Studenten van nu zijn de ingenieurs van de toekomst. Zij staan voor grote maatschappelijke uitdagingen op het gebied van onder andere duurzaamheid en milieu. Maar hoe is het om als twintiger te werken aan een baanbrekende innovatie? Een nieuw jaar biedt nieuwe kansen. Dirk van Meer, student aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), gaat samen met zijn team dit jaar de eerste fabriek bouwen waarin metaal gerecycled kan worden. Hierdoor kan het dreigende metaaltekort worden opgelost. Als teamcaptain van Team CORE bepaalt hij de koers en jaagt hij tegelijkertijd zijn eigen dromen na. Dat is niet altijd makkelijk. Zeker niet omdat hij Asperger heeft, een vorm van autisme.

Als vijfjarige jongen zat hij urenlang onder de tafel te huilen. Als de dag anders verliep dan gedacht, als er bezoek was, als hij gepest werd of door een andere gebeurtenis die voor hem onbegrijpelijk was. Emoties waren niet te bevatten, laat staan dat hij erover kon praten. Nu, vijftien jaar later, geeft hij leiding aan een studententeam en praat hij met de crème de la crème van de innovatiewereld. “Daar ben ik best trots op”, zegt Dirk met een voorzichtige glimlach op zijn gezicht. Hij heeft de afgelopen jaren veel sociale regeltjes, zoals hij het zelf noemt, geleerd. Waar voorheen goedemorgen zeggen tegen een klasgenoot nog te moeilijk was, voert hij nu wekelijks gesprekken met potentiële klanten en partners.

Dagindeling met stickers

Dirks ouders hebben een essentiële rol gespeeld in zijn ontwikkeling. “Bij mij en mijn twee broers werd al op jonge leeftijd autisme vastgesteld. Voor mijn ouders was het zeker niet makkelijk om drie autisten op te voeden.” Het gezin was erg gestructureerd. “Wij zijn begonnen met een whiteboard in de kamer waarop we met stickers voor ieder gezinslid de dagindeling uitstippelden. Als iets anders verliep dan gepland, ging er altijd wel eentje flippen”, vertelt Dirk. “Mijn ouders hebben met veel geduld keer op keer weer uitgelegd wat er precies veranderde, waarom dat gebeurde en wat de nieuwe situatie was. Ondertussen kan ik dat zelf beredeneren en blijf ik daardoor veel rustiger.”

Luister nu naar De IO Show!

Elke week het nieuws van Innovation Origins in je oren!

Emoties verwarrend en vermoeiend

Door alles wat hij geleerd heeft op sociaal gebied, kan hij nu gewoon meedoen in de maatschappij. Hij studeert, heeft vrienden en een relatie. “Maar alles kost mij drie keer zoveel energie omdat alle sociale regeltjes steeds afspelen in mijn hoofd.” En emoties blijven lastig te begrijpen. “De grootste problemen in mijn leven hebben met emoties te maken. Als je alles rationeel bekijkt heb je bijna nooit echt een probleem.” Hij noemt verliefdheid als voorbeeld. “Mijn vriendin zegt niet altijd meteen wat ze wil, net als de meeste vrouwen. Dat is voor mij heel verwarrend.”

Dat soort situaties en onzekerheden zijn voor hem vermoeiend. “Autisme wordt een beperking genoemd en dat is het ook echt”, stelt hij. “Al is het zeker werkbaar, anders dan wanneer je bijvoorbeeld in een rolstoel zit. Voor mij hoeft geen aangepaste infrastructuur aangelegd te worden. Met de aangeleerde trucjes kan ik veel zelf oplossen.” Daarbij is zijn moeder en de rest van het gezin nog steeds heel belangrijk. “Het is fijn dat het thuis niet erg is als de aangeleerde trucjes even niet lukken. Hier kan ik absurd boos worden als iets niet lukt en doet iedereen nog steeds normaal tegen me.”

