Het meest leek ‘t nog op ‘n voorschoot van ‘n bouwvakker. ‘n Soort schortje waarmee de broeder zich onderscheidde van gewone stervelingen. Hij droeg ook witte handschoenen.
Tijdens het gesprek legden de broeders bij elke uitspraak de hand op het hart. Het leek alsof ze wilden benadrukken dat ze oprecht meenden wat er gezegd moest worden.

Te gast in een loge van de Vrijmetselarij.
Het werd een bijzondere ervaring om ergens, midden in een Eindhovense woonwijk, kennis te maken met….ja, wat is het nou precies? Een genootschap, vriendenkring, orde of beweging?
Met de passer en de winkelhaak als enig herkenbaar symbool op de voorgevel van een overigens gewone rijtjeswoning in een keurige straat. We klopten er aan de deur, vrienden. Pas later begreep ik dat het beeld van de ‘klopper’ ook gebruikt wordt bij de verwelkoming van ‘n aspirant-vrijmetselaar.

Inmiddels bijna 300 jaar lang, zoeken vrijmetselaren elkaar op. Mannen, broeders geheten én vrouwen, zusters natuurlijk.
Vanuit de traditie van de middeleeuwse gilden doorlopen ze rangen van leerling, gezel en meester. Gaan met elkaar in debat, verrijken zich geestelijk, zoeken verbinding met de rest van de samenleving en beschouwen zichzelf als vrijdenkers.
Maar zoals bij vele verenigingen en groepsverbanden stijgt ook hier de gemiddelde leeftijd van de ‘leden’.

De vergrijzing slaat toe, ook bij deze vrijzinnigen.

De vergrijzing slaat toe, ook bij deze vrijzinnigen.
De deur voor belangstellenden staat ook daarom soms open, en bescheiden nieuwsgierigheid gaat dan al gauw met ’n mens op de loop.

De werkruimte deed nog ’t meest denken aan een mix tussen een kapel en een mini-uitvoering van het Lagerhuis. Ruimte voor stilte en devotie, maar ook voor debat met wederzijds respect als vertrekpunt voor het gesprek.
Benieuwd naar thema’s die de vrijmetselaren met elkaar oppakken. Politiek en godsdienst bijvoorbeeld? Ja en Nee: geen getuigenissen over wat wel en niet deugt, wel beschouwingen ‘hoog-over’ met ’n meer bespiegelend karakter.

Het lijkt alsof de procedure om deel uit te mogen maken van het gezelschap, trekjes vertoont van gewone ballotage. Maar dat schijnt niet het geval: opleiding, inkomen en maatschappelijke status spelen geen rol.
De enige vraag die tijdens de introductie en kennismaking van een mogelijke metselaar stevig dient te worden beantwoord luidt: wat kunnen we voor elkaar betekenen in de zoektocht naar verdere persoonlijke groei.
Nou, mooi dan. De adder kwam vervolgens toch nog tevoorschijn: aspirant-vrijmetselaren dienen wél te beschikken over voldoende abstractievermogen.

Bij vertrek was ik uiteindelijk nog niet echt veel wijzer.
Wars van dogma’s en ook ongebonden spiritueel? Bouwsymboliek en lichtsymboliek centraal? ’n Opperbouwmeester des Heelals? Initiatierites, inwijdingsrituelen?
Het bleef allemaal ’n beetje mysterieus: de zogenaamde ritualen werden niet nader verklaard en uitgesponnen.
Het blijkt dus nog niet zo simpel om mijn vooroordeel dat de vrijmetselarij een ‘club’ is met het imago van een besloten, elitaire, traditionele, masculiene vereniging, uit je hoofd te krijgen.

De passer als symbool voor de ‘geestelijke wereld’ en de winkelhaak dito voor de ‘stoffelijke wereld’.
Aan mij gaat dat toch nog even voorbij, hoe gastvrij de ontvangst in de loge van Het Derde Licht overigens ook was.

Pieter Hendrikse beziet “Vanaf De Hovenring” de gebeurtenissen in en soms ook buiten Eindhoven. Hij doet dat zowel vanuit zijn eigen expertise (onderwijs, sociaal/cultureel domein) als in een vrije rol.