Author profile picture

Volstrekt toeval natuurlijk, maar wel mooi: precies op de dag dat we ons vijfjarig bestaan mogen vieren (vandaag dus ? ?), worden we getrakteerd op de meest lovende recensie die je je als journalistieke start-up maar mag wensen. Nick Kivits, die op zijn site freelancevoorwaarden.nl structureel aandacht vraagt voor de manier waarop journalistieke media omgaan met hun freelancers, prijst ons op dat vlak de hemel in. Wat hem vooral aanspreekt is de manier waarop we onze makers (met name onze journalisten en vertalers) deelgenoot maken van ons succes.

Natuurlijk vervult ons dat met grote trots, want hoewel het niet onze primaire missie is om zoveel mogelijk mensen aan werk te helpen, worden we wel heel vrolijk van de gedachte dat dat wel een belangrijk effect is van onze aanwezigheid. En tegelijk moeten we ook realistisch zijn: met een handvol vaste mensen en zo’n 30 freelancers zijn we nog steeds veel kleiner dan we uiteindelijk willen zijn. En zolang we klein zijn, blijft onze bijdrage richting freelancer en vaste medewerker sowieso kleiner dan we zouden willen. Wat het dan wel moeten worden? Heel concreet: wij willen voor een breed, wereldwijd publiek als dé bron gelden als het gaat om relevante Europese innovaties die ons leven de komende jaren gaan bepalen. In elke Europese stad met een actieve start-up cultuur willen wij aanwezig zijn met minstens één verslaggever, zodat we uit elke hoek van Europa de meest opvallende innovaties aan het licht kunnen brengen. Dat gebeurt dan via een aanbod in artikelen, video’s en podcasts waarvan de kwaliteit over de volle breedte onbetwistbaar hoog is.

E52

Of we dat ultieme doel ooit gaan halen? Geen idee, maar we gaan er alles aan doen om het te realiseren. Of dat doel gaandeweg nog zal worden bijgesteld? Vast en zeker. Daarvoor hoeven we alleen maar in onze geschiedenis te duiken. Toen Merien ten Houten en ik – vandaag exact vijf jaar geleden – bij de notaris zaten, wilden we een lokaal Eindhovens nieuwsplatform bouwen dat zich zou gaan richten op cultuur, economie en innovatie. Gewoon, omdat we vonden dat de stad dat nodig had. Zonder enig vooronderzoek, laat staan enige marketing, gingen we van start onder de naam E52, waarbij de E voor Eindhoven stond en de 52 duidelijk moest maken dat we naast onze website ook nog 52 kranten per jaar zouden gaan uitgeven.

 

Pas als je echt van start gaat, merk je dat niet alles wat op de tekentafel nog briljant lijkt, in de praktijk ook echt kan werken. Dat gold zowel voor de inhoud als voor de doelgroep, de uitvoering en de business eromheen. Om met dat laatste te beginnen: ons doel – in 2015 – om na een jaar 10.000 betalende leden te hebben, bleek ondanks het symbolisch perfecte bedrag (€52 per jaar, mooi toch?) onhaalbaar: na 12 maanden hadden zich welgeteld 182 mensen gemeld die ons dat geld inderdaad waard vonden. Daarmee viel het bedrijf in duigen, dachten we. Mooie poging, maar de uitvoering was blijkbaar wat minder briljant dan de verbeelding in onze hoofden. Maar toen we daarover tijdens een borrel op de High Tech Campus in gesprek raakten met hun marketingbaas Bert-Jan Woertman, werd ons toch iets duidelijk van onze werkelijke waarde: “Als jullie ermee ophouden, hebben wij als campus een probleem”, zei hij. “Want jullie verhalen over het innovatieve ecosysteem van Eindhoven zijn voor ons een wezenlijk bestanddeel geworden in onze eigen communicatie over de regio.” Wat daarbij ook hielp, is het feit dat we inmiddels ook in het Engels waren gaan publiceren – en daarmee werden die Eindhovense innovatieverhalen voor het eerst wereldwijd zichtbaar.

Nieuw businessmodel

Kortom: High Tech Campus werd onze eerste klant in een totaal nieuw businessmodel. Inmiddels hebben we nog zo’n 25 andere High Tech Campus-achtige instellingen en organisaties aan ons verbonden; samen zijn ze goed voor ongeveer driekwart van onze omzet. De rest komt van donaties, events, herpublicaties in magazines en boeken, wat commerciële opdrachten en de doorverkoop van onze artikelen.

De business is niet het enige dat veranderde. Onze lokale focus veranderde in een Europese (een vestiging in München en verslaggevers in 9 Europese landen maken dat mogelijk), in onze inhoudelijke focus vielen cultuur en economie al snel af om plaats te maken voor een 100% focus op innovatie (met thema’s als mobiliteit, gezondheid, duurzaamheid en Kunstmatige Intelligentie als speerpunten) en ja, die wekelijkse krant bleek ook al gauw onhaalbaar.

Achter de schermen was eveneens behoorlijk wat beweging. De twee oprichters hebben inmiddels twee mede-eigenaren naast zich gekregen (COO Frans van Beveren en hoofdredacteur Arjan Paans). Dankzij hun expertise is de site (en alles wat daaraan is gekoppeld) eindelijk op orde en hebben we een redactionele focus die logisch is en kan doorgroeien.

Scroll

Dat geldt ook voor ons bereik. Momenteel zitten we maandelijks boven de 100.000 unieke bezoekers en dat is steeds meer dankzij ons publiek uit de Verenigde Staten. We hebben ons daar eerst over verbaasd, maar zonder al te diep onderzoek daarnaar gedaan te hebben, denken we te mogen constateren dat temidden van de mondiale strijd tussen China en de VS er behoefte is aan de oplossingen vanuit het Europese continent. Het voelt goed die rol te kunnen vervullen en het brengt ons eveneens tot de vraag hoe we ook commercieel die toenemende Amerikaanse belangstelling kunnen ‘opvangen’. De eerste stap op die weg gaan we binnenkort zetten: we hebben net de bevestiging gekregen dat Innovation Origins binnenkort zichtbaar wordt binnen “Scroll” een Amerikaanse app die op een Blendle-achtige manier toegang biedt tot onze artikelen. En geloof het of niet, de abonnementsprijs is 5 dollar per maand, wat neerkomt op €52 per jaar.

Of we daar rijk van gaan worden is trouwens nog maar de vraag, want we worden uitbetaald op basis van de seconden die gebruikers aan onze artikelen besteden. Vooralsnog zijn we heel blij met elke donatie die we van jullie, ons trouwe publiek, kunnen blijven krijgen. En beloofd blijft beloofd: de opbrengst gaat naar de makers!

Oprichters Merien ten Houten en Bart Brouwers