© Pixabay
Author profile picture

Zonnecellen in de gevels van gebouwen of daken van auto’s. Elektrische auto’s, of auto’s die rijden op groene waterstof. Opvangen en hergebruiken van CO2. Er zijn vele technologieën en toepassingen om de energietransitie te versnellen. Wat daarbij vooral nodig is, zijn mensen. Mensen met verschillende achtergronden en opleidingsniveaus. Daar ligt de crux, zo stellen de drie zuidelijke provincies van Nederland in hun ‘Human Capital Strategy. Vanuit het Europees innovatieprogramma voor Zuid-Nederland, OPZuid, startte in 2019 het project Energy Learning Community.

In dit project werken het Summa College, Avans Hogeschool en de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), en midden- en kleinbedrijven aan oplossingen voor de energietransitie. Bedrijven die zich al voor die transitie inzetten, zoals Ominus dat software ontwikkelt voor smart cities en energiesystemen, LEDdriven dat elektronica maakt voor laadpalen en Team RED een studententeam dat als ideëel doel heeft de energietransitie te versnellen, net zoals stichting Exentr

Onvoorbereid

“Wat we ook willen, is dat het onderwijs en de industrie nog beter op elkaar aansluiten”, zegt Mark Cox, projectleider vanuit de TU/e. “De overstap van mbo naar hbo of van hbo naar wo, is voor veel studenten vaak toch nog een drempel. Ook zie je dat als een student is afgestudeerd en gaat werken, hij eigenlijk op sommige vlakken onvoorbereid de industrie ingaat.”

Om die voorbereiding op het bedrijfsleven te stimuleren, beschikt bijvoorbeeld de TU/e over verschillende faciliteiten zoals innovation Space, The Gate en de Honors Academy. Daar leren studenten om te gaan met mensen vanuit verschillende disciplines en werken ze tijdens hun studie al met bedrijven samen aan maatschappelijke vraagstukken. Ook bij Avans en Summa College zijn vergelijkbare trajecten. De samenwerking tussen de mbo-, hbo- en wo-student onderling komt nog maar sporadisch voor, zegt Cox. Binnen het ELC-project gaat het juist daar om.

Volgens Cox is die samenwerking het unieke aan het project. “Je ziet een versnelling ontstaan. Waar de TU/e-student de neiging heeft om veel met denkkracht en bijvoorbeeld zijn laptop op te lossen, is de hbo-student praktischer en een mbo’er nog meer. Als voorbeeld: de berekening van een as. Een TU/e-student gaat dat modelleren in software en komt tot een conclusie. Praktischer is de aanpak van iemand van het hbo: die pakt bijvoorbeeld de geavanceerde rekenregels uit een tabellenboek. De mbo’er doet het soms nog pragmatischer. Hij kijkt vanuit zijn ervaring: ‘Ik moet die as hebben van dat staal en dat ga ik lassen.’ Juist als je ze met elkaar een probleem laat oppakken, dan zie je dat in het algemeen processen veel efficiënter lopen. Ze maken van elkaars kracht gebruik en blijven minder rondcirkelen in de eigen wereld van bekende oplossingen.” 

Tuk Tuk

Bij de start van het project zeiden mensen tegen Cox dat het niet goed zou gaan werken om de studenten van mbo, hbo en wo bij elkaar te zetten, juist vanwege dat verschil in opleidingsniveau. “Nou, ik heb ze gewoon bij elkaar gezet en ze gaan goed met elkaar om. Het zijn jonge mensen die midden in het leven staan. Ze hebben een bepaald soort nieuwsgierigheid naar de kennis en de kunde van andere mensen, ze vullen elkaar perfect aan. Eigenlijk krijgen ze een soort preview op hele andere werelden op een heel vriendelijke manier, zonder dat je met schaamte moet bekennen dat je iets niet kunt of weet.” 

