Author profile picture

Een speciale pleister om patiënten op afstand te monitoren zodat zij in hun eigen omgeving kunnen revalideren is een van de successen van het Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC). Het samenwerkingsverband tussen de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), Philips, Màxima Medisch Centrum, Catharina ziekenhuis en Kempenhaeghe slaap- en epilepsiecentrum vierde vorige maand haar vijfde verjaardag. Het is de grootste publiek-private samenwerking rond medische technologie in Nederland. Directeur Carmen van Vilsteren blikt in een interview met Innovation Origins terug én kijkt vooruit.

De officiële samenwerking is vijf jaar geleden ondertekend, maar de betrokken partijen werkten al veel langer samen aan verschillende onderzoeken. “Voorheen waren dat altijd losse projecten. Door structureel samen te werken, kunnen we dat stroomlijnen in één groot strategisch programma. Dit alles met het motto; fast track to clinical innovation”, vertelt Van Vilsteren. Er ontstonden drie verschillende ‘roadmaps’, passend bij de expertise van de betrokken partijen; cardiovasculair, perinataal en slaap. In het team dat een roadmap uitwerkt is zowel de industrie, als de wetenschap en het ziekenhuis vertegenwoordigd. “We werken dus echt op basis van problemen uit de praktijk en ook de oplossingen die we vinden kunnen weer in de praktijk gebracht worden”, zegt ze daarover.

Uitbreiding van het netwerk

Er komt een grote verandering aan voor e/MTIC aankomend jaar. “De afgelopen vijf jaar is een goede basis gelegd om de samenwerking uit te breiden”, zegt Van Vilsteren daarover. De bestaande partners blijven een belangrijk onderdeel in het samenwerkingsverband. Daarnaast is er ruimte voor nieuwe partners in e/MTIC. Hierover worden op dit moment stappen gezet met diverse partijen. “Dit is mooi nieuws, deze partijen sluiten perfect aan bij de roadmaps die we hebben opgesteld”, stelt ze.

Continuïteit

Het unieke aan deze samenwerking is de continuïteit in de onderzoeken en de deelname van verschillende partijen in de totale keten tot de patiënt. Van Vilsteren: “Over het algemeen duren onderzoeksprojecten in de academische wereld vier tot vijf jaar. Daarna gebeurt er vaak lange tijd niks – oplossingen blijven soms zelfs op de plank liggen. Ons strategisch programma blijft doorlopen, we starten elk jaar nieuwe projecten én we hebben partners die innovaties verder kunnen brengen tot bij de patiënt. Dat zorgt voor een constante stroom aan gepromoveerde onderzoekers, nieuwe vindingen (IP) en toepassingen. Daarom is het niet alleen belangrijk om te focussen op de onderzoeken zelf, maar ook op het zo optimaal mogelijk inrichten van het proces. Ook daarvoor hebben we speciale teams samengesteld. Procesverbetering zorgt er uiteindelijk voor dat onderzoek efficiënter wordt uitgevoerd omdat wetenschappers niet steeds het wiel opnieuw uit hoeven te vinden voor meer generieke onderwerpen als regelgeving, het opzetten van klinische trials en datagebruik.”

Daarnaast is ook het behouden van talent in de regio een belangrijk punt voor e/MTIC. “Het is voor wetenschappers vaak heel interessant om ook daadwerkelijk met echte problemen uit de klinische praktijk te werken, daarom is zo’n publiek-private samenwerking ook heel belangrijk”, zegt de directeur.

Data delen belangrijk

Een van de grootste projecten van e/MTIC op dit gebied is de opzet van de Health Data Portal. Deze digitale infrastructuur maakt veilige én makkelijke uitwisseling van data tussen universiteiten, ziekenhuizen en bedrijven mogelijk. De afgelopen jaren is gewerkt aan het ontwikkelen van de software die hiervoor nodig is. “Delen van het platform zijn klaar en al in gebruik. De totale Health Data Portal is helaas nog niet klaar. Daar gaan we de komende tijd verder aan werken”, stelt ze. Maar de nieuwe ontwikkeling brengt wel al iets te weeg in de academische wereld. “We zien dat het andere academische ziekenhuizen aan het denken zet. Sommigen willen delen van de Health Data Portal ook in hun systeem integreren. Dat laat de kracht van een dergelijk netwerk zien”, verklaart ze. Dit project is ook onderdeel van Health-RI, een voorstel voor het Nationaal Groeifonds voor het opzetten van een landelijke infrastructuur voor zorgdata. De Nederlandse overheid kende hiervoor 69 miljoen euro toe.

Dichter bij de zorgverlener en patiënt

De komende tijd zet e/MTIC in op de ontwikkeling van ‘implementation science’, de wetenschap rond het in de praktijk brengen van innovaties. Implementation science gaat over het hele traject vanaf een onderzoeksresultaat tot de implementatie van een innovatie in de klinische praktijk (in het ziekenhuis, red.). Het legt extra nadruk op het samenbrengen van alle stakeholders, in dit geval ziekenhuizen en universiteiten, maar ook bedrijven en patiënten. “De implementation scientist is de schakel tussen alle stakeholders en houdt te allen tijde de toepassing in de praktijk in de gaten. In mijn optiek zijn vooral de patiënten heel belangrijk. Heeft de patiënt behoefte aan deze nieuwe ontwikkeling? Daarmee valt of staat alles”, zei Guid Oei, professor aan de TU Eindhoven en gynaecoloog bij het Máxima Medisch Centrum, hier eerder over tegen Innovation Origins.

Van Vilsteren: “We hebben de afgelopen jaren veel bereikt, van gepromoveerde wetenschappers met baanbrekende onderzoeken, tot praktische hulpmiddelen voor de zorg. De komende jaren gaan we ons ook weer gezamenlijk inzetten voor snellere en betere zorg.”

Samenwerking

Dit artikel is gemaakt in een samenwerking tussen TU Eindhoven en onze redactie. Innovation Origins is een onafhankelijk journalistiek platform dat zijn partners zorgvuldig uitkiest en uitsluitend samenwerkt met bedrijven en instellingen die achter onze missie staan: het verhaal van innovatie verspreiden. Op die manier kunnen wij onze lezers waardevolle verhalen aanbieden die volgens journalistieke richtlijnen tot stand zijn gekomen. Wil je meer weten over hoe Innovation Origins samenwerkt met andere bedrijven? Klik dan hier