Tegen 2030 zullen zo’n 500 miljard apparaten met het Internet of Things (IoT) verbonden zijn (volgens een schatting van Cisco). Ook Signify ziet brood in deze groeiende markt. Het voormalige Philips Ligting lanceert een hightech lantaarnpaal, bomvol met sensoren, camera’s, wifi en een 4G/5G antenne. En lichtgeven doet hij ook.

Volgens Musa Unmehopa van Signify, geeft dit steden de mogelijkheid hun digitale infrastructuur te verbeteren. Brightsite, zoals de straatverlichting heet, is behalve als lichtbron ook te gebruiken voor talrijke andere functies. Als verkeersinformatiepunt voor voetgangers of als lokaal weerstation dat gegevens doorstuurt naar een weercentrale. “De mogelijkheden zijn eindeloos en het hangt er maar net vanaf wat onze klanten willen. We maken de palen op bestelling. Ze zijn aanpasbaar aan de wensen van de gebruiker.” Zo hangt er een camera aan de lichtmast die gebruikt kan worden om het verkeer in de gaten te houden. “Dit maakt het voor lokale overheden gemakkelijker om in te grijpen als het ergens op de weg dreigt vast te lopen of de hulpdiensten kunnen sneller gewaarschuwd worden bij ongelukken. Maar de lichtmasten zijn ook zonder camera verkrijgbaar.”

Als er wel gekozen wordt voor een camera, kan deze ingezet worden als beveiligingscamera of als digitale parkeerwachter die nummerplaten controleert. Ook kan Signify optionele sensoren in de paal monteren als klanten dit willen. In alle Brightsites zitten bewegingssensoren, zodat het licht uitgeschakeld wordt als er niemand in de buurt is. “Het is natuurlijk zonde om licht voor niets te laten branden. De straatverlichting wordt naast eerder genoemde sensoren, ook uitgerust met microfoons die omgevingsgeluid opvangen en herkennen. Mocht er ergens worden geschoten, kan er een signaal naar bijvoorbeeld de politie worden gestuurd”, aldus Unmehopa. Maar het bestuur dat het Signify-systeem aanschaft kan ook kiezen voor andere sensoren. Zo zijn er Australische steden die een sensor voor overstromingen in de lantarenpalen willen.

Luister nu naar De IO Show!

Elke week het nieuws van Innovation Origins in je oren!

“Dit geeft het bestuur de mogelijkheid om meteen in te grijpen als een gebied overstroomt. In andere steden kunnen die behoeftes weer anders zijn, ik kan me zomaar voorstellen dat gemeentes de luchtkwaliteit in de gaten willen houden. Wij ondersteunen die behoefte door op zoek te gaan naar een goede partner die hiervoor sensoren kan leveren”, legt Guz Gulsoy van Signify uit.

Om de aanschaf en het onderhoud terug te verdienen, kunnen steden de 4G/5G antenne via een lease-constructie aanbieden aan telecom providers. “Naast het geld dat gemeentes hiermee verdienen, heeft het als extra voordeel dat het straatbeeld niet verpest wordt door lelijke antenne-masten. De antenne zit netjes weggewerkt en het design van de lichtmast kan aangepast worden om te matchen met het straatbeeld.”  Een andere manier om via de lantarenpalen geld te verdienen, is door het scherm te gebruiken voor advertenties.

De camera aan de testpaal op de High Tech Campus draait rond en zoomt in op de mensen eromheen. Een computerbeeldscherm laat live de beelden zien. Hoe gaan voetgangers hierop reageren? “Tijdens drukke evenementen kun je met dit systeem beter inschatten waar de drukte zich bevindt en alternatieve routes aangeven. Dat heeft een positief effect op de leefbaarheid van een stad.  Ook kan het een aanvulling zijn op de beveiligingscamera’s zijn die in de meeste steden hangen. Vaak zie je dat mensen zich hierdoor veiliger voelen.” Is het voor gemeentes ook mogelijk om gezichtsherkenningssoftware op het systeem aan te sluiten? “Ja, het hangt er maar net vanaf welke systemen een overheid gebruikt. Maar dat is zeker mogelijk, wij ontwikkelen dat alleen niet. In de Brightsite zit heel wat rekenkracht om alle sensoren en hardware te ondersteunen. Maar de paal verwerkt of slaat geen data op. Vanzelfsprekend respecteren wij de AVG en houden we ons aan de regels. We snappen de zorgen rond dit onderwerp, maar wij willen met deze techniek steden helpen om de leefomgeving te verbeteren.”