Geen patiënt

Aan de andere kant is het volgens hem ook vervelend dat mensen aan de buitenkant niet aan hem zien dat hij moeite heeft met sociale interactie. “Als je in een rolstoel zit verwacht niemand dat je trap gaat lopen. Van mij verwacht iedereen wel dat ik alle sociale regeltjes altijd goed uitvoer.” Hij gaat verder: “Sterker nog; als ik nu een keer een fout maak met de sociale regeltjes of boos word omdat het allemaal niet lukt, dan blijft dat hangen bij mensen. Dan kijken ze nooit meer hetzelfde naar mij. Ik wil niet dat mensen mij zien als patiënt.”

Relatief veel autistische Eindhovenaren

De Eindhovense student is niet de enige in Eindhoven die een stoornis in het autismespectrum heeft. Volgens de meest recente cijfers (2016) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er in de regio Zuidoost Brabant 463 mensen per 100.000 inwoners gediagnostiseerd met een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Dat is 3,5 keer zo veel als in de regio Amsterdam.

Autisme is moeilijk te meten. Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Autisme is te lezen dat autisme eigenlijk een verzamelnaam is voor gedragskenmerken die duiden op kwetsbaarheid op het gebied van sociale interactie, communicatie, flexibiliteit in denken en handelen en het filteren en integreren van informatie. Een diagnose wordt gesteld op basis van gedragskenmerken, niet op basis van meetbare, lichamelijke kenmerken. In de bovenstaande tabel zijn alleen mensen meegenomen die in het verslagjaar zijn behandeld voor hun stoornis.

Groot analytisch denkvermogen

Er wordt al lange tijd onderzoek gedaan naar het hoge aantal mensen met autisme in Eindhoven en omstreken. Het laatste grote onderzoek werd in 2011 gedaan op de universiteit van Cambridge. Professor Simon Baron-Cohen, die het onderzoek uitvoerde, gaf in zijn conclusie verschillende mogelijke verklaringen voor dit hoge aantal. Hij gaf aan dat er in Eindhoven veel banen zijn waar analytisch denken een grote rol speelt, bijvoorbeeld bij technische bedrijven. Dat is een eigenschap die mensen met autisme vaak hebben.

Ook verwijst hij naar de mogelijke erfelijkheid van autisme. Al gaf hij destijds aan dat er nog meer onderzoek nodig is om dat officieel vast te stellen. De Nederlandse Vereniging voor Autisme linkt op haar site naar een onderzoek uit 2019 dat vaststelt dat autisme voor tachtig procent erfelijk is. Dat bevestigt het vermoeden van professor Baron-Cohen.

Dirk is niet verbaasd door het cijfer. Hij verwijst ook naar het soort banen in Eindhoven als belangrijkste reden. “Daar werken niet alleen maar mensen uit de regio, maar ook mensen uit het buitenland die voldoen aan de functieomschrijving en daarmee vaker een vorm van autisme hebben.” Hij benadrukt dat er veel meer mensen met ‘autistische trekjes’ zijn dan in statistieken wordt meegenomen. “Hier op de universiteit lopen heel veel mensen rond die veel kenmerken hebben maar geen officiële diagnose”, zegt Dirk. “Zodoende krijg je een hotspot van mensen die allemaal in hetzelfde stramien willen leven, elke dag ongeveer hetzelfde willen doen, continu technisch uitgedaagd willen worden en die sociaal een beetje awkward zijn.”

TU voelt vertrouwd

Dat is ook een van de redenen dat hij zich erg thuis voelt bij TU/e innovation Space. In deze community kunnen studententeams werken aan hun product. Zij krijgen de nodige begeleiding vanuit de universiteit maar zelf experimenteren is erg belangrijk. “Er is veel meer begrip en respect voor elkaar. Hier kunnen mensen er tegen als je sociaal even wat minder bent en dat compenseert door qua hersenen wat meer te zijn. Iedereen kan het gewoon zeggen als hij of zij even geen zin heeft in veel mensen om zich heen of als diegene genoeg impulsen heeft gehad voor de dag. Hierdoor durf ik wat meer te doen en te zeggen.”

