down so that the brainstormers can shoot their ideas at a single target.’ (Osborn, 1948; p. 268).

    Steek je hand op als je denkt ooit gebrainstormd te hebben over een complex probleem. Dat kan dus niet, volgens Osborn.

    De ‘simple ground rules’

    De Gouden Regels van brainstormen. Grote kans dat je ze kent. Ze komen in allerlei varianten voor, hierbij letterlijk zoals ze in het boek staan (Osborn, 1948; p.269):

    • Judicial judgment is ruled out. Criticism of ideas will be withheld until the next day.
    • “Wildness” is welcomed. The crazier the idea, the better; it’s easier to tone down than to think up.
    • Quantity is wanted. The more ideas we pile up, the more likelihood of winners.
    • Combination and improvement are sought. In addition to contributing ideas of our own, let’s suggest how another’s idea can be turned into a better idea; or how two or more ideas can be joined into still another idea.

    Wat maakt of breekt een brainstorm?


    ‘The spirit of a brainstorm session can make or break it’ (Osborn, 1948 p.270). De brainstormers moeten een goed gevoel aan de brainstorm overhouden. Daaraan merk je ook meteen of de brainstorm goed was. Dat, in combinatie met het aantal ideeën dat bedacht is.

    Waarom werkt brainstormen?

    Volgens Osborn komt het vooral door regel nummer 1. ‘[brainstorming] concentrates solely on creative thinking and excludes the discouragement and criticism which so often cramp imagination’ (Osborn, 1948, p.272).

    De grote vraag is natuurlijk: klopt het wat Osborn schrijft?

    De wetenschap over brainstormen


    Over het algemeen is de conclusie dat brainstormen niet beter werkt dan wanneer mensen in hun eentje ideeën verzinnen. De redenen hiervoor lopen uiteen en zijn overal op het internet te lezen. Doe er vooral je voordeel mee, maar wees wel kritisch.
    Als medewerker van een universiteit heb ik toegang tot de wetenschappelijke artikelen achter hetgeen wat je leest op internet. Ik frustreer me mateloos aan de experimenten in wetenschappelijke artikelen over brainstormen. Er is altijd wel iets mis met het experiment waardoor er niet écht gebrainstormd wordt.
    Voorbeeldje.
    Studie door Yale, 1958
    Één van de oudste studies over de werking van brainstormen komt van Yale. Taylor, Berry en Block (1958) onderzochten of brainstorming creativiteit faciliteerde of juist niet. Zij concludeerden dat mensen die in hun eentje brainstormden met meer en betere ideeën kwamen.
    In het experiment werd aan de deelnemers verteld wat brainstormen is, wat de brainstormregels zijn, en voor wie zij gingen brainstormen – voor de Office of Naval Research. Er werd de brainstormers gevraagd hun best te doen:
    ‘Finally, subjects were specially asked to do as well as they could, and it was impressed upon them that the success of the experiment was contingent such effort’ (Taylor, et al., 1958).

    In dit experiment wordt niet echt gebrainstormd om de volgende redenen:

    Vertellen is niet hetzelfde als kunnen toepassen

    Ten eerste: brainstormregels vertellen aan deelnemers betekent niet dat deelnemers ook in staat zijn de regels toe te passen. Osborn schrijft wel dat brainstormen in principe voor iedereen is weggelegd. Daarbij doet hij nogal makkelijk over het feit dat uitstellen van oordeel onderschat moeilijk is. Daarover later meer.

    Extra druk op de deelnemers

    Ten tweede: door gewicht te geven aan de klant en door te benadrukken dat de deelnemers hun best moesten doen. De onderzoeken leggen daarmee druk op de deelnemers. Dat maakt het ‘uitstellen van oordeel’ lastiger maakt.
    Deze extra informatie kan voor meer groepsdruk zorgen (o jee, straks vinden de andere deelnemers mijn ideeën stom). Dat komt sowieso meer tot uiting in een groep dan als je in je eentje brainstormt, duh.

    De juiste spirit?

    Ten derde: nergens wordt aandacht gegeven voor het creëren van de juiste spirit in de groepen. Ik noem het ‘The Brave Space’. De juiste spirit zorgt ervoor dat de deelnemers hun ideeën durven delen, enthousiast worden en varen op de energie van elkaar.

