© Opibus
Author profile picture

Elektrische mobiliteit is een belangrijke factor als het gaat om het duurzamer maken van vervoer. Fossiele brandstoffen blijven in Afrika de belangrijkste energiebron. Infrastructuur voor elektrische voertuigen ontbreekt. Het Zweedse bedrijf Opibus heeft een technologie ontwikkeld die het mogelijk maakt om gewone auto’s om te bouwen tot elektrische auto’s. De onderneming heeft daarvoor zelfs het hoofdkantoor verhuisd naar Kenia. Het uiteindelijke doel is elektrische mobiliteit voor het hele Afrikaanse continent.

Opibus werd in 2017 opgericht door Filip Lövström, Filip Gardler, Mikael Gånge en Rawlings Nechavava. Het was het directe resultaat van een onderzoeksproject uitgevoerd aan de Linköping Universiteit in Zweden. Lövström bracht een deel van zijn jeugd door in Kenia. Daardoor bouwde hij een persoonlijke band met het land op. Maar ook economisch was het zinvol om het hoofdkantoor daarheen te verplaatsen.

Kenia is een van de snelst groeiende economieën van de Afrikaanse sub-Sahara-landen. In combinatie met hun enthousiasme voor duurzaamheid en het milieu, inspireerde dit de oprichters om zich daar op elektrische mobiliteit te richten.

“Ze vonden dit een geweldige plek om dit bedrijf te starten,” zegt Lucy Mugala, mechatronica-ingenieur bij Opibus. “De landen hier lopen achter bij de groei naar een groenere wereld. Door in Kenia te beginnen, bevorderen we de overgang van ontwikkelingslanden naar duurzame energie.”

Off-road markt

Oorspronkelijk richtte Opibus zich op het ombouwen van terreinwagens, zoals Land Rovers en Land Cruisers. Voertuigen die vaak voor safari’s worden gebruikt. “De safarimarkt was onze eerste activiteit. Dat was niet alleen financieel zinvol. Maar ook de duurzaamheid in de marketing is een groot voordeel, omdat ze niet zo prijsgevoelig zijn”, legt Albin Wilson, chief strategy and marketing officer, uit. Naast het feit dat deze tochten duurzamer en energie-efficiënter worden, is de geluidsreductie door het ombouwen van een safariauto tot een elektrisch voertuig een voordeel. Dieren worden minder gestoord, waardoor gidsen dichterbij kunnen komen dan voorheen.

De technologie die wordt gebruikt voor voertuigen die op fossiele brandstoffen rijden, wordt grotendeels vervangen. De motor wordt verwijderd en vervangen door een elektromotor. In wezen vervangt het accupakket de brandstoftank. Ook wordt een motorcontroller ingebouwd, die onder meer verantwoordelijk is voor de snelheid, remmen en schakelen. Het interieur en de carrosserie blijven ongewijzigd. Met deze ombouwtechnologie kan Opibus theoretisch elk voertuig ombouwen tot een elektrisch voertuig. “Ons systeem is volledig modulair,” zegt Wilson. “Dat is waar we ons op proberen te richten: het opzetten van een gestandaardiseerd productieproces.” Nu is het bedrijf zich aan het uitbreiden naar utilitair vervoer, met als doel de openbaar vervoersector in Afrika duurzamer te maken. “

Bussen en taxi’s

“We gaan hier voor gebieden met een hoge bezettingsgraad. De visie van het bedrijf is om de impact te maximaliseren. Daarom is deze regio veel interessanter dan het bouwen van elektrische voertuigen voor mensen die één of twee keer per dag naar hun werk rijden. Waarbij die auto dan misschien 96 procent van zijn levenscyclus stil blijft staan,” zegt Wilson.

Opibus lanceert de technologie voor bussen later dit jaar. Voor de klant heeft de conversietechnologie financiële voordelen: “Het is echt een meer economische manier om elektrische voertuigen hier te introduceren. Je hoeft namelijk niet hoeft te investeren in een nieuw voertuig. Je investeert alleen maar in de motor en de batterij,” merkt Wilson op.

Opibus heeft ook plannen met de bromfietstaxi’a, de boda-boda’s. “Een belangrijk punt zijn de lage gebruikskosten van elektrische mobiliteit. Je kunt de initiële investering in elektrische voertuigen na verloop van tijd compenseren, vanwege de lagere gebruikskosten. Je kunt investeringen motiveren door te wijzen op de hogere inkomsten voor taxichauffeurs”, zegt Wilson.

Ontoereikende infrastructuur

Een uitdaging waar de makers van deze technologie rekening mee moeten houden, is de actieradius. “We moeten echt iets doen aan de ontoereikende infrastructuur. Daarom werken utilitaire voertuigen die van punt A naar punt B gaan heel goed,” zegt Wilson. In tegenstelling tot privéauto’s, die overal naartoe rijden zonder vaste bestemming en gegarandeerde oplaadpunten, volgen bussen voorspelbare routes. Daarom kunnen openbaarvervoersbedrijven op die twee punten strategisch oplaadstations plaatsen om ervoor te zorgen dat de bus genoeg energie heeft om terug te rijden. Bussen hebben naar schatting een batterijcapaciteit van 121 kilowatt per uur met een actieradius van maximaal 120 kilometer. De snellaadtechnologie zorgt ervoor dat de bussen tijdens de spits snel weer de weg op kunnen.

Lokale gemeenschappen

Een belangrijke focus van het bedrijf ligt op de lokale gemeenschappen en de impact op hen. Opibus produceert momenteel ongeveer 35 procent van de onderdelen ter plaatse, maar streeft ernaar dit te verhogen. Ook de assemblage gebeurt lokaal. Mugala denkt dat “het bouwen van een product dat lokaal is ontworpen en geassembleerd en het zien van een product dat werkt op onze wegen en in onze omgeving, ons zal motiveren om deze stap te zetten”.