Dirks manier van denken heeft in sommige gevallen een positieve uitwerking op zijn leiderschap. “Als ik een vraag moet beantwoorden of een keuze moet maken, dan speel ik alle mogelijkheden en sociale regeltjes die daar bij horen af in mijn hoofd. Door de ervaring en hulp die ik heb gehad kan ik dit nu heel snel. Waar een ‘normaal’ iemand meteen een antwoord heeft, zit daar bij mij dus een proces van 18 kantjes voor”, zegt hij lachend. “Als teamcaptain is dat makkelijk. Ik kan mijn beslissingen daardoor heel goed uitleggen waardoor anderen het vaak sneller en beter begrijpen.”

Schakelen is een uitdaging

Alleen schakelen tussen verschillende situaties blijft nog lastig. “Als ik voor Team CORE aan het werk ben, moet ik zakelijk zijn. Wanneer ik bij mijn vriendin ben, moet ik lief en romantisch zijn. Als ik met vrienden op een feestje ben, moet ik spontaan en grappig zijn. En deze situaties volgen zich op een dag in no time op. Elke overschakeling voelt alsof ik een marathon heb gelopen, zeker als de situaties niet zo strikt gescheiden zijn en meerdere dingen bij elkaar komen.”

Huisje, boompje, beestje

Op sociaal, bedrijfsmatig en technologisch gebied gaat het goed met het studententeam. Ze groeien hard, hebben steeds meer partners in het bedrijfsleven en de technologie kan de wereld veranderen. Ondanks de roem en het grote geld dat mogelijk in het verschiet ligt, is Dirks grote droom ‘huisje, boompje, beestje’. “Het bedrijf is op een gegeven moment klaar. Dan is het groot genoeg om zonder mij als kartrekker te functioneren. Dan wil ik gewoon werken en om vijf uur lekker naar huis”, stelt Dirk. “Een normaal leven klinkt echt fantastisch. Dat doel ligt voor mij hoger dan wat het voor de meeste mensen zou betekenen om de topman van Apple te zijn en ondertussen de nieuwe Google uit te vinden.”

“Normale mensen hebben niet genoeg waardering voor het normale leven. Als mijn vriendin ‘ik hou van jou’ tegen mij zegt, is dat een intens geluk moment. Houden van heb ik namelijk geleerd. Ik kon dat niet toen ik jong was. Ik vond elk gevoel kut en houden van is een mix van verschillende gevoelens, dat was voor mij niet te bevatten. Maar nu kan ik haar in de ogen kijken en het oprecht menen”, zegt hij. “Ik denk dat trouwen, als me dat gegund is, de grootste prestatie in mijn leven gaat worden. Het niveau van houden van, het gevoel, de mensen, de drukte, de stress, de onzekerheden van de belofte je hele leven bij elkaar te blijven en daar dan van kunnen genieten. Dat lijkt me een uitdaging, maar wel een fantastische uitdaging.”

Omdenken

“Ik heb nog steeds momenten dat ik diep ongelukkig ben omdat ik mensen niet snap en dat het niet lukt om alle sociale regeltjes uit te voeren. Dat doet me pijn. Door het autisme en het pesten als gevolg daarvan zijn er momenten geweest dat ik het leven niet meer leuk vond. Nu kan ik het omdenken. Als ik aan dat gevoel had toegegeven, had ik het studententeam nooit op kunnen zetten. Ook had ik het leukste meisje van de wereld nooit ontmoet. Dan had ik nooit op de universiteit gezeten en daar dagelijks de nieuwste innovaties kunnen zien alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dan had ik heel veel gave dingen nooit kunnen doen. Ik ben er heel trots op dat ik me heb ontwikkeld van dat huilende jongetje onder de tafel, tot de persoon die ik nu ben.”