    Het aantal brainstormers

    Ten vierde: volgens Osborn is 5-10 mensen het beste aantal voor een brainstormgroep. In het experiment zaten er vier mensen in een groep.

    De groepsleider

    Ten vijfde: de groepsleider moest in het experiment zijn aandacht verdelen over twee groepen. Mijn ervaring leert dat de kwaliteit van je begeleiding daalt wanneer je meerdere groepen onder je hoede hebt. Je kan ten slotte niet elke regelovertreding horen. Mijn ervaring is uiteraard n=1 en zal ik niet generaliseren.

    Dus…

    Ik vind dit een typerend voorbeeld van onderzoek naar brainstormen: het experiment deugt niet. Wat wel goed was in dit experiment was de keuze voor de brainstormonderwerpen. Die waren specifiek. Desalniettemin kunnen we onszelf afvragen in hoeverre er écht gebrainstormd is in de groepen en door de individuen in dit experiment.
    Ik wil hiermee niet aantonen dat brainstormen altijd werkt en zaligmakend is. Zo kunnen we ons afvragen of specifieke vragen in onze complexe samenleving überhaupt nog relevant zijn. Ik wil aantonen dat we kritisch op de kritiek op brainstormen moeten zijn en brainstormen niet moeten afschrijven als een techniek die niet werkt. We leren iets heel belangrijks als we brainstormen.

    De kunst van het uitstellen van je oordeel

    Als je in staat bent je oordeel uit te stellen word je beter in empathiseren, luisteren en observeren. Als je in staat bent je oordeel uit te stellen leer je spelen met ideeën, zonder ze te hoeven accepteren.
    Zoals ik al zei, is dat echt niet makkelijk. Ga maar eens je oordeel proberen uit te stellen als je belangen groot zijn. Als er veel afhangt van het resultaat. Dat is moeilijk! Juist voor dit soort situaties hoef ik ik niet uit te leggen hoe ongelofelijk belangrijk deze vaardigheid is.
    Dan heb ik het niet nog niet gehad over het uitstellen van je oordeel over jezelf en je eigen ideeën. Wellicht nog wel moeilijker. Als je instaat bent je oordeel uit te stellen over je eigen ideeën gaat er een wereld aan verbeelding voor je open. Verbeelding is de eerste stap naar verandering.

    Applied Imagination noemde hij één van zijn boeken. Hoe langer ik er over nadenk, hoe briljanter ik de titel vind. Toegepaste verbeelding slaat de spijker op zijn kop, we kunnen er niet genoeg hebben.

    Tijdens brainstormen worden we bewust gemaakt van onze eigen (voor)oordelen en worden we getraind ons oordeel uit te stellen. Dat is een oefening in al het bovenstaande. Indien dit proces gezamenlijk plaats vindt, zorgt dat voor binding met de situatie en kunnen er gezamelijke beelden onstaan. Dat lijkt me hartstikke nuttig.
    Ik hoop dat je de volgende keer anders in je brainstorm staat.

    Over deze column

    In een wekelijkse column, afwisselend geschreven door Eveline van Zeeland, Eugène Franken, Katleen Gabriels, Carina Weijma, Bernd Maier-Leppla, Willemijn Brouwer en Colinda de Beer probeert Innovation Origins te achterhalen hoe de toekomst eruit zal zien. Deze columnisten, soms aangevuld met gastbloggers, werken allemaal op hun eigen manier aan oplossingen voor de problemen van deze tijd. Morgen zal het dus goed zijn. Hier zijn alle voorgaande afleveringen.

    Steun ons!

    Innovation Origins is een onafhankelijk nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Wij worden gesponsord door bedrijven die onze missie steunen: het verhaal van innovatie verspreiden. Lees hier meer.

    Op Innovation Origins kan je altijd gratis artikelen lezen. Dat willen we ook zo houden. Heb je nou zo erg genoten van de artikelen dat je ons een bedankje wil geven? Gebruik dan de donatie-knop hieronder:

    Doneer

    Persoonlijke informatie

    Over de auteur

    Author profile picture Willemijn Brouwer heeft als missie is alle facetten van creativiteit en ontwerpen te ontmaskeren. Ze schrijft met het credo: wie de toekomst wilt vormgeven moet de geschiedenis kennen. Willemijn werkt als docent aan de TU Delft en als zelfstandig trainer/adviseur.