Er werd een 56 jaar oude Tuk Tuk uit Thailand aangeschaft. “Een enorm vervuilend ding.” Een Tuk Tuk heeft in principe hetzelfde aandrijfsysteem als elk ander voertuig, legt Cox uit. “Of het nou een fiets, auto of vliegtuig is, overal heb je een motor, een energiebron en ertussen een overbrenging.” Met het Tuk Tuk-project wil Cox dat de studenten van elkaar laten leren om te gaan met de nieuwste inzichten en ontwikkelingen.

Kijkje in de toekomst

“Een TU/e-student werkt vaak aan technieken van de toekomst.” In het project delen zij hun kennis onder meer met hbo’ers. “Hbo’ers zijn gewend om met kennis uit het heden te werken. Bijvoorbeeld uit boeken die vaak ouder zijn en de nieuwste ontwikkelingen niet beschrijven. Hbo’ers en mbo’ers krijgen door met TU/e-studenten samen te werken een kijkje in de toekomst. Omgekeerd krijgen TU/e-studenten een kijkje in de praktijk.”

Met de kennis uit de Brainportregio en van de elektrotechniek studenten van Avans Hogeschool uit Breda en Den Bosch, Summa Automotive College en faculteit elektrotechniek van de TU/e wordt aan energiezuinige oplossingen gewerkt. “Die studenten van Summa weten precies hoe ze een Tuk Tuk in en uit elkaar moeten zetten, waar je op moet letten en hoe je het voertuig optimaal onderhoudt of reviseert. Studenten van Avans gaan rekenen, testen en bouwen. Een TU/e-student ontwerpt iets nieuws.” 

“Neem bijvoorbeeld een klassieke zonnecel. Een student van Avans Hogeschool zegt: ‘We kopen een pv-cel op de markt en daar gaan we testjes mee doen.’ De TU/e-student kijkt meer naar welke typen zonnecellen er nu in ontwikkeling zijn. Kunnen we met die kennis en kunde iets doen dat nog niet eerder gedaan is? Je moet de gemiddelde TU/e-student niet vragen zo’n pv-cel op een dak van een Tuk Tuk te leggen. Iemand van het Summa College weet echter precies waar hij daarbij op moet letten zodat het er goed uitziet en veilig is. Die kennis delen studenten onderling in dit project.” 

© Mark Cox

Pitch

In verschillende groepjes werkten 30 studenten aan oplossingen om de Tuk Tuk te verduurzamen. Een groepje onderzocht hoe je de maximale energie uit een pv-cel kunt halen. Een andere groep bekeek de wisselingen in zonnestraling als de Tuk Tuk rijdt. Hoe kun je de elektronica daarop optimaliseren?

Eind vorige maand pitchten de studenten hun oplossingen aan elkaar. Vooral de creativiteit en het enthousiasme van de studenten vielen Cox op. “Elke groep had weer een totaal andere aanpak, ze vullen elkaar goed aan.” De studenten bouwen nu prototypes die ze in de Tuk Tuk gaan testen. “Zo kunnen ze de verschillende oplossingen op een heel praktische manier met elkaar vergelijken.” 

Uiteindelijk wil Cox de evolutie bespoedigen naar een vervoersconcept dat maatschappelijke impact heeft en een commercieel perspectief biedt. “Die onderdelen brengen we bij elkaar. Bedrijfskunde studenten, studenten elektrotechniek en Summa-studenten die weten hoe je een voertuig onderhoudt.”

De projecten met de verschillende studenten lopen tot halverwege volgend jaar. Cox verwacht dat daarna de betrokken partijen doorgaan. “Mensen zien er de meerwaarde van in. Er staan bepaalde uren voor de projectdeelnemers. Maar mensen stoppen er meer uren in, omdat het zin heeft.”

Samenwerking

Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen TU Eindhoven en onze redactie. Innovation Origins is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen. Wil je meer weten over hoe Innovation Origins samenwerkt met andere bedrijven? Klik dan hier