Author profile picture

Eindhoven was er relatief laat mee, maar sinds een jaartje of tien hebben we toch onze eigen man in Brussel. Anthony van de Ven behartigt daar met twee collega’s de belangen van Brainport. Maar zijn taak is eigenlijk een dubbele: naast de Eindhovense lobby in Brussel, is er bijna vanzelf een EU-lobby in Brainport bijgekomen. “Altijd als ik in Eindhoven ben, moet ik vragen beantwoorden over ‘het nut van Brussel’. Collega’s, vrienden, zakelijke relaties, iedereen begint erover, elke keer weer. Ik neem er trouwens graag de tijd voor, want het is belangrijk dat mensen zich dat belang goed realiseren.”

Schermafbeelding 2016-03-25 om 15.10.31Natuurlijk, het is gewoon een baan met een opdracht. Maar wie met Anthony van de Ven aan de praat raakt komt er snel achter dat het bij hem meer is dan dat. Deze man is zo doordrongen van de voordelen van de Europese samenwerking, dat niet alleen Eindhoven maar ook Brussel zich in de handen mag knijpen met zo’n lobbyist.

Het fenomeen lobbyist is van oudsher sterk ontwikkeld in regeringscentra. Den Haag, Londen, Washington, allemaal hebben ze hun lobbycircuits. Zo ook Brussel. Van gemeenten, provincies, landen, universiteiten, maar zeker ook van alle grote bedrijven zie je de vertegenwoordigers door de gangen van de EU-torens slenteren. Koffie hier, ontbijtje daar, even samen naar de bar, dat zijn de plekken waar de zaken gedaan worden.

“Juist door de lobbyisten kunnen de kosten voor de EU relatief laag gehouden worden.”

Het lobbycircuit heeft voor velen een dubbele lading: oké, er wordt informatie overgedragen, maar de marketing en pr erachter is minstens zo belangrijk. Van de Ven kent de verhalen, maar ziet het toch anders: “Juist door de lobbyisten kunnen de kosten voor de EU relatief laag gehouden worden. In feite zijn al die lobbyisten essentieel voor de informatiestroom richting EU-ambtenaren. Als wij er niet waren, zou het ambtelijke apparaat twee keer zo groot moeten zijn. Ik geloof niet dat de EU-burgers daarop zitten te wachten.” De Europese Commissie kent zo’n 18.000 medewerkers, 10 keer zo veel als de stad Eindhoven. Dat klinkt als behoorlijk veel, maar ter relativering: Rotterdam alleen al heeft er ruim 10.000.

Schermafbeelding 2016-03-25 om 15.08.51Het kantoortje van Eindhoven zit vlak bij die van de andere grote Nederlandse steden. Ook de provincie zit in de buurt, net als de afvaardigingen van de universiteit en Philips. “Dat is handig om zaken goed af te kunnen stemmen, maar eerlijk gezegd heb ik vaker overleg met de vertegenwoordigers van andere Europese steden dan met onze Nederlandse buren. Een stad als Stavanger bijvoorbeeld trekt vaak samen met ons op, omdat we geregeld in dezelfde projecten zitten. Maar nog belangrijker is de samenwerking in ERRIN-verband: een groep van zo’n 135 Europese steden en regio’s met momenteel Eindhoven als voorzitter. Door de samenwerking kunnen de 135 een vuist maken die voor individuele partners onhaalbaar zou zijn. “Als netwerk zijn we veel interessanter voor de Commissie dan als individuele leden.”

“Zonder dure eigen onderzoeken krijgt de Commissie toch een idee van wat er leeft”

Anthony_Van_de_Ven_node_full_image_2
Anthony van de Ven, “onze” man in Brussel

ERRIN was aanvankelijk vooral een manier om elkaar te waarschuwen bij interessante kansen binnen de EU, maar gaandeweg is het meer een innovatienetwerk geworden. “Bijvoorbeeld rond het thema smart cities zijn we heel actief, zeker ook omdat veel van onze leden daar wel op een of andere manier mee bezig zijn. Denk aan oplossingen rond hittestress en wateroverlast binnen steden; groene daken, minder asfalt, ideeën genoeg. Wij kunnen vervolgens zorgen voor debatten, dialogen, kortom informatieuitwisseling op basis van een door de Commissie aangedragen consultatie. Je kunt je voorstellen dat ze daar erg mee geholpen zijn; zonder dure eigen onderzoeken krijgen ze toch een idee van wat er leeft rond zo’n thema.” Maar ook voor Eindhoven heeft dat voordelen, haast Van de Ven zich te zeggen. “We zijn vroegtijdig op de hoogte van plannen en initiatieven bij de commissie.”

“Brussel kan de katalysator van een project zijn”

Door de jaren heen is de financiering van projecten het belangrijkste speerpunt geworden voor Van de Ven. “Ik schat in dat 75% van mijn tijd daaraan opgaat. Niet zo raar natuurlijk: onze Eindhovense ambitie leent zich goed voor Europese steun op allerlei terreinen. Maar die moet je dan wel weten te vinden. Daar ben ik elke dag wel mee bezig.” Maar het is niet zo dat geld het startpunt is. “Nee, het begint altijd met een idee. Heb je een plan waarvan je kunt aanvoelen dat Europa hier wel mee geholpen is, dan is het zaak dat op de juiste manier gesteund te krijgen. Brussel kan dan de katalysator van een project worden, of een manier om het allemaal net iets steviger te maken. Een duwtje in de rug dus, maar het project zelf zal altijd lokaal gedragen moeten worden.”

Voorbeelden

Waar leidt die steun en Brussel dan concreet toe? Twee voorbeelden.

Schermafbeelding 2016-03-25 om 15.36.24In Roadmaps for Energy (R4E), een project gefinancierd door het Horizon 2020 programma, werken 10 consortiumpartners, in co-creatie met lokale belanghebbenden, samen aan de ontwikkeling van een nieuw soort energiestrategie, de Energie Roadmap. R4E richt zich op het ontwikkelen van visies en roadmapping vaardigheden binnen gemeentelijke organisaties, om activiteiten te initiëren en om op die manier de ontwikkeling en uitvoering van innovatieve energie-oplossingen in steden te stimuleren. Het project richt zich op drie gebieden binnen het thema duurzame energie, namelijk: Slimme gebouwen, Slimme mobiliteit, en Slimme openbare ruimte. Europa draagt ongeveer 1 miljoen euro bij aan de activiteiten voor Eindhoven en de TU/e.

Schermafbeelding 2016-03-25 om 15.37.51Het Triangulum Smart Cities Lighthouse project is één van de eerste grootschalige proeftuinen in Europa met een geïntegreerde toepassing van technologieën op gebied van energie in gebouwen, mobiliteit en ICT. Het project wordt getrokken door het Fraunhofer Instituut uit Stuttgart en brengt als leidende steden Eindhoven, Manchester en Stavanger bij elkaar. Hier worden de proeftuinen gerealiseerd. In Eindhoven vinden de activiteiten plaats op zowel Strijp-S als in Eckart-Vaartbroek. Het budget vanuit de Europese Commissie voor de Eindhovense demonstratie bedraagt ongeveer zes miljoen.